<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>FysioForum &#187; Onderzoek en statistiek</title>
	<atom:link href="http://fysioforum.nl/category/onderzoek-en-statistiek/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://fysioforum.nl</link>
	<description>Alle feiten over fysiotherapie op 1 site</description>
	<lastBuildDate>Wed, 23 May 2012 10:00:24 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.2</generator>
		<item>
		<title>Scheenbeenblessure te behandelen met &#8216;shockwave&#8217;</title>
		<link>http://fysioforum.nl/2012/05/22/scheenbeenblessure-te-behandelen-met-shockwave/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=scheenbeenblessure-te-behandelen-met-shockwave</link>
		<comments>http://fysioforum.nl/2012/05/22/scheenbeenblessure-te-behandelen-met-shockwave/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 22 May 2012 14:29:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rob</dc:creator>
				<category><![CDATA[Aandoeningen]]></category>
		<category><![CDATA[Behandelmethode]]></category>
		<category><![CDATA[Onderzoek en statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[blessure]]></category>
		<category><![CDATA[mediaal tibiaal stress syndroom]]></category>
		<category><![CDATA[promotie]]></category>
		<category><![CDATA[shockwave]]></category>
		<category><![CDATA[UMC Utrecht]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://fysioforum.nl/?p=16135</guid>
		<description><![CDATA[Sportartsen van het UMC Utrecht proberen een vernieuwende behandeling bij een hardnekkige scheenbeenblessure. In zijn promotieonderzoek testte Maarten Moen (Universiteit Utrecht) een behandeling met shockwave. Geblesseerde sporters lijken hierdoor sneller te herstellen. Het ‘mediaal tibiaal stress syndroom’ of ‘shin splints’ komt veel voor bij jonge mensen die veel sporten. Patiënten hebben pijn aan de binnenzijde [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-thumbnail wp-image-14071" title="UMC Utrecht" src="http://fysioforum.nl/wp-content/uploads/2006/05/UMC_Utrecht-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" />Sportartsen van het UMC Utrecht proberen een vernieuwende behandeling bij een hardnekkige scheenbeenblessure. In zijn promotieonderzoek testte Maarten Moen (Universiteit Utrecht) een behandeling met shockwave. Geblesseerde sporters lijken hierdoor sneller te herstellen.</p>
<p>Het ‘mediaal tibiaal stress syndroom’ of ‘shin splints’ komt veel voor bij jonge mensen die veel sporten. Patiënten hebben pijn aan de binnenzijde van het onderbeen bij inspanning en ze hebben drukpijn over de binnenkant van het scheenbeen. De blessure komt veel voor bij hardlopers en bij ‘springsporters’ zoals basketballers en volleyballers. Huisartsen en fysiotherapeuten herkennen de blessure vaak niet.</p>
<h4>Shockwave-behandeling</h4>
<p>Tot nu toe bestond voor dit probleem geen goede behandeling. Sportarts Maarten Moen probeerde bij 42 sporters een nieuwe behandeling. Hij combineerde een opbouwend loopschema met de zogenaamde shockwave-behandeling. Daarbij wordt de pijnlijke plek met  luchtdrukstootjes behandeld  waardoor het bot sneller herstelt. Patiënten kregen vijf sessies van ongeveer tien minuten.</p>
<p>De shockwave-behandeling werd voorheen vooral gebruikt bij het vergruizen van nierstenen. Het idee is dat weefselschade ontstaat, waardoor een helende reactie op gang komt. Dat kan wellicht een langdurige schadeproces een halt toeroepen. Het opbouwende loopschema betekent dat patiënten alleen maar grotere afstanden mogen afleggen als ze een kortere afstand pijnvrij zijn.</p>
<h4>Pijnvrij rennen</h4>
<p>De shockwave-behandeling lijkt een positief effect te hebben. Atleten die alleen via een opbouwende loopschema trainden, waren na gemiddeld negentig dagen hersteld. Atleten die ook de shockwave-behandeling kregen, konden na zestig dagen weer pijnvrij rennen.</p>
