zaterdag 16 oktober, 2021

Verklaringsmodel fysiotherapie/manuele therapie

Weergave van 18 geneste reacties
  • Auteur
    Berichten
    • #6060

      Beste collega’s,

      Naar aanleiding van een nieuwsbericht op FysioForum over de ‘Macedonische Behandelmethode’ bij CRPS-1 – link – , heeft zich aldaar een levendige discussie ontwikkeld.
      Deze plaats is daartoe, vanwege de extra mogelijkheden, geschikter.
      Ik moet nog even uitvogelen hoe via knippen en plakken van de staart van discussie bij de nieuwsberichten hier op een goede wijze deze discussie verder gevoerd kan worden.

      Met collegiale groeten,
      Peter van der Salm.

    • #6245
      Edwin de Raaij
      Bijdrager

      Een kleine bijdrage van mijn kant.
      Je kunt pas gaan verklaren als je weet welke factoren een rol zouden kunnen spelen. We kennen (over het algemeen) de dagelijkse praktijk nog te weinig om over te gaan tot verklaren. Eerst maar eens de praktijk goed gaan beschrijven => meten!

      een vriendelijke groet,
      Edwin

    • #6246

      Beste Edwin,

      Op het gevaar af te veel weg te drijven van het onderwerp wil ik je zeggend at je hebt gelijk hebt met jouw voorgaande bijdrage.
      Ik zal er toch even kort op ingaan.

      Ooi theb ik geleerd dat klinisch redeneren 4 analyseniveaus kent:

      – het verhaal van de patiënt
      – klinische diagnostiek
      – verklaringsmodellen
      – filosofische aannemes

      Ik probeer aan de hand van een door collega Ben Schuvall ingebrachte casus -was weer een vervolg op mijn verklaringsmodel van fysiotherapie- via klinisch redeneren achter zijn verklaringsmodel te komen.
      Een verondersteld verklaringsmodel kan weer stof opleveren om te gaan meten ter verificatie.
      Dit voorkomt ‘meten om het meten’.
      Omgekeerd kan meten zelf weer stof opleveren voor een nadere invulling van een verklaringsmodel en beiden kunnen elkaar dus bestuiven.

      Laten we maar eens kijken wat de verdere discussie/klinisch redeneren over de ingebrachte casus oplevert.
      Graag ook jouw bijdrage vanuit je scherpe blik.

      Met collegiale groeten,
      Peter van der Salm.

    • #6247
      Salm wrote

      Beste Edwin,

      Op het gevaar af te veel weg te drijven van het onderwerp wil ik je zeggend at je hebt gelijk hebt met jouw voorgaande bijdrage.
      Ik zal er toch even kort op ingaan.

      Ooi theb ik geleerd dat klinisch redeneren 4 analyseniveaus kent:

      – het verhaal van de patiënt
      – klinische diagnostiek
      – verklaringsmodellen
      – filosofische aannemes

      Ik probeer aan de hand van een door collega Ben Schuvall ingebrachte casus -was weer een vervolg op mijn verklaringsmodel van fysiotherapie- via klinisch redeneren achter zijn verklaringsmodel te komen.
      Een verondersteld verklaringsmodel kan weer stof opleveren om te gaan meten ter verificatie.
      Dit voorkomt ‘meten om het meten’.
      Omgekeerd kan meten zelf weer stof opleveren voor een nadere invulling van een verklaringsmodel en beiden kunnen elkaar dus bestuiven.

      Laten we maar eens kijken wat de verdere discussie/klinisch redeneren over de ingebrachte casus oplevert.
      Graag ook jouw bijdrage vanuit je scherpe blik.

      Met collegiale groeten,
      Peter van der Salm.

    • #6248

      Hieronder knip- en plakwerk van de discussie uit de Nieuwsgroep.
      Ik hoop dat we hiermee verder kunnen.
      Voeg gerust iets toe als ik niet compleet genoeg geweest ben.

      Peter van der Salm.

