Methode om functie en gezondheid van whiplashpatiënten te meten

Maarten Schmitt ontwikkelde in zijn promotieonderzoek een testbatterij om het functioneren van whiplashpatiënten te meten. Bovendien heeft hij speciaal voor deze patiënten een vragenlijst ontwikkeld, waarmee het activiteitenniveau van whiplashpatiënten goed in kaart kan worden gebracht. Het toepassen van metingen die zijn gericht op het functioneren, biedt mogelijkheden om het whiplashprobleem in de toekomst te gaan verklaren.

- tekst gaat verder na deze advertentie -


FYGO Uitzendbureau voor de fysiotherapeut

Er zijn naar schatting 400.000 tot 600.000 patiënten in Nederland die lijden aan de gevolgen van een whiplashongeval. Naast nekpijn en hoofdpijn, komen er ook veel psychische klachten voor, zoals depressieve buien en angst voor blijvende klachten. Van alle mensen die langdurig klachten hebben als gevolg van een whiplashongeval heeft ongeveer 60% last van depressieve gevoelens en onzekerheid over de herstelmogelijkheden. De aanwezigheid van deze psychische klachten verklaart voor een groot deel de klachten over het niet goed kunnen functioneren in het dagelijks leven.

Hoewel patiënten veel klachten kunnen hebben na een whiplashongeval, worden er in de halswervelkolom zelden afwijkingen gevonden bij medisch onderzoek. De klachten van whiplashpatiënten zijn moeilijk te begrijpen vanuit een medisch perspectief.

Bron: uu.nl

Advertentie:bezoek fysiovacature.nl

20 REACTIES

  1. Er is weer één die het weet!!!! Whiplash de Baas berichtte deze eenzijdige promovendus het volgende:

    Promovendus Maarten Schmitt gaat uit van een psychisch beeld na een whiplash en wil nu beweren een vragenlijst te hebben die het ‘werkelijke functioneren’ kan weergeven van een whiplashpatient.
    Na een ongeval versneld degeneratieproces, afwijking aan hersenstam, afwijking hypofyse, microbeschadigingen aan weefsel, zenuwen, beperking van de bewegingsuitlsagen van de halswervelkolom, afwijkingen aan oogbewegingen, etc. Er zijn veel meer voorbeelden, daar gaat u als ‘geneeskundige’ aan voorbij door de extreme pijn en vermoeidheid alleen in verband te brengen met de pysche. Een promovendus met een ‘vooroordeel’?! Daar hebben whiplashpatienten al zoveel last van.

    Alleen fysiotherapie bij een breed klachtenpatroon na een whiplash is voltrekt onvoldoende. Pijnlijk is ook dat vooral eenzijdige aanpak van bijvoorbeeld alleen fysiotherapie er toe leidt dat patienten na een whiplash een chronisch klachtenpatroon ontwikkellen. Iets wat een verzekeraar als Unive onderschrijft in een schrijven aan ons. Zolang een promovendus als u met dit naar buiten komt zal daar hoe triest dat ook is geen verandering in komen. Met als resultaat dat één individu een promotie viert, maar de whiplashpatient in het algemeen als de grote verliezer. Gefelicteerd heer Schmitt!!

    Lees meer op deze – link –

  2. Beste Melissa65,

    Je kruistocht tegen alles wat met ‘whiplash’ te maken heeft is op dit forum indrukwekkend.
    Heb je behalve kritiek, of die nu gefundeerd is of niet, een concept hoe de theorie, diagnostiek en behandeling wel zou moeten luiden?

    Met groeten,
    Peter van der Salm.

  3. Zoals bekend worden landurige klachten (> drie mnd) na nektrauma/ Whiplash in ons land gezien als een syndroom waarbij nekklachten op de voorgrond staan en waarvoor geen lichamelijk substraat kan worden aangetoond. Van belang zijn de Richtlijn WAD 1 en 2 en de richtlijn SOLK, waar zelfs psychiaters medewerking aan verleenden .

    Echter staat in de richtlijn SOLK oa het volgende:

    “De richtlijn beveelt dan ook met nadruk een tweesporenbeleid aan: dat betekent zowel psychische en sociale als somatische diagnostiek en behandeling. Bij een veranderd patroon of bij toename van de ernst moeten de klachten opnieuw zorgvuldig worden bekeken. Soms zal dan aanvullende diagnostiek nodig zijn om een somatische aandoening uit te sluiten”.

    De vraag is of die aanbeveling van toepassing zou kunnen zijn op whiplashpatienten die een jaar na ongeval nog immer o.a. nek(pijnklachten) hebben.
    Kan er sprake zijn van ernstiger letsel dan wel de gevolgen daarvan dan zich liet aanzien na ongeval? En met welke aanvullende diagnostiek kan dat of aangetoond of uitgesloten worden?

    Die vraag werd uitstekend beantwoord op – link –.
    – link –

    Op grond van die info kan beargumenteerd worden dat het niet mogelijk is om drie maanden na ongeval al de “diagnose” whiplash WAD 1 en/of 2 te stellen. Immers zijn de gevolgen van niet goed genezen cervicale beschadigingen pas na 1 a 2 jaar middels vergekijkend beeldvormend onderzoek te detecteren.

    Mijn vraag is dan ook waarom met dat soort bekende gegevens geen rekening werd en wordt gehouden bij de diagnostiek van persisterende nek(pijn)klachten na
    Whiplash/cervicaal trauma.

  4. Geachte Melissa,

    Maarten Schmitt weet als kritisch ervaren en wetenschappelijk onderbouwd manueeltherapeut dat het opsporen van stoornissen op segmentaal weefsel niveau manueeltherapeutisch nagenoeg onmogelijk is en dat het blijven benaderen van patiënten met WAD op dit niveau veelal niet bemoedigend werkt. Ook is het vaststellen van een harde medisch diagnose vaak nagenoeg onmogelijk. Mede daardoor is hij op zoek gegaan om HIERNAAST ook het algemeen functioneren en participeren in kaart te brengen. Dit betekent dat de patiënt met WAD in de nabije toekomst beter in kaart gebracht kan worden om zowel op het biomedische- als op psychosocialevlak de juiste meetinstrumenten en daardoor meer onderbouwde behandelstrategiën te kunnen kiezen. Dit geheel in het belang voor een juiste doorverwijzing naar de juiste behandelaar en/of een noodzakelijke multidisciplinaire aanpak van een patiënt met WAD en juist het voorkomen van de vaak gegeven onsamenhangende en weinig/niet onderbouwde monodisciplinaire therapiën/strategiën. Hierbij wordt dus geen medisch of paramedisch specialisme overgeslagen maar juist een mogelijkheid geboden om de patiënt met vaak onbegrepen klachten beter in kaart te brengen.