<p>Het onderzoek was geen gerandomiseerd klinisch onderzoek waarbij de deelnemers willekeurig één van twee behandelingen toegewezen krijgen. Moen vergeleek patiënten van het UMC Utrecht die de shockwavebehandeling kregen, met patiënten uit een ander ziekenhuis die alleen een opbouwend loopschema volgden. Naar aanleiding van Moens resultaten wil het UMC Utrecht nu een groter onderzoek starten.</p>
<p>Bron: UMC Utrecht</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://fysioforum.nl/2012/05/22/scheenbeenblessure-te-behandelen-met-shockwave/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>NIVEL vernieuwt spiegelinformatie aan eerstelijns zorgpraktijken</title>
		<link>http://fysioforum.nl/2012/05/22/nivel-vernieuwt-spiegelinformatie-aan-eerstelijns-zorgpraktijken/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=nivel-vernieuwt-spiegelinformatie-aan-eerstelijns-zorgpraktijken</link>
		<comments>http://fysioforum.nl/2012/05/22/nivel-vernieuwt-spiegelinformatie-aan-eerstelijns-zorgpraktijken/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 22 May 2012 14:07:50 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rob</dc:creator>
				<category><![CDATA[Informatie en technologie]]></category>
		<category><![CDATA[Onderzoek en statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[indicatoren]]></category>
		<category><![CDATA[kwaliteit]]></category>
		<category><![CDATA[nivel]]></category>
		<category><![CDATA[ZiZo]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://fysioforum.nl/?p=16132</guid>
		<description><![CDATA[Het NIVEL geeft zorgverleners die meewerken aan de NIVEL Zorgregistraties informatie over de zorg die ze leveren. Voor huisartsen is deze spiegelinformatie onlangs uitgebreid met gegevens over de kwaliteit van de geleverde zorg, volgens de zogenoemde ZiZo-indicatoren (zichtbare zorg). Zo kunnen huisartsen de zorg die ze leveren vergelijken met die van collega’s. Huisartsen, paramedici, eerstelijnspsychologen, [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-thumbnail wp-image-13689" title="nivel" src="http://fysioforum.nl/wp-content/uploads/2009/10/nivel-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" />Het NIVEL geeft zorgverleners die meewerken aan de NIVEL Zorgregistraties informatie over de zorg die ze leveren. Voor huisartsen is deze spiegelinformatie onlangs uitgebreid met gegevens over de kwaliteit van de geleverde zorg, volgens de zogenoemde ZiZo-indicatoren (zichtbare zorg). Zo kunnen huisartsen de zorg die ze leveren vergelijken met die van collega’s.</p>
<p>Huisartsen, paramedici, eerstelijnspsychologen, huisartsenposten, zorggroepen, en gezondheidscentra die gegevens aanleveren voor de NIVEL Zorgregistraties ontvangen spiegelinformatie op basis van de door hen aangeleverde gegevens.</p>
<p>Hiermee krijgen ze inzicht in:</p>
<ul>
<li>inhoud en kwaliteit van de zorg die ze leveren</li>
<li>de kwaliteit van hun registratie (EPDscan-huisartsen)</li>
<li>de gegevens van hun patiëntendossiers vergeleken met gegevens van de gemiddelde Nederlandse zorgverlener of zorginstantie uit de eigen beroepsgroep (benchmark)</li>
</ul>
<p>Deze informatie is bijvoorbeeld bruikbaar voor het jaarverslag, om managementvragen te beantwoorden en als externe verantwoording naar zorgverzekeraars.</p>
<h4>Lerend gezondheidszorgsysteem</h4>
<p>Door deze informatie te leveren, brengt het NIVEL het principe van een lerend gezondheidszorgsysteem in de praktijk. Gegevens die routinematig in de zorg worden verzameld, worden hergebruikt en leveren informatie over het functioneren van de eigen praktijk, en over het functioneren van de gezondheidszorg als geheel.</p>
<p>Zorgverleners die willen meedoen met NIVEL Zorgregistraties kunnen zich aanmelden bij Leontien Korteweg via telefoon 030 272 9814</p>
<p>Meer over zorgregistraties eerste lijn: <a href="http://www.nivel.nl/zorgregistraties" target="_blank">www.nivel.nl/zorgregistraties</a><br />
Demo van de spiegelinformatie: <a href="http://www.nivel.nl/mijnpraktijk-demo" target="_blank">www.nivel.nl/mijnpraktijk-demo</a></p>