      Casus ingebracht door collega Ben Schuvall

      Een hordeloopster (21 jr) op hoog niveau, gaat bij het hordenlopen door haar enkel, doordat ze met haar voet een horde raakt en hierop landt.De enkel werd direct dik en stijf, ze kon de voet wel belasten, maar niet meer afwikkelen. In eerste instantie is zij door de sportfysiotherapeut en de sportarts gezien, deze constateerden geen complicaties als fracturen etc. Ze hebben de enkel, terecht, geclassificeerd als een regulier inversietrauma…. Aanvankelijk was er een normaal beloop, toen echter na 3 wkn de training op laag niveau hervat werd, kreeg ze toch nog pijn aan de ventrale zijde van het BSG en aan de mediale malleolus. Vooral als ze normaal wilde afwikkelen. De aanwezige fysiotherapeut onderzocht de enkel, maar vond geen afwijkingen en vertelde dat ze gewoon op aangepast niveau kon doortrainen. De hordenloopster zelf was het hier mee eens en besloot, in samenspraak met de sportarts en fysio, de training eerst even anders aan te pakken. Uiteindelijk bleek nu na 5 wkn dat het niet wilde vlotten. Ze werd naar de orthopeed gestuurd die de enkel onderzocht, een MRI maakte en concludeerde dat ze een ventrale impingement van het BSG had, mogelijk moesten er wat osteofyten verwijderd worden…..Echter, de MRI liet geen duidelijke osteofytose zien….
      Vervolgens heeft ze 4 maanden getraind in een SMA, (FT: belastbaarheidtraining, frictie, massage, rekken musculatuur) , tevens onder begeleiding, maar ze kon maar niet vooruit komen in de belastbaarheid. Uiteindelijk is haar geadviseerd het hordenlopen te stoppen en een andere sportactiviteit te zoeken……..
      Via via probeerde ze nog een consult in te winnen in onze praktijk….Onderzoek: eindstandige dorsaalflexie beperking in het BSG, stoornissen in de translatie van de talus naar dorsaal.
      Tevens bewegingsstoornissen in het OSG, syndesmosis tibio fibulare.
      Het komt er uiteindelijk op neer dat deze patiënte na 2 behandelingen al weer, hetzij op een lager niveau, pijnloos kon hordenlopen. Na driekwart jaar zat zij weer op haar oude niveau……

      Aanvullende vragen van Peter van der Salm

      1. Wat is precies op weefselniveau de schade (geweest?) die
      de orthopeed vastgesteld heeft?
      2. Wat is jouw klinisch redeneren bij deze casus?

      Antwoord van Ben

      Met bovenstaande casus wil ik duidelijk maken dat beliefs en bewegen door de pijn (kortom, jouw opvatting, Peter) en het lokaal gericht behandelen elkaar zeker niet bijten, zelfs mogelijk elkaar aanvullen.
      Echter, mijns inziens is in deze casus van alle stoornissen (zelfs “mis-“concepties in de beliefs) de arthrogene stoornis en dientengevolge verdere arthrogene veranderingen in en rond het enkelgewricht, de belangrijkste belemmering voor herstel vormden. Patiënte heeft immers al eerder in het SMA geprobeerd om door de pijn te bewegen; zij heeft alleen al die tijd een restrictie gevoeld waar zij zelf niet doorheen kon bewegen, ze had het wel het idee dat dit mogelijk moest zijn en dat er geen duidelijke pathologie aan ten grondslag lag. Verder durfde zij wel de beperking op te zoeken, maar zodra zij een bepaalde grens overschreed, werd de enkel dikker, de pijn bleef gelijk…..
      Na de eerste behandeling kon zij weer een pijnvrije belaste dorsaalflexie maken……. Je zou nog kunnen beweren dat mijn overtuigingskracht haar over de streep heeft getrokken, maar eerlijk gezegd lijkt me dat niet aan de orde. Ik heb haar alleen voor en na de behandeling laten voelen hoe de actieve belaste dorsaalflexie verloopt: 100% verschil…

      Zoals ik al schreef is dit geen ongewone casus, ik denk dat dit geldt voor veel collega’s die functioneel (arthrogeen/ myogeen/ neurogeen) denken……
      Deze kennis weggooien??? Wat mij betreft zeker niet!!!!!