    Met vriendelijke groet, Erwin Claassen

  5. Hallo Erwin!

    Je schreef: “Dit betekent dat de patiënt met WAD in de nabije toekomst beter in kaart gebracht kan worden om zowel op het biomedische- als op psychosocialevlak de juiste meetinstrumenten en daardoor meer onderbouwde behandelstrategiën te kunnen kiezen.

    Maar wat als direct na een ongeval tot c.a. 3 a 6 maanden geen bio-medisch onderzoek is verricht? Laat staan dat bij aanhoudende / toenemende / veranderde klachtenpatroon direct na einde ‘acute fase’ niet meer als ongevalsgevolg wordt bestempeld, waarvoor verder ‘bio-medisch’ onderzoek niet geïndiceerd is? Dan blijft één ‘vlak’ over en daar gebruikt MS zijn meetinstrumenten voor om kennelijk de ‘onderbouwde behandelstrategiëen te keizen, nou ja kiezen. Veel keus -voor de nietsvermoedende patiënt- is er dan niet meer:

    “Catastrophizing explained the variance in both perceived neck disability and, to a lesser extent, active range of cervical motion, which suggests that pain-related catastrophizing plays an important role in the physical complaints of patients with chronic whiplash-associated disorders when referred to a physical therapist.” Aldus Maarten Schmitt
    – link –

    Dat doet vermoeden dat de “beroepswerkgroep” met de conceptrichtlijn de eigen intellectuele bewegingsangst voor de bewijsbaarheid van een lichamelijk oorzaak voor aanhoudende klachten als psychogene bewegingsangst, catastrofaal denken en onvoldoende coping op het bordje van een subgroep van WAD II slachtoffers legt die wel degelijk kampen met aantoonbaar lichamelijk letsel dan wel de aantoonbare lichamelijke gevolgen van letstel tgv een Whiplashtrauma”.
    – link –

    [ Bijgewerkt 26 Jan : 11:32 ]

  6. Beste Melissa,

    ik denk niet dat een professioneel behandelaar van een patiënt met WAD twijfelt aan de mogelijke aanwezigheid van lichamelijke oorzakelijkheden maar bij stagnatie van vooruitgang of zelfs toename van klachten is het misschien ook van belang de functies, bewegingsangst, copingstyle beter te bekijken en in kaart te brengen. De fysieke behandeling faalt klaarblijkelijk vaak waardoor er niemand beter van wordt. Echter blijven vaak behandelingen op het fysieke locale stoornis niveau als voorwaarde scheppend voor optimaal bewegen toch gehandhaafd zoals gegeven bij reguliere en/of alternatieve geneeswijzen. De meerwaarde moet hem nu zitten in een toevoeging van een andere tak van sport. Dit wil niet zeggen dat het fysieke deel nu niet meer in beeld komt maar enkel op dat vlak bezig blijven doen we reeds jaren. Een frisse kijk op misschien de missing link kan verhelderend en hopelijk de behandelmogelijkheden verruimen en onderbouwen. Waarom bent u hier zo bang voor? Het kind wordt dit keer niet met het badwater weg gegooid! Ik mag hopen dat menig patiënt met WAD nu beter begrepen kan worden en zowel op het fysieke i.c.m. het psychosociale vlak optimale behandeling kan krijgen.
    Met vriendelijke groet, Erwin Claassen

  7. Beste Melissa,

    Ter aanvulling op de reactie van Erwin Claassen.
    De puur lichamelijk gerichte aanpak is aantoonbaar onwerkzaam terwijl een aanpak vanuit een gedragsgerichte benadering wel bewezen succesvol is.
    En als het je troost: voor de meer psychische factoren wordt steeds meer een neurobiologische dan wel een hormonale component gevonden.

    Met vriendelijke groeten,
    Peter van der Salm.

  8. Erwin, je schreef (ik citeer):
    “Ik denk niet”, “‘mogelijke aanwezigheid”, “misschien ook van belang”, “frisse kijk”, “beter begrepen kan worden”…..

    Uitgaande van de richtlijn whiplash van de KNGF: “het biopsychosociaal model is uitgangspunt voor het fysiotherapeutisch handelen bij patiënten met gevolgen van whiplash”
    Maar: “2. patiënten met neurologische uitvalsverschijnselen, fracturen of dislocaties (gradering 3 en 4) vallen buiten het bereik van deze richtlijn”

    Dat zou dus kunnen betekenen, uitgaande van het bovengenoemde ‘model’ dat op het psychosociale vlak
    tijdens de behandelfases kennelijk geen of te weinig rekening wordt gehouden met deze groep patënten, die bijvoorbeeld -ondanks erkenning van de klachten als oorzaak van een ongeval (tot 6 maanden na ongeval!) steeds meer te kampen hebben met toename pijn en vermoeidheid, ondanks fitness- / en conditioneringsprogramm’s. Alsof ‘gebrek aan conditie’ de grondslag zou moeten zijn voor de aanhoudende klachten die dus niet tot de richtlijn WAD 1 en 2 behoren. Van alternatieve geneeswijze is dan (nog) geen sprake! Laat staan dat op geleide van genoemde klachten tijdig wordt doorverwezen naar een specialist! Om en passent bij voorbaat ’te spreken’ van kinesiofobie/passieve coping/catastroferende gedachten, zoals ook binnen de revaludatiegeneeskunde gedacht/gesproken wordt, zonder er van uit gaan van vermoedelijk ernstig(er) letsel, is niet bepaald ‘verfrissend’ voor de patiënt indien een huisarts een WAD-patiënt op basis van een ‘ontslagbrief revalidatie’ (op ‘basis’ van de genoemde psychosociale ‘opinie’ mbt niet nader onderzochte klachten) denkt door te moet verwijzen naar een GGZ-instelling (lees: psychotherapie).
    Het is bekend binnen de GGZ dat daar geen specialisten werken die de oorzaak van een ongeval in kaart brengen, maar dat de veronderstelde gedragsmatige “bewegingsangsten” en “passieve copingstijlen” welke het slagen van een ‘whiplash-programma’ zou hebben doen mislukken (lees: o.a. chronische pijn / chronische vermoeidheid) de ‘diagnose’ is voor ‘behandeling’, met als ‘excuustruus” dat de WAD-patiënt de indruk moet krijgen dat ‘puur lichamelijke aanpak aantoonbaar’ schijnbaar onwerkzaam werkte. Dat vanuit een (mogelijke) neurobiologische dan wel een hormonale ‘benadering’ ge(be)handeld voor secundaire psychische schade, blijkt niet uit de doorverwijzingen van een huisarts na 6 maanden. want volgens de NvN is voor klachten >6 maanden geen ‘substraat’ meer aan te tonen. Niet bepaald een ’troost’ voor het ‘angstige kind’ (Lees: WAD 3/4-patiënt) die via de nieuwste WAD-richtlijn met SOLK-klachten richting ‘afvoerputje’ wordt verwezen. Op basis van ‘frisse kijk’ en beter begrip’? Of op basis van een ‘groot maatschappelijk probleem’?