<p>Bron: Nivel</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://fysioforum.nl/2012/05/22/nivel-vernieuwt-spiegelinformatie-aan-eerstelijns-zorgpraktijken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Uitgaven aan zorg met 3,2 procent gestegen</title>
		<link>http://fysioforum.nl/2012/05/21/uitgaven-aan-zorg-met-32-procent-gestegen/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=uitgaven-aan-zorg-met-32-procent-gestegen</link>
		<comments>http://fysioforum.nl/2012/05/21/uitgaven-aan-zorg-met-32-procent-gestegen/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 20 May 2012 22:52:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rob</dc:creator>
				<category><![CDATA[Onderzoek en statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[CBS]]></category>
		<category><![CDATA[zorginkoop]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://fysioforum.nl/?p=16124</guid>
		<description><![CDATA[In 2011 bedroegen de uitgaven aan de gezondheids- en welzijnszorg 90,0 miljard euro. Dit is 3,2 procent meer dan in 2010. In de periode 2004-2008 stegen de uitgaven aan zorg steeds sneller, tot 6,8 procent in 2008. Daarna volgde een kentering met een groei van 5,2 procent in 2009 en van 3,9 procent in 2010. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In 2011 bedroegen de uitgaven aan de gezondheids- en welzijnszorg 90,0 miljard euro. Dit is 3,2 procent meer dan in 2010. In de periode 2004-2008 stegen de uitgaven aan zorg steeds sneller, tot 6,8 procent in 2008. Daarna volgde een kentering met een groei van 5,2 procent in 2009 en van 3,9 procent in 2010. Dit blijkt uit nieuwe voorlopige cijfers van het CBS.</p>
<p>Verreweg de grootste kostenpost van de meeste zorgaanbieders bestaat uit de loonkosten. Door een toenemend aantal banen en stijging van de lonen nam de loonsom in 2011 met ruim 3 procent toe.</p>
<p>De uitgaven aan ziekenhuizen en specialistenpraktijken stegen in 2011 met 3,8 procent. In 2010 was dat nog 6 procent. De lagere groei komt grotendeels  door een eenmalige extra vergoeding die veel ziekenhuizen in 2010 kregen voor reeds gemaakte kosten van nieuwbouw. Daarnaast werkte het effect van  eerdere tariefdalingen bij medisch specialisten door. De uitgaven aan ziekenhuizen en specialistenpraktijken vormen ruim een kwart van de totale uitgaven aan zorg.</p>
<p>Na drie jaren met marginale uitgavengroei zijn de uitgaven aan huisartsenpraktijken in 2011 met ruim 8 procent toegenomen. Dit komt vooral door tariefverhogingen. De uitgaven aan de zogenaamde ketenzorg zijn hier niet bij inbegrepen.</p>
<p>De uitgaven aan tandartsenpraktijken namen met slechts 0,8 procent toe. Deze beperkte toename komt vooral doordat de tandheelkundige zorg voor 18 tot 22-jarigen uit de basisverzekering is gehaald. Een deel van de zorgconsumptie van deze leeftijdscategorie wordt nu particulier betaald.</p>
<p>Aan via openbare apotheken en drogisten verstrekte geneesmiddelen is in 2011 bijna 2 procent meer uitgegeven. Vooral het gebruik van dure geneesmiddelen droeg bij aan die stijging. Daartegenover stonden prijs- en tariefdalingen en beperkingen in de aanspraken op grond van de basisverzekering (anticonceptiva voor vrouwen van 21 jaar en ouder en antidepressiva). Een deel van de consumptie van deze middelen wordt nu particulier betaald. Het is voor het vierde achtereenvolgende jaar dat sprake is van een beperkte toename van de uitgaven aan geneesmiddelen.</p>
<p>De uitgaven aan de ouderenzorg, gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg laten in 2011 een gematigde stijging zien van 2 tot 3 procent. Bij de ouderenzorg dalen de kosten van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), mede als gevolg van een door het rijk opgelegde korting op het voor de gemeenten beschikbare budget.</p>
<p>Het aandeel van de zorguitgaven in het bruto binnenlands product (bbp) is in 2011 licht gestegen tot 14,9 procent. De uitgaven per hoofd van de bevolking bedroegen 5 392 euro. In 2010 was dat 5 247 euro.</p>