      Tweede antwoord van Ben:

      1. De orthopeed constateerde een artritisbeeld van de enkel, in het bijzonder het BSG. Hij kon op de MRI geen kraakbeendefecten vinden. Hij vermoedde een kapsel-bandlaesie. Volgens hem: door verkeerde opbouw training bleef de enkel reactief. Verder vermoede hij een ventrale impingement, maar kon hiervoor geen pathologisch substraat vinden.

      2. a) Empirisch gezien wordt er vaak gesproken van een rotatiestand van de talus a.g.v. een inversietrauma. De talus staat enigszins gedraaid in de crurale vork, waardoor er abnormale belasting ontstaat in het gewricht. Kenmerkend daarbij is dat de pijn vaak ventraal, aan de bovenrand van de talus zit, en aan de mediale malleolus, vooral bij belasten en dorsaalflecteren.
      2. b) Objectief bezien: door de traumatische artritis ontstaat een bewegingsbeperking naar dorsaalflexie, mogelijk door verstoorde translaties tussen talus en cruris. Deze bewegingsbeperking leidt uiteindelijk tot een structurele aanpassing van het gewricht: verstoorde translatie in combinatie met capsulaire verkorting. Bij het gaan belasten van het gewricht ontstaan er puntbelastingen waardoor een eventuele artritis weer naar boven komt……
      Een belaste actieve dorsaalflexie laat duidelijk een verminderde bewegingsuitslag zien tussen aangedane en niet aangedane zijde.
      Een high velocity thrust in de axiale richting van het gewricht, soms ook wel J-stroke manipulatie genoemd (omdat de tractie in een J richting gaat)geeft een rekprikkel aan het gewrichtskapsel en heft een eventuele translatiestoornis op, meestal wordt dit gevolgd door een translatiemobilisatie van de talus tov de cruris.
      (empirisch gezien: de rotatiestand van de talus wordt opgeheven). Resultaat: een directe bewegingsverbetering bij de actieve belaste dorsaalflexie. De enkel wordt weer trainbaar.

      Vragen van Peter van der Salm

      Ik heb geen verstand van manieren van denken maar kan wel proberen in klinisch redeneren mee te gaan want daarover verschillen we volgens mij niet van mening.

      1. De orthopeed heeft via beeldvormende techniek geen tekens gevonden. Welke tekens heeft hij daarbuiten wel gezien en hoe verifieerbaar is dat anders dan b.v. ‘de patiënt zegt dat..’?

      2. Waarom en welk ‘soort’ traumatische artritis leidt tot een bewegingsbeperking?
      Als ik namelijk een verse zie is aanvankelijk de bewegingsbeperking functioneel ter tijdelijke bescherming van de beschadiging (bij een lokale pijnverdoving is een dergelijke beperking als sneeuw voor de zon verdwenen).
      Indien daarna op geleide van het weefselherstel weer functioneel bewogen wordt, zie ik geen blijvende beperking (indien het weefsel volledig kan herstellen).

      2. in welke mate heb jij kunnen objectiveren wat patiënte zegt over haar behandeling elders?

      3. Op microniveau in een gewricht is het inderdaad zoals jij stelt met de verstoorde biomechanica en er is in deze casus evident een relatie tussen jouw interventie en herstel en dat is voor de patiënte in kwestie het belangrijkst.
      De vraag is echter hoe je dit verklaren kan in het kader van mijn bovenstaande vragen want het gaat mij te ver om Hahnemann te citeren ‘Wer heilt hat Recht’.

      4. Is er wetenschappelijk bewijs dat, al dan niet slechts geldend voor een specifiek soort van gewrichtsbewegingsbeperking, jouw passieve mobiliserende techniek superieur is aan functioneel bewgingsgrensoverschrijdend bewegen?

      Antwoord van Ben

      1. De orthopeed heeft via beeldvormende techniek geen tekens gevonden. Welke tekens heeft hij daarbuiten wel gezien en hoe verifieerbaar is dat anders dan b.v. ‘de patiënt zegt dat..’?

      Hydrops, functiebeperking van de enkel naar dorsaalflexie
      2. Waarom en welk ‘soort’ traumatische artritis leidt tot een bewegingsbeperking?
      Als ik namelijk een verse zie is aanvankelijk de bewegingsbeperking functioneel ter tijdelijke bescherming van de beschadiging (bij een lokale pijnverdoving is een dergelijke beperking als sneeuw voor de zon verdwenen).
      Indien daarna op geleide van het weefselherstel weer functioneel bewogen wordt, zie ik geen blijvende beperking (indien het weefsel volledig kan herstellen).

