Radiculair vs Pseudoradiculaire pijn

Weergave van 7 reactie threads
  • Auteur
    Berichten
    • #11070
      Avatar fotoSasfokkens
      Deelnemer

      Beste allemaal,

      Ik ben een studente fysiotherapie en loop op dit moment full time stage. Ik kom in de praktijk veel klachten tegen waarbij radiculaire of pseudoradiculaire pijn bij aanwezig is, op school hebben we hier wel wat over geleerd, maar beide begrippen worden nergens heel concreet beschreven.
      Zou iemand mij het verschil kunnen uitleggen of mij een artikel/uitleg/verwijzing naar een boek/site of iets wat maar met deze 2 soorten pijnen te maken heeft kunnen sturen, wat iets concreter is?

      Alvast bedankt!

      Vriendelijke groet,

      Saskia Fokkens

    • #11122
      Avatar fotoarija
      Deelnemer

      Beste Saskia.

      Rob vroeg me jouw vraag te beantwoorden. Nou, bij deze mijn reactie. Ik zal even uitleggen dat ik deze info niet even uit mijn mouw schudt (zo slim ben ik niet), maar ik ben vorig afgestudeerd voor de manuele therapie. Al die 4 studiejaren heb ik de kennis bij elkaar gevoegd en dan krijg je onderstaande info.

      Ik hoop dat je er iets aan hebt. Als je iets niet snapt, dan kun je me altijd om uitleg vragen. Geen probleem, vind ik ook leuk.

      Groetjes Arija Zeedijk

      #PSEUDORADICULAIR SYNDROOM:

      *Als een laesie die aanleiding geeft/heeft gegeven tot het ontstaan van een segmentale stoornis in een axiaal gelegen structuur gelokaliseerd is/was.

      *Wordt veroorzaakt door secundaire hyperalgesie (ACHTERHOORN RM.).

      *Kenmerken:

      a. uitgebreid gebied van r.p. in de myotomen;

      b. r.p. heeft een uitstralend karakter en wordt in de extremiteiten van proximaal naar distaal ervaren (alsof er een wortel klem zit);

      c. geen prikkeling van 1 of meerdere wortels;

      d. pijnsensaties kunnen een gevolg zijn van een stoornis in de functionele relatie tussen de gewrichten en de spieren die deze gewrichten direct of indirect bewegen.

      #RADICULAIR SYNDROOM:

      =de laesie van 1 enkele wortel wordt veroorzaakt door druk of rek.

      *Symptomen:

      – à circumscripte omschrijving van het ‘aangedane’ gebied

      – beenpijn > rugpijn

      1. pijn in het uitbreidingsgebied van de betreffende wortel;

      2. sensibiliteitsstoornis; deze betreft het meest uitgesproken de algesie (=pijngevoeligheid­) volgens de dermatomen: a. hyperaesthesie;

      b. hypo-aesthesie;

      c. paraesthesie = stoornis in de gevoelswaarneming, zonder dat er prikkelingen, kriebelingen,

      jeuk of tintelingen worden waargenomen.

      d. anaesthesie.

      3. motorische uitval overeenkomstig de radiculaire innervatie van de K-muscles.

      4. Uitval van spierrekkingsreflexen i.r.t. de gelaedeerde wortel: 1. hyperreflexie;

      2. hypo- of areflexie.

      · M.b.t. de zenuwcel zijn er 2 stofwisselingsprocessen:

      1. M.b.t. de functie: ATP nodig. Stel: ischemie à geen ATP à membraanpotentiaal kan niet in stand worden gehouden à conductieblokkade. Het meest gevoelig hiervoor zijn de dikste z.v.’s (=Ia)

      – Waar je de zenuw ook beknelt à ischemie aldaar = aldaar ATP-tekort à functie weg. Er is dus geen verschil m.b.t. de lokalisatie = alleen uitval van de dikste

      Stel: ischemie in de zenuw (lokatie maakt niet uit; perifeer, centraal of in het spinale ganglion) à uitval K-Na-pomp à membraanpot. kan niet in stand gehouden worden à conductie-/geleidingsblokkade, waar de Ia-vezels (=dikste) het meest gevoelig voor zijn à sprake van een fysiologische st.n. o.b.v. een doorbloedingsafname; meteen herstel bij opheffen van de entrapment.