<p><a href="http://fys.io/4rt" target="_blank">Download het rapport in PDF</a><br />
Bron: CBS</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://fysioforum.nl/2012/05/21/uitgaven-aan-zorg-met-32-procent-gestegen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Kinderen met overgewicht zijn minder gezond</title>
		<link>http://fysioforum.nl/2012/05/20/kinderen-met-overgewicht-zijn-minder-gezond/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=kinderen-met-overgewicht-zijn-minder-gezond</link>
		<comments>http://fysioforum.nl/2012/05/20/kinderen-met-overgewicht-zijn-minder-gezond/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 20 May 2012 21:10:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rob</dc:creator>
				<category><![CDATA[Aandoeningen]]></category>
		<category><![CDATA[Onderzoek en statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[featured]]></category>
		<category><![CDATA[kind]]></category>
		<category><![CDATA[obese]]></category>
		<category><![CDATA[RIVM]]></category>
		<category><![CDATA[Universiteit Utrecht]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://fysioforum.nl/?p=16110</guid>
		<description><![CDATA[Twaalfjarige kinderen met overgewicht hebben al een hogere bloeddruk en ongunstigere cholesterolwaarden in hun bloed dan kinderen met een normaal gewicht. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Marga Bekkers van het RIVM. Bekkers analyseerde de gezondheid van 1500 kinderen uit een grotere groep van bijna vierduizend kinderen die al vanaf hun geboorte gevolgd worden. Dat [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-thumbnail wp-image-16111" title="dikmeisje" src="http://fysioforum.nl/wp-content/uploads/2012/05/dikmeisje-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" />Twaalfjarige kinderen met overgewicht hebben al een hogere bloeddruk en ongunstigere cholesterolwaarden in hun bloed dan kinderen met een normaal gewicht. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Marga Bekkers van het RIVM.</p>
<p>Bekkers analyseerde de gezondheid van 1500 kinderen uit een grotere groep van bijna vierduizend kinderen die al vanaf hun geboorte gevolgd worden. Dat is het PIAMA-onderzoek (Preventie en Incidentie van Astma en Mijt Allergie ) dat al sinds 1996 loopt. Zo’n elf procent van de twaalfjarige kinderen in dit onderzoek heeft overgewicht. Deze dikke kinderen blijken een hogere bloeddruk en ongunstigere cholesterolwaarden te hebben dan kinderen met een normaal gewicht. Daarnaast hebben ze vaker astma. Het betekent dat overgewicht dus al op jonge leeftijd ongunstige effecten heeft op ondermeer belangrijke risicofactoren voor hart- en vaatziekten.</p>
<h4>Gezondheidsproblemen</h4>
<p>“Het onderzoek laat zien dat niet alleen extreem dikke kinderen gezondheidsproblemen hebben”, reageert Bekkers. “Ook bij relatief gezonde, maar wel te dikke kinderen zijn al gezondheidseffecten zichtbaar. Het wil natuurlijk niet zeggen dat we al deze kinderen met medicijnen moeten behandelen.”</p>
<p>Het benadrukt volgens Bekkers het belang van het voorkómen van overgewicht bij kinderen. De oplossing lijkt simpel: meer bewegen en gezonder eten, maar het is moeilijk zo’n leefstijlverandering door te voeren. Uit andere onderzoeken blijken langdurige, integrale aanpakken op het niveau van scholen, wijken en gemeentes het meest kansrijk te zijn om overgewicht te voorkomen.</p>
<h4>Middelomtrek</h4>
<p>In haar onderzoek laat Bekkers ook zien dat de middelomtrek ook bij kinderen een goede maat is voor overgewicht. De middelomtrek heeft ongeveer dezelfde voorspellende waarde als de BMI (body mass index) voor bloeddruk, cholesterol en longfunctie.</p>
<p>Bekkers voerde haar onderzoek uit op het RIVM en het Institute for Risk Assessment Sciences (Universiteit Utrecht) en promoveerde op 15 mei aan de Universiteit Utrecht.</p>