      Ik neem aan dat je een structurele bewegingsbeperking bedoelt, buiten de “normale beperking” passend bij een (traumatische) artritis…. Waarom en welk soort?
      Dat zal afhangen van de aard van het trauma, de aard van de schade, eventuele ziekteprocessen binnen de patiënt, illnessbeliefs van de patiënt, gedrag etc. etc. ( Echter, dit lijkt me basis fysiotherapie) Waarom? compensatie op lokaal of regionaal niveau, vormveranderingen van het kapsel (crosslinking in de collageen vezels) Angst etc etc…
      Kijk eens in het boekje van JJ de Morree, “dynamiek van het menselijk bindweefsel”, daar staan een heleboel opnamen met elektronenmicroscoop van collagene vezels die crosslinks vormen.

      De rest van mijn antwoorden volgen nog.

    • #6249
      Ben
      Bijdrager

      Bedankt voor het verplaatsen van het forum, Peter! !lol :D

      2. in welke mate heb jij kunnen objectiveren wat patiënte zegt over haar behandeling elders?

      Allereerst het verhaal van de dame zelf, daarnaast de gemaakte verslagen aan de huisarts van de andere hulpverleners, het rapport van de orthopeed aan de huisarts.
      Patiente was zelf zo vriendelijk geweest om dit allemaal mee te nemen.

      3. Op microniveau in een gewricht is het inderdaad zoals jij stelt met de verstoorde biomechanica en er is in deze casus evident een relatie tussen jouw interventie en herstel en dat is voor de patiënte in kwestie het belangrijkst.
      De vraag is echter hoe je dit verklaren kan in het kader van mijn bovenstaande vragen want het gaat mij te ver om Hahnemann te citeren ‘Wer heilt hat Recht’.

      • Allereerst zou mijn verklaring mechanisch zijn. Er bestaat een bewegingsbeperking naar dorsaalflexie van het bovenste sprong gewricht. Patiente is niet in staat om daar zelf doorheen te bewegen, daar het afysiologisch bewegen in het gewricht voortdurend een arthritis oproept. (hier is dus geen spake van gewoon door de pijn heen bewegen…) Door mijn mechanische handelingen (mobilisatie cq manipulatie) verbeter ik de mobiliteit in het gewricht, waarschijnlijk verbreek ik crosslinks in de collagene vezels die ontstaan zijn in de loop van de tijd.

      • Verder is er tevens een arthrokinetische verklaring:door afysiologisch bewegen in een gewricht ontstaat er een reflexkring die mogelijk een bepaalde “kramp”stand teweeg brengt in en rond het gewricht. Een manipulatie doorbreekt deze reflexkring, daar het fysiologisch bewegen in het gewricht hersteld wordt

      • Daarnaast zijn er tevens verklaringsmodellen op spinaal en supraspinaal niveau
      4. Is er wetenschappelijk bewijs dat, al dan niet slechts geldend voor een specifiek soort van gewrichtsbewegingsbeperking, jouw passieve mobiliserende techniek superieur is aan functioneel bewgingsgrensoverschrijdend bewegen?

      Kortweg, nee! Er zijn wel onderzoeken die aantonen dat mobiliseren cq manipuleren een beter effect geven dan andere fysiotherapeutische technieken, maar er is geen specifiek vergelijk gemaakt met functioneel bewegingsoverschrijdend bewegen versus manuele mobilisaties cq manipulaties….. Althans, niet dat mij dit bekent is…….Misschien dat Edwin iets weet?
      Kortom, wetenschappelijk gezien kunnen we hier nog geen uitspraken over doen. Empirisch beschouwd en vanuit mijn eigen klinische ervaring kan echter zeggen dat het uitermate effectief is. Functioneel bewegingsoverschrijdend bewegen is naar mijn idee gewoon niet mogelijk bij bovenstaande casus, daar er voortdurend in eerste instantie door patiente geprobeerd is om normaal te lopen en de dorsaalflexie belast te trainen, echter, dit gaf voortdurend duidelijk objectiveerbare arthritischvershijnselen.
      De reden waarom ik bovenstaande casus tevens heb opgegeven is omdat er tegen patiente uiteindelijk gezegd is dat ze mogelijk een posttraumatische dystrofie had (door huisarts)…..

