De behandeling van reumatoïde artritis heeft de afgelopen jaren een vlucht genomen, maar we moeten nu niet stilzitten. Het is nu tijd om uit te zoeken wat precies werkt voor wie. Dat schrijft onderzoeker Sytske Anne Bergstra in haar proefschrift, waarop ze op dinsdag 4 september 2018 promoveerde.

Advertentie:FYGO uitzenden, payrollen voor de fysiotherapeut

Hoewel er met nieuwe medicijnen en vroege herkenning van de ziekte veel verbeterd is in de behandeling van reumatoïde artritis, is nog onbekend wat de beste aanpak is voor welke patiënt. “Omdat elke patiënt nu min of meer dezelfde behandeling krijgt, dreigt het gevaar van onder- of overbehandeling”, legt Bergstra uit. Dat zou aan de ene kant kunnen zorgen voor extra schade aan gewrichten door de onbehandelde ziekte en aan de andere kant voor bijwerkingen door de intensieve medicatie.

Laag is laag genoeg

Analyse van gegevens uit METEOR, een grote internationale database met gegevens, wijst uit dat de ontwikkeling om te streven naar steeds strengere behandeldoelen met een combinatie van medicijnen in een hoge dosering misschien niet altijd de beste aanpak is. Zo vond Bergstra dat het op korte termijn even effectief is om te starten met een lage als met een hoge dosis van het medicijn methotrexaat.
Ook zet zij vraagtekens bij het stellen van steeds strengere behandeldoelen, zoals een volledige remissie van de ziekte. Bergstra: “We vonden dat het intensiveren van de behandeling bij RA-patiënten die al een lage ziekteactiviteit hebben bereikt niet leidt tot een relevante verbetering van het fysiek functioneren. Laag blijkt dus soms laag genoeg.”

Mannen versus vrouwen

Ook vond ze een opmerkelijk verschil tussen mannen en vrouwen. Vrouwen krijgen vaker een middel voorgeschreven dat bekend staat als minder effectief. “We hebben gezocht naar verklaringen, zoals een eventuele kinderwens of hormonale effecten, maar het blijft een vraagteken waar de verschillen vandaan komen.”

Overigens willen haar bevindingen niet zeggen dat de richtlijnen voor behandeling van reumatoïde artritis direct moeten worden aangepast, vindt Bergstra. “Mijn proefschrift is meer een pleidooi voor het blijven nadenken over wat de beste behandeling is voor welke patiënt. We moeten hier onderzoek naar blijven doen.”

Advertentie:bezoek fysiovacature.nl