<p>Bron: uu.nl</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://fysioforum.nl/2012/05/20/kinderen-met-overgewicht-zijn-minder-gezond/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Revalidatie in groep werkt net zo goed</title>
		<link>http://fysioforum.nl/2012/05/20/revalidatie-in-groep-werkt-net-zo-goed/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=revalidatie-in-groep-werkt-net-zo-goed</link>
		<comments>http://fysioforum.nl/2012/05/20/revalidatie-in-groep-werkt-net-zo-goed/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 20 May 2012 20:48:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rob</dc:creator>
				<category><![CDATA[Aandoeningen]]></category>
		<category><![CDATA[Behandelmethode]]></category>
		<category><![CDATA[Onderzoek en statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[BMJ]]></category>
		<category><![CDATA[CVA]]></category>
		<category><![CDATA[revalidatie]]></category>
		<category><![CDATA[training]]></category>
		<category><![CDATA[UMC Utrecht]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://fysioforum.nl/?p=16107</guid>
		<description><![CDATA[Groepstraining werkt net zo goed als persoonlijke revalidatie. Dat blijkt uit onderzoek van revalidatiecentum De Hoogstraat en het UMC Utrecht. De resultaten zijn online gepubliceerd in het tijdschrift British Medical Journal. “We kunnen meer patiënten tegelijk goed revalideren.” Patiënten met een beroerte hebben tijdens hun revalidatie baat bij intensieve training door een fysiotherapeut. Maar omdat [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-thumbnail wp-image-15597" title="hersenen" src="http://fysioforum.nl/wp-content/uploads/2012/01/brain_vascular-e1327099171861-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" />Groepstraining werkt net zo goed als persoonlijke revalidatie. Dat blijkt uit onderzoek van revalidatiecentum De Hoogstraat en het UMC Utrecht. De resultaten zijn online gepubliceerd in het tijdschrift British Medical Journal. “We kunnen meer patiënten tegelijk goed revalideren.”</p>
<p>Patiënten met een beroerte hebben tijdens hun revalidatie baat bij intensieve training door een fysiotherapeut. Maar omdat het aantal fysiotherapeuten beperkt is, kunnen niet alle patiënten de beste training krijgen.</p>
<p>Onderzoekers van revalidatiecentrum De Hoogstraat en het UMC Utrecht testten daarom bij 250 patiënten in negen revalidatiecentra een poliklinische groepstraining. Daarin trainen patiënten in groepen van vier tot acht twee keer per week anderhalf uur. Een fysiotherapeut en een sportinstructeur of bewegingsagoog begeleidt de groep. Officieel heet het ‘circuit class training’. Het gaat om patiënten met een mild CVA (‘cerebrovasculair accident’), die zelfstandig kunnen lopen en goed kunnen communiceren.</p>
<h4>Loopvaardigheid</h4>
<p>Na twaalf weken vergeleken de onderzoekers de loopvaardigheid van de patiënten met intensief, persoonlijk getrainde patiënten. De groepstraining blijkt net zo effectief te zijn als de persoonlijke training. Beide groepen patiënten kunnen even goed lopen in een looptest van zes minuten. Ook de mobiliteit zoals ze die zelf ervaren is in beide groepen gelijk. De resultaten zijn beschreven in het wetenschappelijke tijdschrift British Medical Journal van 10 mei (online).</p>
<p>“Dit is erg goed nieuws voor patiënten met een beroerte”, reageert hoofdonderzoeker prof.dr. Gert Kwakkel. Hij is hoogleraar neurorevalidatie en verbonden aan het UMC Utrecht en VU Medisch Centrum. “De groepstraining is goedkoper en makkelijk op te schalen. Via deze groepstrainingen kunnen we meer patiënten goede revalidatietraining aanbieden.”</p>
<p>Bron: UMC Utrecht</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://fysioforum.nl/2012/05/20/revalidatie-in-groep-werkt-net-zo-goed/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ruimte voor nieuwe zorgverzekeraars</title>
		<link>http://fysioforum.nl/2012/05/18/ruimte-voor-nieuwe-zorgverzekeraars/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=ruimte-voor-nieuwe-zorgverzekeraars</link>