      Groeten,

      Ben

    • #6250
      Edwin de Raaij
      Bijdrager

      Een van de moeilijkheden om een goed beeld van de MT uit literatuur te verkrijgen is de heterogeniteit van de onderzochte populaties en het aantal verschillende toegepaste MT-technieken en . Ik heb vorig jaar als studieopdracht een review geschreven:

      Chronisch nekpijn; een systematische review naar de werkzaamheid van manuele therapie in vergelijking met oefentherapie.
      Samenvatting
      Inleiding
      Nekpijn is een veel voorkomende klacht in de Nederlandse samenleving. Onderzoek naar
      effectieve therapieën wordt volgens de gezondheidsraad bemoeilijkt door heterogene
      populaties en grote variatie aan interventies. Deze review inventariseerd het verschil in het
      effect tussen 2 specifieke therapieën, manuele therapie en oefentherapie bij chronisch
      nekpijn. Gekeken is naar lange termijn effecten op nekpijn, algemeen dagelijks leven en door
      de patiënt ervaren beperking.
      Materiaal en methode
      Randomized controlled trials zijn gezocht in de databases van PEDro, Pubmed, Cochrane,
      CINAHL, Ebsco, Embase en Mantis. Er is een kwalitatieve methodologische analyse gemaakt
      met behulp van de PEDro-score en de van Tulder lijst. De klinische relevantie is bekeken en
      de best beschikbare evidentie is beoordeeld met de ‘best levels of evidence’.
      Resultaten
      Er is sterk bewijs (4 hoog kwalitatieve RCT N=830) dat er geen verschil is in lange termijn
      effect tussen manuele therapie en oefentherapie bij patiënten met chronisch nekpijn,
      gemeten aan nekpijn, algemeen dagelijks leven en patiënt ervaren beperking. Er zijn
      aanwijzingen voor een grotere patiënttevredenheid en betere kosteneffectiviteit ten gunste
      van de manuele therapie.
      Discussie
      Ondanks de goede methodologische kwaliteit van de geïncludeerde studies moet
      voorzichtig omgegaan worden met de generaliseerbaarheid van deze studie. Een manueel
      therapeut zal vanuit zijn spreekkamerwerkelijkheid onvoldoende herkenning hebben in de
      gedefinieerde populatie, in vervolg onderzoek dient hier meer aandacht voor te zijn.

      Voegt dit iets toe?
      groet,
      Edwin

    • #6251

      Beste Edwin,

      Gisterenavond onder leiding van collega Jan Pool een analyse voorgeschoteld gekregen van het denk- en beslisproces dat geleid heeft tot het proefschrift van collega Hoving over hetzelfde onderwerp.
      Ook hier deed zich de vraag voor wat manuele therapie en fysiotherapie (oefentherapie) nu precies zijn.
      Mij viel direct op dat voor deze studie in de vergelijkende groep die met ‘fysiotherapie’ behandeld werd, de fysiotherapeuten verboden werd mobiliserende technieken te gebruiken en werd aldus het contrast kunstmatig groter.
      Dit werd verantwoord omdat het KNGF nu eenmaal de mobilisrende technieken als competentiegebied van de MT beschouwt.

      Een manueeltherapeut (wie is dat?) zal inderdaad vanuit zijn spreekkamerwerkelijkheid met een verklaringsmodel moeten komen (volgens mij gaat het net als in de fysiotherapie om het weer meer laten bewegen -al dan niet ondersteund door passieve technieken- van patiënten) en op grond daarvan tot een populatiedefinitie komen die vervolgens geincludeerd kan worden voor nader onderzoek.

      Met collegiale groeten,
      Peter van der Salm.