    De vraag luidt welke behandelaar eigenlijk bang moet zijn voor een gemiste diagnose en die daarna getroost moet worden:
    (zie internationale literatuur die ‘buiten het bereik’ van de KNGF-richtlijn vallen…….

    Degeneratie van tussenwervelschijven:
    1: Myers, Degeneration of Cervical Intervertebral Discs Following Whiplash Injury, 14 BULL. HOSP.
    JOINT DIS. 1 (1953).
    Hernia’s:
    Gay J.R. and Abbott K.H.: Common whiplash injuries of the neck.(1953).
    Braaf M.M. and Rosner S.: Symptomatology and treatment of injuries of the neck.(1955)
    Bovenstaande onderzoekers wezen op het veelvuldig voorkomen van nekhernia’s als gevolg van
    “whiplash” ongevallen.

    2:Hohl M: Soft tissue injuries of the neck in automobile accidents:Factors
    influencing prognoses.
    Het “klassieke” onderzoek van Mason Hohl uit ’75 toonde aan dat 40% van de
    mensen na een whiplash degeneratieve veranderingen/afwijkingen aan wervels
    en tussenwervelschijven ontwikkelen die niet vanuit een fysiologische cq.normale ontwikkeling “in de
    tijd” te verklaren zijn.

    3:Jung A/Kehr P/Jung F: The post-traumatic cervical syndrome.The whiplash
    injury. Symptoms,diagnosis,treatment.
    In ’75 constateerden Jung/Kehr/Jung na analyse van 61 gevallen,dat het
    post-traumatische cervicale syndroom/de whiplash injury de volgende
    symptomen vertonen:
    Nekpijn,traumatische insufficientie van nekslagaders,cervico
    brachialgie(armpijn vanuit de nek),en in sommige gevallen klachten/symptomen
    samenhangend met de medulla(verlengde merg).

    4:Sarurnus KS: Writing of expertises on Whiplash injuries of the cervical spine.
    In ’82 schreef Saturnus(Duitsland) over het “secundair” zijn cq.
    ongevalsgevolg zijn van “spondylosis deformans” en “osteochrondose”.
    Oftewel degeneratieve veranderingen/afwijkingen van wervels en tussenwervelschijven tgv trauma.

    5:van der Walt(Zuidafrika): Pitfalls in the diagnoses of spinal injury. In ’83 waarschuwde van der Walt voor de diagnostische valkuilen met betrekking tot oa.: de normale rontgenfoto en de “sprained”(verstuikte) nek.

    6:HohmannD/Kugelgen B/Liebig K: Chronic spondylogenic cervical myelopathy.Pathogenesis,prognosis,therapy.
    In ’85 concludeerden Hohmann/Kugelgen/Liebig in hun arikel over Chronische spondylogene cervicale myelopathie ( druk op het ruggenmerg tgv degeneratieve afwijkingen)dat als 1
    van de oorzaken Whiplash Injury genoemd moest worden.

    7:Bogduk N, Windsor M, Inglis A.:The innervation of the cervical intervertebral discs.(1988).
    Middels anatomisch onderzoek toont Bogduk in 1988 de “innervatie”aan van tussenwervelschijven en
    daarmee het tot dan toe ontbrekende bewijs voor pijn die door beschadiging van tussenwervelschijven
    kan ontstaan.

    8:Maimaris C/Barnes MR/Allen MJ: “Whiplashinjuries” of the neck:a retrospective study.
    In ’88 concludeerden Maimaris/Barnes/Allen(Engeland) na een studie van 102 mensen met al 2 jaar whiplashklachten, dat afwijkingen aan wervels en disci er de oorzaak van waren dat mensen lang gehandicapt/invalide bleven.

    9:Radanov BP/Dvorak J/Valach L: Psychological changes following whiplashinjurie of the cervical vertebrae.
    In ’89 concludeerden Radanov/Dvorak/Valach( psychiatrische
    universteitspolikliniek Bern) dat hun onderzoek naar de symptomen na whiplash niet aantoonde dat er sprake was van psychische oorzaken,persoonlijkheidsproblemen,psychopathologie als oorzaak voor de
    symptomen.

    (oa.die uitkomsten werden door het onderzoek van mw.Versteegen(Rijks Universiteit Groningen)in 2001 wederom bevestigd in het Proefschrift: Sprain of the neck & Whiplash Associated Disorders)

    10:Brain injury obscured by chronic pain: a preliminary report.
    Anderson JM, Kaplan MS, Felsenthal G.
    Sinai Rehabilitation Center, Sinai Hospital of Baltimore, MD 21215.
    In 1990 geven de onderzoekers aan dat chronische pijn na oa. een Whiplashtrauma mogelijk licht hersenletsel kan maskeren. Bij 67 patienten die naar hun rehablitatieprogramma werden doorverwezen, werden 7 patienten gevonden met niet gediagnosticeerd hersenletsel.
    Als pijn op de voorgrond staat, worden de cognitieve gevolgen van licht hersenletsel gemakkelijk gemist. Derhalve moeten die patienten zorgvuldig onderzocht worden.

    11:Radanov BP/Di Stefano G/Schnidrig A/Ballinari P: Role of psychological stress in recovery from common Whiplash.
    In ’91 concludeerden Radanov ea. na onderzoek dat psychosociale factoren niet van invloed waren/het ziektegedrag konden voorspellen, van post-traumatische patienten.

    12: Jonsson H/Bring G/Rauschning.W: “Hidden cervical spine injuries in traffic accident victims with skull fractures”.(1991)
    De “normale” foto blijkt helemaal niet zo normaal.(zie 5
    Na Post-Mortem onderzoek van 22 verkeersslachtoffers bleek dat er bij elkaar 198 laesies waren gemist met/op beeldvormend onderzoek.Waaronder oa. 22 tussenwervelschijfbeschadigingen en 77
    beschadigingen van de facetgewrichten.

    13: Watkinson A/Gargan MF/Bannister GC: “Prognostic factors in soft tissue injuries of the cervical spine”.(1991).
    In ’91 toonde onderzoek uit Engeland(Watkinson/Gargan/Bannister) wederom aan
    dat degeneratieve veranderingen/afwijkingen aanzienlijk meer voorkwamen bij patienten die Soft-Tissue injuries(Whiplash) hadden opgelopen.

