Terechte zorgen over privacy aspecten bij CQ-index

Op de site van het KNGF  las ik een bericht waarin werd aangegeven dat KNGF leden zich zorgen makent over de aard en omvang van de gegevens die in het kader van de CQ index aan MediQuest en Qualizorg worden verstrekt.  Eén van de zorgen betreft de privacy in verband met het vestrekken van persoonsgegevens. Kennelijk wordt deze zorg ook gedeeld door enkele leden van de tweede kamer, want de Kamerleden Van Gerven en Leijten hebben hier ook Kamervragen over gesteld aan Minister Schippers van Volksgezondheid. De vragen zijn overigens recent door de Minister beantwoord. Volgens de Minister hoeft niemand zich zorgen te maken. Ik ben het daar niet mee eens. De zorgen zijn mijns inziens terecht, en de Minister gaat te kort door de bocht. Ik zal dat hieronder toelichten.

- tekst gaat verder na deze advertentie -


FYGO Werving en selectie voor de fysiotherapeut

CQ-index staat voor Consumer Quality index. De CQ-index is een gestandaardiseerde methodiek die (doorgaans door middel van een vragenlijst) de kwaliteit van de zorg in een bepaalde sector vanuit patiëntenperspectief in kaart brengt.  De CQ-index is ontwikkeld door NIVEL, in samenwerking met de afdeling Sociale Geneeskunde van het AMC, met financiering van Agis, de Stichting Miletus (een samenwerkingsverband van verzekeraars) en ZonMw.  Het merk ‘CQ-index’ wordt als keurmerk gebruikt en beheerd door Centrum Klantervaring Zorg.

In de fysiotherapiepraktijk wordt op dit moment een onderzoek uitgevoerd met de CQ-index Fysiotherapie. Dit onderzoek is op 23 maart van start gegaan en is verplicht voor fysiotherapeuten met een Basisovereenkomst 2012 bij Achmea.  Deze CQ-index heeft de voorbereidingsfase doorlopen.  De vragenlijst kan hier ingezien worden. De metingen voor de CQ-index worden afgenomen door MediQuest en Qualizorg.

De vragenlijst bevat diverse vragen. In de eerste paar vragen wordt gevraagd naar leeftijd en geslacht. Vervolgens volgen een heel aantal vragen over de behandeling door de fysiotherapeut, zoals of deze voldoende tijd vrijmaakte, op tijd was, de behandelingen naar verwachting, de praktijk goed bereikbaar etc. Bij vraag 51 wordt gevraagd naar het type klacht. De daaropvolgende vragen gaan over hoe de behandeling effect heeft gehad op deze klachten en over de algehele gezondheid. Vervolgens wordt gevraagd naar opleidingsniveau, nationaliteit en de nationaliteit van ouders.

In Kamervragen van 3 april 2012, gesteld door Van Gerven en Leijten van de SP, wordt om uitleg verzocht van minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.  Recent heeft de Minister de vragen van deze Kamerleden beantwoord. Volgens de Minister is er geen sprake van een inbreuk van de privacy. Het meten van de CQ-index betreft patiëntervaringen; er worden volgens de Minister geen medische gegevens opgevraagd. Voorts schrijft de Minister dat patiënten volgens de geldende wetgeving benaderd worden voor onderzoek. Voor deelname aan de CQ-meting vraagt de fysiotherapeut toestemming aan de patiënt om diens contactgegevens door te geven aan het meetbureau. De patiënt zelf geeft toestemming om hierover benaderd te worden. De zorgen die bestaan bij KNGF leden betreffen aard en omvang van de gegevens en impliceren dat meer gegevens dan uitsluitend contactgegevens de deur uitgaan. Een blik op de site van Mediquest  toont aan dat dat inderdaad het geval is. Dit lijkt in in schril contrast te staan met de mededeling van de Minister dat het hier uitsluitend contactgegevens zou betreffen en dat het verstrekken van patiëntengegevens aan derden niet aan de orde zou zijn.

Als gezegd, maakt de Minister zich er wat te gemakkelijk van af. Ik mis bijvoorbeeld de basistoets in de Wet Bescherming Persoonsgegevens (“WBP”) dat persoonsgegevens alleen mogen worden verzameld voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden. Ik mis bijvoorbeeld de afweging waarom het nodig en gerechtvaardigd is bepaalde contactgegevens van de patiënt te verzamelen voor het onderzoek.

De Minister gaat verder makkelijk voor het anker van toestemming liggen (artikel 8 WBP), maar zoomt niet in de randvoorwaarden benodigd om de toestemming deugdelijk te verkrijgen – bijvoorbeeld dat toestemming ‘ondubbelzinnig’ verkregen moet worden. Mij is volstrekt onduidelijk of dit is gewaarborgd en zo ja hoe.
Tenslotte bepaalt artikel 11 WBP dat: “Persoonsgegevens worden slechts verwerkt voor zover zij, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verzameld of vervolgens worden verwerkt, toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn.”. De vraag kan gesteld worden in hoeverre bepaalde gegevens relevant zijn voor een onderzoek naar de dienstverlening van de fysiotherapeut. Ik heb daar in ieder geval geen onderbouwing van gezien.
Overigens, de vragen die zien op de handelswijze van Achmea om het aanleveren van patiëntengegevens door fysiotherapeuten aan derden te verplichten, worden door de Minister weggewuifd met de opmerking dat contractering en eventuele voorwaarden die een verzekeraar of zorgaanbieder in die contracten wil opnemen,  aan de partijen zelf zijn.

