 Hans van Mourik
|
Dit is wel weer iets om actie voor te ondernemen. Kijk naar de uitzending en beoordeel zelf.
Opmerkelijke reactie van de heer Arno Helser van de Unie KBO. n.a.v. pakketveranderingen waar de fysiotherapie niet meer onbeperkt in zit. Samengevat zei de heer Helzer in de uitzending van Tros Radar: - “Problemen is dat de lijst Borst te smal is” - “Vorig jaar is het probleem ontstaan omdat de FT vrij is gelaten. Hier is oneidig veel gebruik van gemaakt, ook door mensen die het misschien niet nodig hebben, waardoor de heer Schokker de dupe van is geworden. Unie KBO - vindt dat dat wel wat minder kan.”
Volg het zelf op de link. - link - ongeveer beginnen op 25% van de balk.
- link -[tt_news]=15222&tx_ttnews[backPid]=85 en reactie Achmea - link -[tt_news]=15236&tx_ttnews[backPid]=85
Nu dacht ik toch dat DTF zeker niet bedoeld was voor “mensen die misschien wel geen therapie nodig hebben” UNIE-KBO denkt daar dan toch anders over – tijd voor een imago oppoetsbeurt bij deze ouderenbond.
Hans van Mourik
|
 emmerikus
|
Soms heb ik de neiging eens te reageren. Na een nachtje slapen is dat meestel wel over, maarre, nu zou ik zoiets debiteren:
Geachte redactie,
graag even een reactie op uw laatste twee uitzendingen betreffende het item Aanvullende Zorgverzekering.
voor zover nu bekend hebben onafhankelijke instanties als Nivel, Vectis en CBS vastgesteld dat de Directe Toegang Fysiotherapie niet geleid heeft tot toename van de consumptie Fysiotherapie. In tegendeel: patiënten die direct naar de fysiotherapeut gingen hadden minder behandelingen nodig dan verwezen patiënten.
Verzekeraars hebben de afgelopen jaren in hun jacht naar volumevergroting (= verzekerden werven) alle middelen aangegrepen tot klantenwerving; enorme reclamebudgetten geactiveerd en de vrijval van verplichte reserves uit het verleden aangewend om aanloopverliezen t.a.v. de aanvullende verzekeringen te compenseren. Nu de premies drastisch verhoogd zouden moeten worden om nog iets te verdienen, kiezen de verzekeraars, uit angst weer veel cliënten te verliezen, voor een bescheiden premieverhoging, het uitkleden van de polissen en vanuit hun regionale monopolieposities waar mogelijk het beneden peil honoreren van zorgverleners. Door acceptatiedrempels te leggen bevriezen ze de relatief kleine groep verzekerden die veel zorg consumeert.
Overigens is het gemiddelde aantal fysiotherapeutische behandelingen per indicatie de laatste jaren spectaculair verminderd: waarschijnlijk te danken aan kwaliteitsverbetering, betere studies, vroege interventies en grotere zelfwerkzaamheid van de patiënt. Overigens zal ook een beperkte aanspraak in de verzekering iets uitmaken.
Niet besproken in dit verband, is het begrip substitutie: als de fysiotherapeut minder bezocht werd, of zou worden, mag men aannemen dat enorm veel meer kosten gemaakt zouden worden v.w.b. artsen- specialistenbezoek, veel overbodige kostbare aanvullende onderzoeken, toegenomen medicijngebruik etc. Om niet te spreken over de kosten van (tijdelijke) arbeidsongeschiktheid. Dit departement overschrijdend effect wordt gemakshalve door de verzekeraars onbesproken gelaten bij gebrek aan belang. De politiek zou zich hier eerder over moeten buigen. Uit kosten – baten analyses blijkt Fysiotherapie bijzonder nuttig. Inclusief “verbeterde kwaliteit van leven”.
De discussie over deze onderwerpen moet wel zuiver blijven:
verleden week hoorde ik in de uitzending de vertegenwoordiger van ZN (Ziektekostenverzekeraars Nederland) reageren op het probleem dat men zich zeer moeilijk voor langdurige fysiotherapie kan verzekeren. Antwoord was: voor chronische behandeling kunnen mensen in de basisverzekering terecht. Een heel goedkope en misleidende opmerking. Ooit is de term “chronische lijst” gevallen en wordt nu te pas en te onpas misbruikt. Er bestaat uit de tijd van minister Borst: De officiële niet-limitatieve Lijst Aandoeningen Langdurige of Intermitterende Fysiotherapie, Oefentherapie Cesar of Mensendieck. Bij zo’n naamgeving spreekt menigeen liever over “de chronische lijst”. Het is een lijst met ernstige indicaties. Die indicaties vallen buiten het perspectief van de verzekerden die een betere aanvullende verzekering vragen.
Ik vind dat de lastige situatie het gevolg is van een falend overheidsbeleid voor wat betreft kostenbeheersing in de gezondheidszorg. Waar de overheid nagelaten heeft een deugdelijk beheersmodel te creëren en controle-instrumenten te implementeren, is overhaast overstag gegaan voor een “vrije-marktmodel”. Die vrije markt is er echter niet: de zorgverzekeraars beheersen het overheidsbudget, beheersen vaak voor meer dan de helft de regionale markt, zijn de controlerende instanties, de contractpartners, hoeven niet met individuele zorgverleners te onderhandelen terwijl de zorgverleners zich nauwelijks georganiseerd mogen laten vertegenwoordigen dank zij de NMA.
Met vriendelijke groet,
Frans Braaksma.
|