    14:Hamar AJ/Gargan MF/Bannister GC/Nelson RJ: “Whiplashinjurie and surgically
    treated cervical disc disease”.(1993).
    Conlusie na onderzoek: “Het onderzoek toont aan dat een Whiplashletsel struturele veranderingen
    veroorzaakt die tot gevolg hebben dat er vroegtijdige degeneratieve afwijkingen aan
    tussenwervelschijven ontstaan”.

    15:Taylor JR/Twomey LT: Damage to the cervical disks and facet joints following trauma.
    In ’92 constateerden Taylor/Twomey(Sydney/australie) dat trauma en autoongelukken in het bizonder,ernstig letsel kan toebrengen aan de cervicale tussenwervelschijven.Omdat de disci niet goed genezen zal beschadiging door trauma leiden tot vroegtijdige degeneratieve veranderingen.

    16: Brautaset NJ(Noorwegen,Dpartment of neurology/Tonsb erg):Provokable bilateral vertebral artery compression diagnosed with transcranial Doppler.
    Door opzettelijke beweging van de nek konden patienten de symptomen horend bij het Vertebro Basilaris Syndroom oproepen. De bewegingen lokten binnen seconden een onmiddelijke en aanhoudende teruggang van de bloedtoevoer uit. Als de nekbeweging/provokatie werd opgeheven vond er een tijdelijk toename van bloedtoevoer plaats voordat de normale waarden weer bereikt werden. Deze observaties,ondersteund door medisch/technisch onderzoek, geven aan dat de symotomen van het Vertebro-basilaris Syndroom berusten op werkelijke insufficientie van de bloedtoevoer,aldus de onderzoekers.

    17:Hamar AJ/Gargan MF/Bannister GC/Nelson RJ: Whiplashinjurie and surgically treated cervical disc disease.
    In ’93 concludeerden Gargan/Bannister/Hamer/Nelson dat hun studie verder bewijs leverde dat ” Whiplashinjuries” structurele afwijkingen/veranderingen veroorzaakten die vroegtijdige degeneratieve ziekte van tussenwervelschijven tot gevolg
    hadden.

    18:Taylor JR/Finch P: Acute injury of the neck: anatomical and pathological basis of pain.
    Eveneens in ’93 , vonden Taylor en Finch dat Road traffic accidents een anatomische en pathologische basis vormden voor pijn.
    Chronische pijn ontwikkelde zich in 20 tot 40% van de mensen. Reden was oa.dat zowel de tussenwervelschijven als facetgewrichten werden beschadigd.

    19: “Results of a 1-year follow-up study of whiplash injury”.
    Oo al in ’93 toonde Zwitsers onderzoek van de psychiatrische
    universteitskliniek in Bern (Radanov/Sturzenegger/Mumenthaler/Di
    Stefano/Schnidrig) aan dat de resultaten van hun onderzoek wezen op ernstiger nekletsel als oorzaak voor het uitblijven van genezing.

    20: Radanov BP/Sturzenegger M/De Stefano G/Schnidrig A: Relationship between early somatic,radiological,cognitive and psychological findings and outcome during a one-year follow-up in 117 patients suffering from common whiplash.
    In ’94 concludeerden de onderzoekers van de Department of
    Psychiatrie,University of Bern: De resultaten van dit onderzoek geven aan dat met name die symptomen die
    wijzen op een ernstigere nekbeschadiging gerlateerd zijn aan het uitblijven van herstel.

    21:Radanov BP/Di Stefano/Schnidrig/Sturzenegger: Common whiplash:22:Radanov BP/Di Stefano/Schnidrig/Sturzenegger: Common whiplash: psychosomatic or somatopsychic?
    In ’94 concludeerden Radanov ea. na onderzoek ( 7.4 dgn na trauma en vervolgens na drie en zes maanden) dat de verbetering van de lichamelijke toestand/het “welbevinden” correleerde met het lichamelijk herstel.
    Bij mensen die klachten hadden werden cognitieve afwijkingen gezien. De bevindingen ondersteunen de zienswijze dat de psychologische en cognitieve problemen van mensen die een whiplashtrauma doormaakten voornamelijk gerelateerd zijn aan lichamelijke klachten/symptomen.

    22:Pettersson K/Toolanen G/Hildingsson C/Karrholm K: Decreased width of the spinal canal in patients with chronic symptoms after whiplash injury. In ’95 toonde Zweeds MRI onderzoek(Hildingsson/Toolanen/Pettersson) een vernauwd wervelkanaal aan bij mensen met chronische klachten na whiplash.

    23: Bogduk N/Wallis BJ: Faking a profile:can naive subjects simulate whiplash responses?
    In ’95 concludeerden Wallis en Bogduk na onderzoek, dat het voor vernufige personen(studenten) vrijwel onmogelijk was het psychologische profiel horend bij Whiplash te “faken”.

    24:Parker RS/Rosenblum A(New York University Medical Center): IQ loss and emotional dysfunctions after mild head injury incurred in a motor vehicle accident.
    De onderzoekers constateerden in ’96 dat een Whiplashmechanisme TBI(traumatic brain injury) veroorzaakte.Verlies van cognitieve functies hangt oa.samen met de interactie tussen hersenletsel/pijn/emotionele
    ontreddering
    , aldus de onderzoekers.

    25:Pettersson K/Hildingsson C/Toolanen G/Fagerlund M/Bjornebrink J: Disc pathology after whiplash injury: A prospective imaging and clinical investigation. In ’97 toonde wederom Zweeds MRI onderzoek van Hildingsson/Toolanen aan, dat in de jaren(2) na whiplash afwijkingen aan oa.disci ontstonden die direct na ongeval niet manifest waren. Waaronder hernia’s die operatief ingrijpen noodzakelijk maakten.De gemiddelde leeftijd was 32.

    26: Van Balen HG/Van Limbeek J/De Mey(Nijmegen,St Maartenskliniek): The identification of neurologically relevant items in the MMPI-2. (Note: MMNPI-2 is een psychologische test waarvan wordt aangenomen dat daarmee psychopathology en persoonlijkheidstoornissen kunnen worden aangetoond).
    In ’97 bepleitten de onderzoekers aanpassing van die test in geval van Beroerte/Traumatisch hersenletsel/Whiplash.
    Aanpassing voorkomt dat bonafide symptomen of manifestaties gerelateerd aan neurologisch letsel of dysfuncties worden uitgelegd als psychopathologie of persoonlijkheidsstoornissen.

    27:Strek P/Reron E/Maga P/Modrzejewski M/Szybist N: A possible correlation between vertebral artery insufficiency and degenerative changes in the cervical spine.
    In ’98 toonde Pools onderzoek wederom het mogelijke verband aan tussen een pathologische afname van de bloedtoevoer in de nek door degeneratieve afwijkingen en klachten.Oa. Tinnitus,Vertigo of duizeligheid.