    • #6252

      Beste Ben,

      Feiten blijken soms geen feiten te zijn ‘de patiënt zegt dat de dokter zegt dat..’ i.p.v. ‘de dokter zegt….’ of soortgelijke voorbeelden.
      Gebeurt niet doelbewust maar kan een casus wel kleuren.
      Wellicht voor onze vervolgdiscussie niet van belang.

      het afysiologisch bewegen in het gewricht voortdurend een arthritis oproept. (hier is dus geen spake van gewoon door de pijn heen bewegen…) Door mijn mechanische handelingen (mobilisatie cq

      Bestaat er misschien een speciaal ‘soort artritis’ want:

      1. Genoeg patiënten die zonder hulp van therapeuten goed herstellen van een
      gewrichtsbewegingsbepering na een traumatische artritis.

      2. Genoeg patiënten die herstellen met mobiliserende oefentherapie, al dan niet functioneel.

      3. Genoeg patiënten gezien met blijvende gewrichtsbewegingsbeperkingen zonder artritis en zonder klachten.

      4. Waarom zou de evolutie een organisme hebben voortgebracht dat bij een gewrichtsbewegingsbeperking (een
      vrij basaal natuurlijk schaderisico), hierbij de noodzakelijk hulp van een ander nodig heeft?

      5. Op de boerderij heb ik veel dieren na een trauma of OK van een veearts prachtig zien herstellen zonder welke
      verder hulp dan ook.
      Moeten we ook dieren manipuleren?
      Ik begrijp dus niet waarom dierenfysiotherapie bestaat.

      Ik veronderstel dat inderdaad het mobiliseren het grootste aandeel levert in de meerwaarde van MT t.o.v. fysiotherapie indien fysiotherapeuten niet mogen mobiliseren zoals in de onderzoekingen van Hoving en Hoeksema.
      Om hiervoor een aparte beroepstitel (MT) en verrichting (manipulatie) te voeren vind ik overdreven en verwarrend.

      Mijn verklaringsmodel:

      Waarom roepen patiënten hulp in van een fysiotherapeut?
      Ze hebben een klacht op het gebied van bewegen (ons domein) en willen allereerst een aantal dingen weten: diagnostiek.
      Als er vervolgens behandeling nodig is komt dit omdat cognitie, (bewegings-)gedrags- en geestelijke kenmerken van de patiënt te kort schieten (onderdeel van het onderzoek) en dit noem ik de ‘plusfactoren’ bovenop de strikt biomedische diagnose.
      Behandeling vindt plaast met de verrichtingen communicatie, oefentherapie en massage geënt op die biomedische diagnose, maar vanuit die ‘plusfactoren’.
      Als er op het niveau van die ‘plusfactoren’ geen belemmeringen zijn, is behandeling dus niet nodig.
      Dit is vooralsnog voor mij het verklaringsmodel van de werkzaamheid en nut van fysiotherapie.
      Ik doe dus hetzelfde als jij (b.v. passief bewegen maar dan om b.v bewegingsangst te overwinnen) maar vanuit een ander verklaringsmodel en zonder de verwarrende titel manuele therapie.

      Met collegiale groeten,
      Peter van der Salm.

    • #6253
      Edwin de Raaij
      Bijdrager

      Beste Peter,

      een verklaringsmodel impliceert een aantal bevestigde verbanden en theorieën.
      Jij bevraagt de MT vaak naar bewijs voor de verondersteldde verbanden. Wat is jou antwoord op diezelfde vragen als je ze op jou verklaringsmodel loslaat?

      Kortom wat maakt jou interpretatie van de werkelijkheid anders dan die van de MT?

      groet,
      Edwin

    • #6254

      Beste Edwin,

      Ik neem op het domein fysiotherapie een aantal zaken waar die ik in een model plaats en probeer te verklaren.
      Dat ik hiermee voor mijn dagelijks werk goed mee uit de voeten kan zegt uiteraard lang niet alles.
      Onderzoek zal/zou moeten uiitwijzen of dit een houdbaar model is.
      Dit verklaringsmodel kan en moet ook sturing geven aan het opzetten van onderzoek.
      Voorlopig kan ik alleen maar betogen dat het mij op belangrijke onderdelen plausibel lijkt en niet meer, maar ook niet minder dan dat.
      Dat ik hier regelmatig MT bijhaal is niet om te schoppen, maar omdat een volledig van de therapeut afhankelijke mobilisatietechniek hier niet inpast.

      Misschien grijp ik als een beetje autodidact veel te hoog om van een verklaingsmodel te kunnen spreken.