		<comments>http://fysioforum.nl/2012/05/18/ruimte-voor-nieuwe-zorgverzekeraars/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 18 May 2012 06:42:33 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rob</dc:creator>
				<category><![CDATA[Onderzoek en statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek en regelgeving]]></category>
		<category><![CDATA[Nza]]></category>
		<category><![CDATA[onderzoek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://fysioforum.nl/?p=16102</guid>
		<description><![CDATA[Er is voldoende ruimte op de zorgverzekeringsmarkt voor nieuwe zorgverzekeraars om te starten. Dat blijkt uit een onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) naar toetredingsdrempels. Wie zich op de markt wil begeven, moet wel drempels nemen. Maar die zijn ook nodig vanwege de publieke belangen in de zorgsector, concludeert de NZa. Het is logisch dat [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-full wp-image-14152" title="NZa" src="http://fysioforum.nl/wp-content/uploads/2011/08/logo-nza.gif" alt="" width="150" height="144" />Er is voldoende ruimte op de zorgverzekeringsmarkt voor nieuwe zorgverzekeraars om te starten. Dat blijkt uit een onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) naar toetredingsdrempels. Wie zich op de markt wil begeven, moet wel drempels nemen. Maar die zijn ook nodig vanwege de publieke belangen in de zorgsector, concludeert de NZa.</p>
<p>Het is logisch dat er eisen worden gesteld aan verzekeraars die de markt willen betreden, vindt de NZa. De zorg is een publiek goed, er gaan jaarlijks miljarden aan premiegeld naar toe. Daarom wil de overheid kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid borgen.</p>
<p>Een van de drempels zijn de eisen rondom startkapitaal, de zogenaamde Solvency II regels. Ook de vaak complexe regels op de zorgverzekeringsmarkt kunnen een drempel zijn. Zo zorgt het systeem van risicoverevening ervoor dat verzekeraars pas laat precies weten waar zij financieel aan toe zijn. Bij risicoverevening wordt ieder jaar vooraf bekeken hoe de groep verzekerden eruitziet en worden verzekeraars die veel risicovolle verzekerden hebben hiervoor gecompenseerd.</p>
<p>Op verzoek van de minister heeft de NZa ook aanbevelingen gedaan om drempels weg te nemen. Als de overheid meer zekerheid biedt, kunnen verzekeraars langer vooruit plannen. Ook regelingen die veel tijd kosten, zoals de wanbetalersregeling en de risicoverevening, kunnen worden doorgelicht. Overigens verwacht de NZa niet dat er veel meer nieuwe zorgverzekeraars bijkomen als deze drempels er niet meer zijn.</p>
<p>Download <a href="http://www.nza.nl/104107/105773/475605/Monitor_Toetredingsdrempels_zorgverzekeringsmarkt.pdf" target="_blank">Monitor Toetredingsdrempels zorgverzekeringsmarkt </a><br />
Bron: NZa</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://fysioforum.nl/2012/05/18/ruimte-voor-nieuwe-zorgverzekeraars/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hand- en polsletsels meest kostbaar</title>
		<link>http://fysioforum.nl/2012/05/15/hand-en-polsletsels-meest-kostbaar/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=hand-en-polsletsels-meest-kostbaar</link>
		<comments>http://fysioforum.nl/2012/05/15/hand-en-polsletsels-meest-kostbaar/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 15 May 2012 21:41:58 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rob</dc:creator>
				<category><![CDATA[Aandoeningen]]></category>
		<category><![CDATA[Behandelmethode]]></category>
		<category><![CDATA[Onderzoek en statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[Erasmus Medisch Centrum]]></category>
		<category><![CDATA[Nederlandse Letsel Informatie System]]></category>
		<category><![CDATA[zorgkosten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://fysioforum.nl/?p=16118</guid>