    28:Wang JC/Hatch JD/Sandhu HS/Delamarter RB(Department of Orthopaedic Surgery.University of California/Los Angeles/USA): Cervical flexion and extension radiographs in acutely injured patients.
    In ’99 waarschuwen de onderzoekers ervoor dat door nek(spier)klachten 1/3 van de beeldvormende onderzoeken inadequaat zullen zijn. Hetgeen kan leiden tot de op onjuiste gronden berustende geruststelling van patienten dat er
    niets aan de hand is terwijl ze in wezen een inadequaat onderzoek ondergingen om potentiele instabiliteit van de cervical wervelkolom vast te stellen.

    29:Bonuccelli U/Pavese N/Lucetti C/Renna MR/Gambacinni G/Bernardini S/Canapicchi R/Carrozzi L/Murri L: Late Whiplash Syndrom;a clinical and magnetic resonance imaging study.
    In ’99 toonde Italiaans MRI onderzoek (oa. Bonuccell i/Pavese/Renna ea) naar het Late whiplashsyndroom afwijkingen aan die op de opnames/beeldvormend onderzoek na ongeval niet te zien waren. Alhoewel niet duidelijk kon worden aangegeven dat de afwijkingen ongevalsgevolg waren betekenden ze toch een risicofactor voor het aanhouden van de (pijn)klachten,aldus de onderzoekers.

    31:In ’99 schreef R.C.Schafer(DC,PHD,FICC)in Cervical Spine Trauma over de gevolgen van whiplash:
    “Degeneratie van tussenwervelschijven en post-traumatische osteoarthritis kan het gevolg zijn,hetgeen leidt tot spondylose(degeneratieve veranderingen van de tussenwervelschijf gevolgd door arthrose/botaangroeisels)

    32:van Balen HG/de Mey HR/van Limbeek J: A neurocorrective approach for MMP1-2 use with braindamaged patients.
    De onderzoekers achtten in ’99 wederom aanpassing van de MMPI-2 test noodzakelijk als er sprake was van TBI(Traumatic Brain Injury),Beroerte,Whiplash,om onjuiste interpretaties van de testbevindingen te voorkomen.

    33:Late whiplash syndrome: correlation of brain SPECT with neuropsychological tests and P300 eventrelated
    potential. Lorberboym M, Gilad R, Gorin V, Sadeh M, Lampl Y.
    Department of Nuclear Medicine, Sackler Faculty of Medicine, Tel Aviv University, Tel Aviv, Israel. – mailadres – In 2002 wordt na Spect en neuropsychologisch onderzoek van een groep patienten met aanhoudende
    klachten( Late whiplash syndrome) geconcludeerd dat er een subgroep van patienten bestaat waarvan de klachten zijn terug te voeren op organisch hersenletsel.

    34:Laporte C/Saillant G: Lower Cervical Spine Sprains.
    In 2000 werd er een congres over traumatologie gehouden in Parijs. Ook whiplash kwam aan de orde. Conclusie: Indien de klachten aanhouden moet er rekening mee worden gehouden dat er sprake kan zijn van een ernstigerebeschadiging dan zich liet aanzien. Als er ook maar enige twijfel bestaat moet er opnieuw beeldvormend onderzoek plaatsvinden.
    Oa. werd verwezen naar de onderzoeken van Hohl en Johnson et al. Die laatste constateerde na Post-Mortem onderzoek van 22 verkeersslachtoffers dat er bij elkaar 198 laesies waren gemist met/opbeeldvormend onderzoek.Waaronder 22 tussenwervelschijfbeschadigingen en 77 beschadigingen van de facetgewrichten.
    Het verloop van goedaardige nekverstuikingen kan lang duren,aldus de onderzoekers. Nekpijn kan aanhouden en patienten kunnen alle symptomen vertonen die begin deze eeuw al door Barre en Lieou werden beschreven:
    Hoofdpijnen,tinnitus,problemen met zien en geheugenproblemen.De laatste kunnen onderdeel zijn van een flinke depressie. (Syn: Vertebro-Basilaris syndroom

    35: In sept 2002 wordt in Spine. het volgende onderzoek van Uhrenholt gepubliceerd:
    Cervical spine lesions after road traffic accidents: a systematic review. Conclusie:
    Met de huidige beeldvormende technieken kunnen beschadigingen aan tussenwervelschijven enfacetgewrichten niet zichtbaar gemaakt worden.

    36: In 2002 voerde het Neurootologisch Forschung Institut der 4-G-F een onderzoek uit naar Cervicocephalic Trauma(hoofdnek trauma),meestal aangduid als “Whiplash”.
    Reden: Ze zagen veel patienten(28%) met klachten als gevolg van cervicocephalic trauma tgv. autoongelukken.
    Volgens de onderzoekers kan het cervicocephalic trauma als volgt geclassificeerd worden:

    1:Cervicaal Syndroom: Hoofdpijnen/nekpijn,bewegingsbeperking,spierkrampen.
    In ernsige gevallen kan er sprake zijn van Torticolis(Scheefhals).
    2:Cervicobrachialgie. Bovenop de vorige symptomen komen klachten als gevoelsstoornissen,krachtsverlies,tintelingen in schouders en armen.Het syndroom kan beiderzijds zijn.
    3:Cervico-Medullar(medulla: verlengde merg) Syndroom: Indien er beschadingen van het ruggemerg optreden.
    4:Cervico encephalic syndrome: Bovenop de klachten van het cervicale syndroom komen: Scherpe hoofdpijnen,ernstige nekpijn,tinnitus,gevoeligheid voor harde geluiden,duizeligheid,onzekere bewegingen,klachten met
    zien/dubbelzien,overgevoeligheid voor licht, evenwichtsstoornissen, moeite met concentreren en denken,misselijkheid,overgeven,etc. Ongeveer 80% geneest. In de overblijvende 20% persisteren de symptomen
    behorend bij de genoemde syndromen.
    Indien na 6 weken de “disorders” nog aanwezig zijn moet worden verondersteld dat het whiplashmechanisme letsel van het Verlengde Merg of Hersenen veroorzaakte.

    37:James R. Taylor, MD, PhD
    Dr Taylor is a visiting professor at the Australian Neuromuscular Research Institute, QE 2 Medical Centre, Nedlands, Western Australia. In “The pathology of whiplash: Neck sprain” schrijft professor Taylor: “Clinical studies alone cannot adequately describe the pathology of severe whiplash, as most imaging is
    unable to demonstrate it”.