      Met collegiale groeten,
      Peter van der Salm.

    • #6255
      Edwin de Raaij
      Bijdrager

      Peter,

      maak je hier niet een denkfout?
      Jij neemt een aantal zaken waar. Daar koppel je een model aan.
      De MT mobilisatie techniek behoort niet tot de zaken die jij waarneemt => logisch dat deze niet in je model past. Dat ligt niet aan de mobilisatie techniek maar aan je model.

      Stel ik zie geen kleuren. Ik maak een zwart/wit model van de wereld.
      Iemand zegt dat er ook groen in hoort => past niet in mijn model.
      Dat ligt niet aan de kleur groen maar aan mijn model. (ergo aan mijn beperkt vermogen tot waarnemen)

      groet,
      Edwin

    • #6256

      Beste Edwin,

      maak je hier niet een denkfout?
      Jij neemt een aantal zaken waar. Daar koppel je een model aan.

      Neem een willekeurig voorbeeld als de evolutietherorie; Darwin nam waar en heeft dat geordend/vastgelegd in een theorie.
      Omdat deze theorie (= model?, ik weet niet goed het verschil) toch genoeg onderzoekers plausibel leek is men daar naderr onderzoek naar gaan doen.
      Volgens mij heb ik een soortgelijke actie opgezet.

      De MT mobilisatie techniek behoort niet tot de zaken die jij waarneemt

      Hier begint al de moeilijkheid want ‘dè mobilisatie tecchniek’ bestaat niet en omdat ze allen succes claimen veronderstel ik een gemeenschappelijke factor.
      Verder heb ik het in de praktijk door anderen zien toepassen en volg ik hier en daar de literatuur.
      Let wel., en wellicht overbodig dit nog een keer te zetten, dat wanneer ik critisch ben t.a.v. de manuele therapie, ik het slechts heb over de verklaring en exclusieve werkzaamheid van de ‘manipulatie’.
      Heel veel andere kennis in de manuele therapie is uiterst zinvol voor iedere fysiotherapeut die een grotere expert wil worden en daarom zal ik er op het a.s. MT-congres weer bijzijn (als dat mag !lol ).

      Ik heb mijn model (theorie?) de nodige stellingen ingenomen en wacht discussie op die onderdelen af.
      Hoe plausibel is dat model?
      Zijn er nu al evidente gaten in te schieten?
      Zijn er ontwikkelingen die in dit model passen?

      Een bekend voorbeeld: ik heb gesteld dat alle zwanen wit zijn, wie komt met bewijs dat er een zwarte is?

      Met collegiale groeten,
      Peter van der Salm.

    • #6257
      Edwin de Raaij
      Bijdrager

      Peter,

      zet een bril op die alleen wit doorlaat, logisch dat je alleen de witte zwanen ziet.
      Neem wat afstand en probeer je model eens door een andere bril te bekijken.

      Maar zo draaien we in een kringetje rond. Je hebt geen concreet antwoord gegeven op mijn vraag:
      “Jij bevraagt de MT vaak naar bewijs voor de verondersteldde verbanden. Wat is jou antwoord op diezelfde vragen als je ze op jou verklaringsmodel loslaat?”

      groet,
      Edwin

    • #6258

      Beste Edwin,

      Het gaat volgens mij niet om ‘in een kringetje ronddraaien’, maar om een andere insteek.
      Het onderzoek van Hoving en Hoekstra (als voorbeelden) geven alleen aan dat bij hun uitgeselecteerde patiëntenpopulatie de aldaar gegeven MT (iets) beter werkt dan de aldaar gegeven fysiotherapie.
      Een verklaring (waarom?) wordt er niet mee gegeven of bewezen, en voor een aantal doelen is dat ook niet van belang ( b.v. een zorgverzekeraar: ‘wat maakt het uit hoe het verklaard moet worden, het is in ieder geval goedkoper’; een patiënt: ‘als ik er maar beter van opknap’).

      Een wetenschapper echter zal volgens mij naar een verklaringsmodel zoeken om hiermee ten aanzien van andere patiëntenpopulaties en aandoeningen te kunnen voorspellen en generaliseren.

      Ik heb vooralsnog geen enkel bewijs waarom mijn model ‘waar’ zou zijn zolang niet specifiek onderzoek is gedaan op basis van de uitgangspunten hiervan.