Tot slot: wanneer er zorgen zijn over de verwerking van persoonsgegevens kan een belanghebbende het CBP verzoeken een onderzoek in te stellen. Naar aanleiding van de Kamervragen is het ook goed mogelijk dat het CBP op eigen initiatief een onderzoek gaat instellen naar deze gang van zaken met betrekking tot de CQ-index.

Advertentie:bezoek fysiovacature.nl
Vorig artikelTheo Langejan: “Een ander zorgstelsel heeft geen zin”
Volgend artikelMeer bewegen en afvallen goed bij heupslijtage

8 REACTIES

  1. Dank voor uw heldere visie. De vraag is of deze visie nu volgens u kan lijden tot stappen tegen deze handelswijze bijvoorbeeld van de zijde van het KNGF. Aangezien zorgverzekeraars in de praktijk niet onderhandelen over de contractinhoud, bestaat voor de zorgverlener alleen de keuze tot niet contacteren. Dit leidt afhankelijk van het aantal Achmea verzekerden in het gebied waar men zijn praktijk heeft tot sterke concurrentie nadelen, aangezien de minister ook toestaat dat de verzekeraars voor de patiënt nadelige voorwaarden hanteren bij praktijken zonder contracten(bijv. geringere vergoeding, minder behandelingen vergoeden en verplichten tot verwijsbrief van arts)De keuzes die de minster noemt zijn dus slechts theoretisch mogelijk, in de praktijk kan niet contracteren bij een praktijk met meerdere mensen in loondienst in een Achmea gebied al snel tot een faillissement leiden.

    Verder dank voor inzage in CQ-index vragenlijst. Deze is voor een zorgvuldig invullen veel te lang. De vragen of er ook door een andere therapeut was behandeld waren verwarrend, het was mij niet duidelijk dat dit dan dezelfde praktijk betrof. Verder worden er veel te veel data gevraagd die niet tot de kern van de kwaliteit behoren, maar meer tot de service (openingstijden wachtruimte en dergelijke). Als men meer service wenst zou men ook bereid moeten zijn meer te betalen. De zorgkosten moeten juist omlaag. Als het om kwaliteit in de zin van kosteneffectiviteit zou gaan zijn slechts 3 zaken belangrijk, het resultaat van de behandeling, hoeveel het bereiken van dit resultaat heeft gekost en of dit resultaat ook duurzaam blijkt te zijn. Alle andere vragen kan men dan vergeten, een goede service, prettige omgang en dergelijke zijn slechts voorwaarden om dit te bereiken. Als hier aan wordt voldaan maar zonder resultaat of zonder duurzaamheid van het resultaat is m.i. de kwaliteit waardeloos. Het gewicht van de antwoorden is mij ook onduidelijk.

  2. Ik heb onze voorzitter geïnformeerd, hier zijn antwoord:

    Beste Koen,

    Ik weet niet meer zeker of ik op je mail heb gereageerd, vandaar wellicht ten overvloede nog een keer. Ik heb je vraag intern uitgezet, in aanvulling op al eerder in gang gezette aktie nav kamervragen. De interpretatie van de wet laat nogal veel ruimte over, zoals je ook merkt aan de antwoorden van de \minister. Wellicht moeten we het CBP verzoeken hier een onderzoek naar in te stellen. Ik wacht advies intern even af.

    Hartelijke groet,

    Eke Zijlstra

  3. Zoals ik dhr. Weij eerder al op een andere site liet weten in reactie op deze blog (http://www.solv.nl/weblog/menno-weij-op-fysionetwerken-nl-terechte-zorgen-over-privacy-aspecten-bij-cq-index/18915): Als u zich zorgen maakt over de verwerking van persoonsgegevens bij CQI metingen dan doet u er goed aan zich te verdiepen in de uitgebreide richtlijnen die wij daarvoor -met deskundig juridisch advies- hebben opgesteld in het Handboek Eisen en Werkwijzen CQI Metingen: http://www.centrumklantervaringzorg.nl/cqi-richtlijnen/handboek-eisen-en-werkwijzen-cqi-metingen.html
    Een onderzoek van het CBP naar deze richtlijnen zien wij dan ook met vertrouwen tegemoet. Diana Delnoij, directeur Centrum Klantervaring Zorg

  4. Dit is dus precies één van de redenen waarom ik niet contracteer. Als mijn klanten niet tevreden zijn over de behandeling, gaan ze naar een andere praktijk, als ze wel tevreden zijn, komen ze terug, vertellen ze het hun vrienden en familie etcetera. Ze zitten echt niet te wachten op weer een vragenlijst die ze in moeten vullen.

    Het vertrouwen dat ontstaat door de garantie die mijn klanten hebben dat er bij mij nooit privacygevoelige gegevens de computer uit gaan vind ik een van de belangrijkste dingen in de behandelrelatie. De enige reden die ik kan bedenken om privacy gevoelige gegevens aan derden te verstrekken, is als de klant MIJ daarom vraagt, bijvoorbeeld voor een rapportage bij letselschade of iets dergelijks. Ik zou het nooit omgekeerd willen, dus voor mijn belang de patiënt toestemming vragen om zijn of haar gegevens aan derden te geven.

    Privacy is dus echt privacy, geen gemorrel hier aan!

    • 100% mee eens! Laten we hopen dat het “nieuwe” KNGF bestuur hier met lef voor gaat.

Comments are closed.