      – Stel: sterke/lang aanhoudende doorbl.st.n. à echte neuropathische veranderingen = cel van Schwann gaat eronder lijden à ontst.reactie à segmentale demyelinisatie = 1e niet-fysiologische st.n. = degeneratie neuropraxie

      NB. LAV = goed. Stel: ischemie is voorbij à demyelinisatie heeft 2 a 3 weken nodig om te herstellen.

      LAV = gedaald bij betrokkenheid van het spinale ganglion.

      2. M.b.t. de bouwstofwisseling: om de cel in stand te houden. Deze stofwisseling vindt plaats in het spinale ganglion.

      – Stel: stofw.-/doorbloedingsstoornis in het spinale ganglion à bouwstofwisseling: — à cellen sterven af. Meest gevoelig hiervoor zijn de langste + dikste vezels (en verder o.b.v. DYING BACK.

      · ER ZIJN 4 SOORTEN RADICULOPATHIEËN:

      1. MET BETROKKENHEID VAN HET SPINALE = compressie in het foramen intervertebrale

      · Bij een doorbloedingsstoornis van het spinale ganglion à voedingsstoornis van z.v.’s met het meeste volume à conductieblok van de zenuw à uitval in het meest distale deel van het dermatoom = uitval van z.v.’s met het grootste volume van het cellichaam = dikste + langste

      · Mogelijke oorzaken van ischemie van het spinale ganglion:

      a. plexusbeknelling

      b. compressie in het foramen intervertebrale à

      1. mogelijke oorzaken:

      – facetartrose

      – uncartrose

      – uitpuilen discusmateriaal

      2. gevolg = ischemie van de wortel

      I. BLI o.b.v. arthrotische woekeringen )

      discusafname ) = ouderen

      II. hard disk leasions: meestal gepaard met I )

      III. forse protrusie ) = jongeren

      IV. hernia )

      A. Snel proces = HNP

      · Discus barst open à

      a. discushoogte ¯ à bovenliggende facet zakt ¯ (retrolysthesis) à onderliggende facet relatief ­ à opstaande rand van dit facet richting spinale ganglion

      b. nucleusmateriaal geeft een ontstekingsreactie van 1 of 2 wortels = ruimte-innemend proces à

      – SLR = + bij 20-30°

      – Schietende pijn door het hele been zonder onderscheid m.b.t. regio’s.

      – Tevens stofwisselingsst.n. in het spinale ganglion à uitval in het meest distale deel van het verzorgingsgebied = langste + dikste type II-z.v.’s.

      B. Langzaam proces = BLI:

      – houdingsafhankelijke klachten. Bij flexie: foramen intervertebrale groter à geen klachten

      – mn. op oudere leeftijd à

      a. discus al ingedroogd à hoogte ¯ à bovenliggende facet zakt ¯ (retrolysthesis) à onderliggende facet relatief ­ à opstaande rand van dit facet richting spinale ganglion

      b. botwoekering (ventro-craniaal) van het opstaande facet van de onderliggende wervel.

      NB. Het spinale ganglion komt pas in gevaar bij een combi van:

      a. afname discushoogte (leeftijd en/of pathofysiologisch)

      b. retrolysthesis

      c. botwoekeringen van de opstaande rand van de onderliggende wervel

      d. scheefstand (antalgische houding van de pt.)

      1. Afferente uitval:

      A. Uitval van propriocepsis = uitval van I-vezels; wordt niet waargenomen, omdat deze niet doorschakelen naar de grote hersenen.

      Deze I-vezels = propriosensoren hebben hun cellichaam op rm.niveau, waar ze binnenkomen.