    38:P. C. Ivancic, A. M. Pearson, M. M. Panjabi, S. Ito
    Injury of the anterior-longitudinal ligament during whiplash simulation European Spine Journal, January, 2004; 13: 61-68
    Key points from this article are: Hoofdpunten:
    1) 50% van de whiplashpatienten hadden 15 jaar na ongeval nog immer chronische nekpijnklachten.
    2) Facetgewrichten zijn de hoofdoorzaak voor chronische nekpijn
    3) Dat whiplash ligamenten kan beschadigen is goed gedocumenteerd.
    4) Die beschadigingen onstaan al bij een lage versnelling van 3.5 G en komen het meest voor laag cervicaal.
    5) het ondertste gedeedlte van de nek zwiept tijdens whiplash naar acheteren waardoor er excessieve druk ontstaat op de facetgewrichten en weke delen. Daarbij kunnen de ligamenten en de tussenwervelschijven beschadigd worden.
    .6)Beschadiging van de voorste ligamenten en het
    omhulsel van de trussenwervelschijven kunnen instabiliteit en pijn veroorzaken.
    7) Beschadigde tussenwervelsachijven helen slecht.
    8)Indien de ligamneten en tussenwervelschijven niet goed genezen kan er kan dat lieden tot instabiliteit en chronische pijn.
    9)Beschadiging van een tussenwervelschijf veroorzaakt toenemende druk op de facetgewrichten. Dit kan chronische pijn veroorzaken.
    10) Het dunner van tussenwervelschijven ( degeneratie van tussenwervelschijven) veroorzaakt toenemende druk op facetgetwrichten en kan chronische “facetpijn”veroorzaken.

    39: Panjabi, Manohar M. PhD; Ito, Shigeki MD; Pearson, Adam M. BA; Ivancic, Paul C.: Injury Mechanisms of the Cervical Intervertebral Disc During Simulated Whiplash (Spine: Volume 29(11)June 1, 2004 pp 1217-1225) Voornaamste conclusies:

    1) 50% van de whiplashpatienten hadden 15 jaar na ongeval nog nekpijn.
    2) Zelfs lage snelheid aanrijdingen kunnen tussenwervelschijven beschadigen en hernia’s veroorzaken.
    3) Cervicaal niveau C5-C6 is het meest kwetsbaar voor discusletsel.
    4) Whiplashtrauma kan het degeneratieproces versnellen, met name in de 5-10 jaar na ongeval.
    5) Kleine scheurtjes in de discuswand kunnen het degeneratieproces op gang brengen.
    6) De discus(tussenwervelschijf) bevat zenuwen hetgeen betekent dat een beschadigde discus een plausible verklaring is voor nekpijn.
    7) De facetgewrichten is de oorzaak voor chronische “whiplashpijn” bij ongeveer 50% van de patienten.
    8) Beschadiging van de discuswand kan leiden tot discusdegeneratie , toenemende druk op de facetgewrichten en osteoarthritis van de facetgewrichten.
    9) Een door de whiplash ontstane beschadiging van tussenwervelschijf(ven) kan acute nekpijn en spierspasmen veroorzaken en leiden tot degeneratie van de tussenwervelschijf, osteoarthritis van de facetgewrichten en chronische nekpijn.

    40:American Acadamy of Orthopaedic Surgeons:
    “Bij ongeveer 75% van de mensen verdwijnen de klachten binnen enkele maanden. Chronische klachten dienen verder onderzocht te worden en kunnen operatief ingrijpen noodzakelijk maken”.

    41:American Association of Neurological Surgeons:
    Osteoarthritis en degeneratieve aandoeningen van de tussenwervelschijven, veelal veroorzaakt door
    slijtage van de ruggengraat, zijn normaal in de nek. Patienten die een Whiplashtrauma doormaakten hebben een zes maal grotere kans dat die afwijkingen zich ontwikkelen. Normale verschijnselen zijn oa. nekpijn, hoofdpijn, gevoelsloosheid, en tintelingen in armen of benen.

    42: – link –
    Op de site van de North American Spine Society staat over Whiplash oa: What Causes Chronic Neck Pain?
    It is usually not possible to know the exact cause of neck pain in the days or weeks after a car accident.
    We know the muscles and ligaments get strained and are probably inflamed, but they usually heal within six to ten weeks. Pain that lasts longer is usually due to deeper problems such as injury to the disc or facet joint, or both.
    Facet Joint Pain is the most common cause of chronic neck pain after a car accident. It may occur alone or along with disc pain. Facet joint pain is usually located to the right or left of the center back of the neck. The area might be tender to the touch, and facet pain may be mistaken for muscle pain. We
    cannot tell if a facet joint hurts by how it looks on an X-ray or MRI scan. The only way to tell if the joint is a cause of pain is to perform an injection called “medial branch block (MBB),” which is
    discussed below. Disc Injury can also cause chronic neck pain. The disc allows motion of the neck, but at the same time
    keeps the neck from moving too much. The outer wall of the disc (called the anulus) can be torn by a whiplash injury. This usually heals, but in some people, the disc does not heal. In that case, it might get
    weaker and hurts when stressed during normal activities. The pain comes from the nerve endings in the anulus. The disc is the major cause of chronic neck pain in about 25% of patients, and there can be both disc pain and facet pain in some people. Less often, a disc can herniate and push on a nerve. This usually causes more arm pain than neck pain. Muscle Strain of the neck and upper back can cause acute pain. However, there is no evidence that neck muscles are a primary cause of chronic neck pain, although muscles can hurt if they are working too hard to protect injured discs, joints, or the nerves of the neck or there is something else wrong that sustains the muscle pain, such as poor posture and work habits.
    Vertaling: nagenoeg identiek aan 38 en 39.

    43: In Eur Spine J. 2006 wordt een onderzoek van prof Panjabi (een van de topspecialisten op biomechanica gebied) gepubliceerd: A hypothesis of chronic back pain: ligament subfailure injuries lead to muscle control dysfunction.
    Panjabi MM. Biomechanics Research Laboratory, Department of Orthopaedics and Rehabilitation, Yale University
    School of Medicine, New Haven, CT 06520-8071, USA. – mailadres – Clinical reports and research studies have documented the behavior of chronic low back and neck pain patients. A few hypotheses have attempted to explain these varied clinical and research findings. A new
    hypothesis, based upon the concept that subfailure injuries of ligaments (spinal ligaments, disc annulus and facet capsules) may cause chronic back pain due to muscle control dysfunction, is presented. The hypothesis has the following sequential steps. Single trauma or cumulative microtrauma causes
    subfailure injuries of the ligaments and embedded mechanoreceptors. The injured mechanoreceptors
    generate corrupted transducer signals, which lead to corrupted muscle response pattern produced by the neuromuscular control unit. Muscle coordination and individual muscle force characteristics, i.e. onset, magnitude, and shut-off, are disrupted. This results in abnormal stresses and strains in the ligaments, mechanoreceptors and muscles, and excessive loading of the facet joints. Due to inherently poor healing of spinal ligaments, accelerated degeneration of disc and facet joints may occur. The abnormal conditions may persist, and, over time, may lead to chronic back pain via inflammation of neural tissues. The hypothesis explains many of the clinical observations and research findings about the back pain patients. The hypothesis may help in a better understanding of chronic low back and neck pain patients, and in improved clinical management.
    Vertaling: nagenoeg identiek aan 38 en 39.