      (Je weet dat ik nog basaler bijna intuitief t.a.v. gezondheidbeinvloeding 3 interventies hanteer: chirurgisch, medicamenteus en gedragsbeinvloeding.

      Ik heb slechts n.a.v. allerlei casussen (in deze discussie staat die van collega Ben Schuvall als vertrekpunt centraal) gepoogd deze naar mijn model te verklaren en heb hierbij o.a. zijdelings onderdelen aangehaald uit andere vakgebieden.

      Als we nu het micro-niveau nemen van de ingebrachte casus alhier, en deze plaatsen naar mijn model (meso-niveau), vindt je dan tegenstrijdigheden?
      Vindt je dan het traditionele MT-verklaringsmodel plausibeler of het mijne?

      Met collegiale groeten,
      Peter van der Salm.

    • #6259
      Edwin de Raaij
      Bijdrager

      Peter,

      het ene model is niet beter dan het andere.
      Beschrijven, verklaren en voorspellen de fases die de fysiotherapie moet doorlopen. We zitten in de beschrijvende fase (algemeen gesproken). Dat betekent dat verklaren en voorspellen een stap te ver is.

      Wat betreft modellen is het fijn als je om je heen kijkt en gebruik maakt van wat er is. We hoeven toch niet een ‘fysiotherapeutisch wiel’ uit te vinden om vooruit te komen.
      Mijn insteek is om de dagelijkse praktijk te beschrijven aan de hand van gangbare, geaccepteerde modellen. laten we eerst maar eens verbanden leggen alvorens te gaan verklaren.
      Voor een discussie over verklaringsmodellen missen we plausibele argumenten.

      Voorbeeld:
      in de fysiotherapie is het gangbaar om bij gedragsverandering o.a. uit te gaan van de coping stijl van de patiënt. Nooit is vastgesteld of en zoja hoe dat werkt. Buiten de fysiotherapie zijn aanwijzingen dat coping niet zo’n belangrijke rol speelt bij gedragsveranderingen.

      Veel is onduidelijk, laten we bescheiden zijn en eerst eens opschrijven wat we doen en welk effect het heeft.

      groet,
      Edwin

    • #6260

      Beste Edwin,

      Ik zag nu pas dat jouw bericht op pagina ‘2’ staat.

      Een model (of theorie, ik weet niet of hier verschil in is?) met de best voorspellende waarde na een interventie zou ik de beste vinden.

      Wat noem jij gangbare en geaccepteerde modellen?

      Hoe zou je die toepassen op de onderhavig casus hier en heb je een antwoord op de aldaar door mij gestelde vragen?

      Ik hoop overigens niet dat collega Ben Schuvall door ons intermezzo niet wegblijft uit de discussie.

      Met collegiale groeten,
      Peter van der Salm.

    • #6261

      Beste Edwin,

      Nog wat tussendoor zolang de casus nog niet besproken wordt.

      In het gratis blad ‘InFysio’ staat een kort lezenswaardig artikel van collega Wim Hullegie.
      Hij constateert dat momenteel de focus wat betreft wetenschappelijk onderzoek in de fysiotherapie zich vooral richt op het beantworoden van de vraag ‘of’ het werkt en minder op ‘hoe’, en dat er meer evenwicht in moet komen.

      Met collegiale groeten,
      Peter van der Salm.

    • #6262
      Edwin de Raaij
      Bijdrager

      Peter,

      ik heb de afgelopen 2 jaar een paar colleges gevolgd bij collega Hullegie. Een insprirerende man met een helicopter blik.
      Als filosoof is het logisch dat hij geïnteresseerd is in het ‘hoe’. Voor de fysiotherapie vind ik dat ook belangrijk. Fundamenteel onderzoek zal daarin sturend kunnen zijn.
      Het een sluit het ander niet uit. Maar het ‘of’ is een stap die door het praktijkveld zelf gemaakt kan worden. Bij het ‘hoe’ moeten ook leentjebuur spelen bij aanpalende disciplines.

      groe,
      Edwin

Weergave van 18 geneste reacties
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
- Advertentie _


FYGO uitzendbureau voor de fysiotherapeut