      – Middel = stemvork

      B. Uitval van gnostische sens. t.g.v. voedingsdeficiëntie = uitval/conductieblok van type II-vezels met Pacinilichaampjes

      Het schakelneuron van deze II-vezels ligt t.h.v. de achterhoorn, maar een deel schakelt pas op midden-hersenniveau à treden in op L5-S1 en van daaruit ontstaat er een dendriet, die dan weer de hele weg af moet leggen om in de achterhoorn over te schakelen à doelorgaan.

      – Grootte van het gebied van uitval = o.b.v. DYING BACK = steeds kleinere cellichaampjes kunnen niet voldoen aan E-voorziening van het hele traject.

      – Middel = kwastje

      NB. Tintelingen moeten ook aanwezig zijn geweest, maar hoeven niet te zijn waargenomen i.v.m. mogelijke traagheid van het proces = cellichamen vallen 1 voor 1 uit = langzaam proces = BLI.

      Andere mogelijke oorzaak = snel proces = snelle druk­ in het spinale ganglion à alarmreactie = dikvezelige aff. cellichamen stoten een bepaalde stof af à gevoeligheid IIIb ­­­ à bij kleine nek-/armbew.: schietende = neuropathische pijn over het hele verloop van de spinale zenuw.

      2. Efferente uitval:

      A. uitval reflexen

      B. F K-muscles ¯

      A. RADIXCOMPRESSIE MET BETROKKENHEID VAN HET SPINALE GANGLION

      1. Achterwortel:

      · Vasculair meest kwetsbaar

      · Grote cellichamen meest kwetsbaar

      – sterke pijngevoeligheid spinale ganglion

      – depolarisatie, actiepotentialen

      (paraesthesieën bij rek + druk en spontaan)

      – zenuwrektesten: paraesthesieën

      – celdood

      – sensibiliteitsuitval in meest distale deel van het segment (dikste en langste neuronen, irreversibel à adaptief vermogen ¯)

      – herstel evt. door coll.inervatie

      2. Voorwortel:

      · Dikke zenuwvezels meest kwetsbaar

      (a-1-motorneuronen)

      – depolarisatie

      – actiepotentiaal (fibrillaties)

      – conductie-block

      – segmentale demyelinisatie)

      – axonale degeneratie (irreversibel)

      – motore uitval (reversibel: collaterale innnervatie)

      A. RADIXCOMPRESSIE ZONDER BETROKKENHEID VAN HET SPINALE GANGLION

      =uitval in het gebied met de meeste + dikste zenuwvezels = uitval op die plaats waarvandaan de relatief grootste hoeveelheid z.v.’s in de radix aanwezig zijn.

      · Mogelijke oorzaak = compressie in de recessus lateralis à mogelijke oorzaken:

      I. Soft disk leasions: a. nucleusinstabiliteit )

      b. protrusie ) = jongeren

      c. hernia )

      II. RLS o.b.v. spondylose ) = ouderen

      ¯ spondylarthrose )

      ¯

      ¯àà op hetzelfde niveau als de betrokken wortel.

      A. Snel proces = dorsolaterale protrusie:

      – weinig schietende pijn

      – pijnlijke/brandende tintelingen/prikjes + sensibiliteitsuitval (t.g.v. geleidingsst.n.) = neuropathische tekens

      – lokalisatie = waar de grootste inn.dichtheid van de wortel is

      – dorsolaterale protrusie à

      discushoogte ¯

      puiling naar dorsolateraal = richting recessus; over de wortel heen à tegen de wortel, die niet wegkan, omdat achter ‘hem’ het facet ligt en ‘hij’ onder de pedicel vastzit (aan de pedicel)

      B. Langzaam proces = RLS:

      – sprake van een botwoekering (dorsolateraal) van het opstaande facet van de onderliggende wervel à compressie tegen de wortel die niet wegkan, omdat achter ‘hem’ het facet ligt en ‘hij’ onder de pedicel vastzit (aan de pedicel)