    44) – link – … Bogduk.pdf
    Waarin Prof. Bogduk nogmaals duidelijk aangeeft dat whiplash wel degelijk aantoonbare beschadigingen kan veroorzaken en de vraag stelt hoeveel slachtoffers er wel niet rondlopen waarbij dat niet goed werd onderzocht en ten onrechte met psychogene oorzaken werden opgezadeld door “nonbelievers”.

    45: Livingston MC: Whiplash injury and Hippocrates: practical points for contemporary practioners. In 2001 schrijft MC.Livingston: De principes van Hippocrates betreffende
    observeren/luisteren/aanraken/onderzoeken/opschrijven en het rekening houden met het verleden en heden van de patient zijn hoogst relevant. In het
    byzonder voor diegenen die gevraagd worden Whiplash of Nekverstuiking te onderzoeken en/of te behandelen.

    46:Tot slot:
    In het “Medicine Journal” werd in 2001 aan dhr. Oregon K
    Hunter,Jr.MD,Consulting Staff,Department of Physical Medicine and Rehabilitation, de volgende vraag gesteld:
    “Moet de term Whiplash vermeden worden bij de medische evaluatie van een patient met een nekverstuiking?”
    Antwoord:
    ” Correct. Het gebruik van het woord Whiplash om cervicale
    verstuikingen/letsels te beschrijven kan een politieke,medisch/juridische of emotionele “bijsmaak” hebben die de aandacht voor de klinische realiteit van cervicale letsels afleidt”.

    [ Bijgewerkt 30 Jan : 14:08 ]

  9. Late Whiplash: The Controversy of Organic vs. Biopsychosocial Models
    By Arthur Croft, DC, MS, MPH, FACO

    (Author’s note: For those who attended and requested references, the following paper is an excerpt from a presentation given by Dr. Croft at the general session of the American Back Society in Orlando, Florida on December 7, 2001.)
    – link –

    [ Bijgewerkt 30 Jan : 18:35 ]

  10. Beste Melissa,

    ik weet eigenlijk niet waar je heen wilt, wat aangegeven wordt vanuit de literatuur is het onvermogen vele pat. met WAD 3/4 op het moment optimaal te behandelen. Vandaar richtlijnen of te wel guidelines die niets anders doen dan de meest up to date en EBM behandelbenaderingen en onderzoeken aan te bieden. Ook geen kookboek met het enige en juiste recept, zoals je waarschijnlijk wel weet bestaat dat dus niet. Geef dan eens aan wat in jouw ogen de betere aanpak is, of in iedergeval een voor jou wenselijke aanpak want daar heb ik nog niet veel van gezien of gehoord. Dat het allemaal zeer frustrerend is wanneer meerdere benaderingen niet werken of telleurstellende resultaten boeken is duidelijk maar er worden wel steeds meer pat. met WAD 3/4 op deze manier beter behandeld en geholpen. Waarschijnlijk bestaat de beste behandeling niet maar misschien wel voor dit moment de minst slechte!
    Echter omschrijf a.u.b. je eigen wenselijke situtie en ideeën voor een betere aanpak, ik als behandelaar ben nooit vies van nieuwe inzichten, tenminste met een gedegen onderbouwing.

    Met vriendelijke groet, Erwin Claassen

  11. Geachte Erwin,

    Is dat geen vraag van de ‘onbegrepen’ WL-patiënt voor de huisarts?
    – link –

    In de kernredactie zit verder dr. mw Verhagen verbonden aan de Erasmusuniversiteit. Wat haar betreft is WL niets anders dan “flink door je enkel gaan”.
    Zie ook: – link –

    Zoals Bredero ooit zei: “Het kan verkeren”
    [ Bijgewerkt 31 Jan : 22:41 ]

  12. Het is inmiddels wel wetenschappelijk bekend dat het menselijk brein voor c.a. 20% wordt gebruikt. Stel dat door een hyperflexie -/extentietrauma (acceleratie-/deceleratietrauma)ook de overige 80% (voor een deel) wordt aangetast, met als gevolg bizarre ‘restverschijnselen’ die o.a. Maarten Schmitt niet, nooit met zijn ‘batterijtest’ kan detecteren, laat staan dat hij en zijn promotoren een whiplash-patiënt überhaupt binnen 3 maanden na een ongeval ziet(!), dan wordt de kans alleen maar kleiner indien:

    1) Patient niet (tijdig) naar SEH wordt vervoerd c.q. klachten niet door huisarts laat registreren
    2) geen duidelijke diagnose door een fysiotherapeut wordt gesteld (bijv. cervicale hypertonie/sensorische stoornissen na einde behandeling) e.e.a. volgens richtlijn KNGF
    3) niet binnen de verzekeringeeskundige protocollen wordt doorverwezen naar een neuroloog voor verder onderzoek.

    Het is bekend dat binnen 3 a 6 maanden met geen mogelijkheid beeldvormende cervicale pathologie is uit te sluiten, zodat richtlijn WAD 1,2 ook nimmer binnen deze periode toegepast dient te worden (lees: SOLK-richtlijn).

    Indien klachten binnen 3 a 6 maanden verdwenen zijn, is geen enkele richtlijn (meer) van toepasing. Dus ook geen SOLK. Gezien de internationale literatuur over aanhoudende klachten is het van groot belang dat c.a. 1 a 2 jaar na datum ongeval de foto’s van de SEH (indien überhaupt gemaakt…(!) worden vergeleken met (vervolg)scan’s. Daarnaast dienen neuro-psychologische onderzoeken erbij betrokken te worden. (NB: niet standaard NPO’s door een revaldatie-psycholoog die geen kennis heeft van chronische wl-klachten!!)

    Kijk eens naar al die promotors van Schmitt, Buitenhuis, Vangronsveld, Blokhorst. Die hebben echt geen affiniteit met het ‘Post-whiplashsyndroom’ en het zijn ook nog eens psychologen / ‘geneeskundigen’ die in contact staan met verzekeraars (w.o.: UNIVE, UWV(=overheid!!).

    zie verder ook: – link –

    [ Bijgewerkt 01 Feb : 13:57 ]

  13. Beste Melissa,

    ik mag zo langzaam aannemen dat je zelf een patiënte bent met WAD? Ik zie weinig productiviteit in de interesse voor vernieuwing van jouw zijde. Kun je nu eens aangeven wat je wenselijke doelstelling van je boodschap is? Kritiek is altijd geplaatst mits daar een opening is voor een productieve zoektocht naar een oplossing zonder Plodermodel redenatie.
    Gaarne je wenselijke situatie voor een andere aanpak van deze patiënten groep.

