Hoofdpijn die samengaat met nekpijn blijft raadsel

Hoofdpijn die gepaard gaat met nekklachten, zogenaamde cervicogene hoofdpijn (CEH), wordt niet veroorzaakt door een gestoord houdings- en bewegingsgevoel van de nek. Dat zeggen onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel.

- tekst gaat verder na deze advertentie -


FYGO Uitzendbureau voor de fysiotherapeut

Hoofdpijn gaat vaak gepaard met nekklachten zoals pijn en stijfheid. Dat geeft het gevoel dat de hoofdpijn vanuit de nek afkomstig is en dat die verder behandeld moet worden. Mensen met chronische nekklachten hebben regelmatig een verminderd houdings-en bewegingsgevoel van de nek. De onderzoekers gingen na of dit ook gold voor CEH.

Niet gestoord
Bij CEH is het moeilijk om de onderliggende oorzaak vast te stellen. Het radiologisch onderzoek door een röntgenfoto of CT-scan geeft vaak niets afwijkend weer. Vervolgens wordt er via klinische tests naar de onderliggende nekoorzaak gezocht.

De onderzoekers vergeleken het houdings-en bewegingsgevoel van de nek van tien patiënten met zuivere CEH met dat van 23 controlepersonen die geen nek- of hoofdpijnklachten hadden. Uit de resultaten bleek dat het houdings-en bewegingsgevoel bij CEH niet gestoord is.

Verder onderzoek nodig
De bevindingen achterhalen dat de oefenprogramma’s, die bij deze specifieke klachten aangeraden worden, een remedie zouden bieden. Voor wetenschappers betekent dit dat er verder onderzoek nodig is naar een onderliggende nekoorzaak bij mensen met CEH.

Bron: De Morgen (BE)

Advertentie:bezoek fysiovacature.nl

3 REACTIES

  1. Het houdigs en bewegingsgevoel is wellicht niet gestoord maar wel is er in elk geval bij een deel van deze mensen een verhoogde spierspanning in nekschoudergebied debet aan het ontstaan/instand houden van hoofdpijnklachten. Met EMG- myofeedbackapparatuur is eenvoudig vast te stellen hou het met het zelfregulerend vermogen tot ontspanning isn dit gebied gaat. Mijn ervaring (dus absoluut geen wetenschappelijke harde feiten) heeft geleerd dat dit bij veel van de lijders aan CEH het geval is. Als een verhoogde speierspannnig ten grondslag ligt aan deze kwaak is het reeel dat radiologisch onderzoek door een röntgenfoto of CT-scan geeft geen aanwijzingen geeft.

  2. Klinische diagnostiek van cervicogene hoofdpijn (volgens Sjaastad):
    – tekenen van cervicale betrokkenheid:
    o verminderde ROM;
    o ipsilaterale schouder-/armpijn;
    o uitlokbaarheid middels beweging/houding CWK;
    – zijdeconsistente unilateraliteit;
    – te bevestigen middels anaesthesieblok
    Niet te verwarren dus met tension-type headache (zie IHS classificatie voor diagnostiek).

    De resultaten in dit onderzoek (geen veranderde gewrichtszin aantoonbaar) komen overeen met die van Zito (2005), echter rechtvaardigen niet direct de conclusie dat een oefentherapeutische interventie niet zinvol is. Dit wordt ook bevestigd door een RCT van Jull in 2002, waarin het effect van oefentherapie bij deze subgroep juist wel is aangetoond.

  3. Mijn ervaring is dat hieraan vaak een hypermobiliteit met als gevolg instabiliteit aan ten grondslag ligt. Wat zijn jullie ervaringen hiermee?

Reacties zijn gesloten.