    • #11123
      Avatar fotoSmit
      Deelnemer

      Beste Saskia,

      Vele auteurs hebben gepubliceerd over dit onderwerp, zie http://www.pubmed.
      Een boek dat ik je kan aanraden is geschreven door Karel Lewit,
      Manuelle Medizin, in het Nederlands vertaald in twee delen. Weliswaar een uitgave van 1978, maar nog steeds aktueel.
      Hierin vind je een helder antwoord op je vraag.
      Overigens zal je in de praktijk voornamelijk met pseudoradiculaire syndromen te maken krijgen, een naar schatting krappe 5% van je LRK-cliënten lijdt aan een radiculair syndroom. Er is echter wel een tendens om cliënten, die via MRI-Of CAT-scan bevestigde radiculaire achtergrond klachten hebben, conservatief te behandelen, dus operatief ingrijpen op te schorten in afwachting van natuurlijk herstel al dan niet begeleid met fysio-of manuele therapie.

      Ik hoop dat je iets verder komt en wens je succes met je studie.

      Fons Smit.

    • #11124
      Avatar fotoBen
      Deelnemer

      Beste Fons,

      Is de 5 % die je noemt een op literatuur terug te voeren getal of is het uit eigen waarneming in de praktijk?
      Groeten

      Ben Vaes

    • #11125
      Avatar fotoSmit
      Deelnemer

      Beste Ben,

      De door mij vermelde 5% zijn eigen waarneming in de praktijk, gemeten door de jaren heen en geen uitkomst van groter onderzoek.

      Groet,

      Fons Smit

    • #11126
      Avatar fotomarieke1
      Deelnemer

      Beste arija,

      Ik wilde graag weten uit welk boek of van welke site u de informatie hebt gevonden van pseudo-radiculair syndroom.
      Ik doe namelijk de opleiding fysiotherapie. Ik kon niet veel vinden over dit onderwerp en wil dus graag weten waar u deze informatie vandaan heeft zodat ik daar nog verder kan zoeken of er nog iets bruikbaars bij staat.

      Alvast bedankt

      Mvg

      Marieke

    • #11127
      Avatar fotoEdwin de Raaij
      Deelnemer

      Beste Saskia & Marieke,

      prima dat je naar literatuur vraagt waar je het e.e.a. in zou kunnen terug lezen. Aardig zou het zijn als je ook al kunt aangeven waar (welke databases) en hoe (welke zoektermen) je zelf gezocht hebt. Er is vrij veel te vinden.
      Het door jou aangesnede onderwerp is een actueel onderwerp in het tijdschrift ‘Pain’. Een recent artikel van Freynhagen et al begint in de inleiding als volgt:

      Pain that radiates distally at the extremities is clinically divided into radicular and pseudoradicular syndromes. Radicular pain is defined as a pain that radiates below the knee whereas pseudoradicular pain does not cross this border (Bruegger, 1960; Sutter, 1974; Wall and Melzack, 1999). The rationale behind this distinction stems from the hypothesis that pain from local proximal disorders that do not affect any nerves or nerve roots, i.e. facet joint affection, piriformis syndrome, might be perceived in proximal dermatomes within the thigh (referred pain, head zones), whereas pain from disorders associated with nerve root compression often is felt in distal dermatomes below the knee (projected pain).

      Wil je verder lezen zie dan de bijlage.

      Kijk ook eens op de site van het toonaangevende instituut in de wereld op het gebied van pijn:
      The International Association for the Study of Pain
      Daar kun je definities van de verschillende soorten pijn vinden.

      succes! freynhagen_pseudoradicular_and_radicular_low-back_pain__a_disease_continuum_rather_than_different_entities_answers_from_quantitative_sensory_testing.pdf

    • #11128
      Avatar fotoSvenP
      Deelnemer

      In het boek ‘Manuele Diagnostiek, Wervel Kolom’ van ‘Aad van der El’ staat op pagina 159 het radiculair syndroom beschreven, gevolgd door een aantal testen die hierop van toepassing zijn. Op pagina 199 staat het pseudoradiculair syndroom beschreven.

Weergave van 7 reactie threads
  • Je moet ingelogd zijn om een antwoord op dit onderwerp te kunnen geven.