    Met vriendelijke groet, Erwin Claassen

  14. WAD-patiente? Welke productiviteit bedoel je? Die van (teveel)aantal fysiotherapeutische behandelingen indien klachten niet verminderen c.q. niet (meer) binnen de richtlijn KNGF-vallen?
    En welke doelstelling zou voor jou ‘wenselijk’ zijn?
    Voor een andere aanpak kun je de conclusies trekken uit de voorgaande berichten en internationale literatuur. In deze schijnt kennelijk een richtlijn te ontbreken (WAD 3 en 4 + subgroep 2) de richtlijn KNGF beperkt zich kennelijk tot WAD 1 en 2.
    [ Bijgewerkt 02 Feb : 08:13 ]

  15. Met een goede beoordeling en een zorgvuldige registratie maakt een arts zich bij de verzekeraars niet populair. Pogingen van de patiënt of helpers tot het vinden van oorzaak van de ziekte en het bereiken van herstel worden afgewisseld met absurde medische merkwaardigheden en vergissingen. Tot opzettelijke fouten toe. Overspannenheid wordt dan bijvoorbeeld vertaald in ‘karakterzwakte’. Ernstige nekproblemen
    resulteren in een eindeloze reeks fysiotherapie. Of in jarenlange vergeefse bursitisbehandelingen aan de schouder, tot operatieve ingrepen toe. Waar hoofd- of nekletsels vaak gepaard gaan met chronische vermoeidheid, slapeloosheid, hoofdpijn en duizeligheid wordt dit afgedaan als labiel gezeur. Hersenkneuzing wordt veelal genoteerd als hersenschudding of een vage andere omschrijving. Een reeks fysieke en psychische
    klachten wordt zo bijvoorbeeld jarenlang symptomatisch behandeld
    . Alsof het professioneel besef lijkt te ontbreken, dat allereerst de chronische uitputting (overspannenheid) van de patiënt en de oorzaak daarvan zou moeten worden erkend. Tot zonneklaar blijkt dat de werkgever/verzekeraar-opdrachtgever van de onderzoekend medicus daarvan niets wilde weten.
    Bron: werkgroep1970 / 5.1 MEDISCH ZUIVER OORDEEL IN HET GEDRANG

  16. Andere fysiologische parameters

    Er zijn aanwijzingen(?) dat catastroferen rond pijn ook een verhoogde activiteit geeft in systemen als:
    Toegenomen systolische bloeddruk en versterkte hartcontracties in reactie op pijn.
    Een versterkte lumbale EMG activiteit (onder specifieke omstandigheden).
    Versterkte temporele summatie van pijn.
    Temporele summatie betekent dat een serie kort op elkaar volgende prikkels vanuit dezelfde zenuwcel elkaar versterkt. Als een zenuw een prikkel heeft doorgegeven, is deze gedurende een zeer korte tijd nog extra gevoelig voor prikkels. Dit betekent dat een kort daarop volgende prikkel niet eens de drempelwaarde hoeft te bereiken om toch door te worden gegeven aan de volgende zenuwcel. Bij temporele summatie wordt een steeds grotere hoeveelheid neurotransmitter (welke en door wie gemeten?) afgegeven door de presynaptische zenuwcel en ontstaat er in de postsynaptische zenuwcel een grotere actiepotentiaal.
    4. Een verminderde diurnal (dagelijkse) cortisol respons bij rugpijn patiënten (geeft slechte pijngerelateerde prognose).
    Catastroferen en pijngenetica
    Dit onderzoeksveld is in opkomst. Catechol-O-methyltransferase (COMT) is een enzym dat zowel het catecholamine systeem als het endogene opioide systeem beïnvloedt. Uit een onderzoek bleek dat catastroferende pijnpatiënten in combinatie met een pijnsensitief COMT genprofiel een slechtere lange termijn uitkomst hadden.
    – link –

  17. Ik zit in de knoop. Nee, niet met mezelf maar met mijn nek. Ik heb al oefeningen gedaan en met 1 kussen geslapen. Met 2 kussens. Zonder kussen. Maar het helpt nog niet. Inmiddels zit mijn schouderblad vast en lukt slapen steeds minder.

    Ik ga langs bij een kennis die masseur is. Maar ook na behandeling daar – hoe ontspannend ook – blijft mijn nek vastzitten. Fysiotherapie kan wellicht uitkomst bieden. Twee jaar geleden heeft een aantal kraaksessies goed geholpen.

    Waar ik dan naartoe ga voor de beste fysiotherapie? Naar een PlusPraktijk natuurlijk. Vroeger wist een fysiotherapeut van iedere aandoening iets af. De therapeuten in een PlusPraktijk hebben allemaal hun eigen specialisme. Zorg op maat dus. Een zeker knie is echt iets anders dan een zere nek.
    Vaak werken de zorgverleners van een Pluspraktijk ook samen met bijvoorbeeld diëtisten of artsen in ziekenhuizen, omdat sommige klachten een brede aanpak nodig hebben.

    PlusPraktijken voldoen niet alleen aan alle kwaliteitseisen van de eigen beroepsvereniging, maar kunnen die kwaliteit ook inzichtelijk maken. En dat hebben ze voor Zilveren Kruis Achmea gedaan. Zo kan elke praktijk met andere praktijken vergeleken worden. Bij de kwaliteitseisen gaat het bijvoorbeeld om de deskundigheid van de fysiotherapeuten, resultaat van klanttevredenheidsonderzoeken, een standaardprocedure voor het vastleggen en in kaart brengen van de klachten, het aantal behandelingen voor een bepaalde lichamelijke klacht. Ook belangrijk voor mij: de bereikbaarheid, openingstijden en wachttijd.

    Er zijn nu ongeveer 65 fysiotherapiepraktijken in Nederland die zich van Zilveren Kruis Achmea PlusPraktijk mogen noemen. En er komen er steeds meer.

    Deze aanpak loont, omdat er vaak minder behandelingen nodig zijn en mensen sneller herstellen. Dan kan ik in ieder geval snel weer lekker slapen ’s nachts.

    Christine Rompa,
    – link –

  18. Tip: Wil je meer weten over de relatie psyche en chronische klachten bij bv. het whiplash letsel: lees dan eens “explain pain” van David Butler.
    Of kijk eens naar deze video
    – link –

Reacties zijn gesloten.