		<description><![CDATA[Hand- en polsverwondingen komen zeer vaak voor in vergelijking met andere verwondingen. De hoge kosten ervan zijn vooral het gevolg van de grote aantallen letsels in combinatie met het verlies aan arbeidsproductiviteit. Jaarlijks kost hand- en polsletsel € 540 miljoen. Onderzoekers van het Erasmus MC pleiten daarom voor preventie en ontwikkeling van behandelingen met een [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-thumbnail wp-image-14279" title="erasmus_mc" src="http://fysioforum.nl/wp-content/uploads/2011/08/erasmus_mc-e1319572666617-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" />Hand- en polsverwondingen komen zeer vaak voor in vergelijking met andere verwondingen. De hoge kosten ervan zijn vooral het gevolg van de grote aantallen letsels in combinatie met het verlies aan arbeidsproductiviteit. Jaarlijks kost hand- en polsletsel € 540 miljoen. Onderzoekers van het Erasmus MC pleiten daarom voor preventie en ontwikkeling van behandelingen met een kortere herstelduur. Het onderzoek is verschenen in het American Journal of Bone and Joint Surgery.</p>
<p>Hand- en polsletsels hebben een belangrijk aandeel in het totale aantal bezoeken aan de eerste hulp in Nederland en wereldwijd. Onderzoekers van de afdelingen Plastische en reconstructieve chirurgie en Maatschappelijke gezondheidszorg van het Erasmus MC hebben het jaarlijkse aantal van deze letsels in Nederland onderzocht en berekend wat de totale kosten van behandeling en van het verlies aan arbeidsproductiviteit zijn.</p>
<p>Hand- en polsletsels in Nederland kosten jaarlijks ongeveer € 540 miljoen, en zijn daarmee de meest kostbare letselgroep, gevolgd door knie- en onderbeen (€ 410 miljoen), heup (€ 388 miljoen), en schedel- en hersenletsel (€  259 miljoen). Productiviteitsverlies had een grotere bijdrage (56%) aan de totale kosten van hand- en pols letsels dan behandelkosten. Binnen de hele groep waren vooral de vinger-, hand- en polsfracturen het meest kostbaar, vooral door het productiviteitsverlies bij patiënten tussen de 20 tot 65 jaar oud.</p>
<p>De onderzoekers bepleiten verbetering van de preventie van deze letsels en het ontwikkelen van behandelingen die de duur van het herstel verkorten.</p>
<p>De onderzoekers gebruikten data van het Nederlandse Letsel Informatie System (LIS), van het nationale ziekenhuis ontslagregister en van een follow-up vragenlijst bij patiënten. Aantallen letsels, medische kosten en verlies aan arbeidsproductiviteit werden berekend.</p>
<p>Bron: Erasmus MC</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://fysioforum.nl/2012/05/15/hand-en-polsletsels-meest-kostbaar/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Weer meer zorgfraude opgespoord</title>
		<link>http://fysioforum.nl/2012/05/09/weer-meer-zorgfraude-opgespoord/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=weer-meer-zorgfraude-opgespoord</link>
		<comments>http://fysioforum.nl/2012/05/09/weer-meer-zorgfraude-opgespoord/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 09 May 2012 06:17:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rob</dc:creator>
				<category><![CDATA[Onderzoek en statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek en regelgeving]]></category>
		<category><![CDATA[declaratie]]></category>
		<category><![CDATA[featured]]></category>
		<category><![CDATA[fraude]]></category>
		<category><![CDATA[zorgverzekeraar]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://fysioforum.nl/?p=16081</guid>
		<description><![CDATA[Zorgverzekeraars hebben in 2011 voor 7,7 miljoen euro aan fraude vastgesteld. Ook hebben zij 167 miljoen euro bespaard door controles op onterechte declaraties. In 2010 bedroegen de bedragen respectievelijk 6,2 en 106 miljoen euro. Deze extra besparingen zijn mede het gevolg van investeringen en extra maatregelen op het gebied van fraudebeheersing. Dit blijkt uit de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-thumbnail wp-image-16082" title="Justitia" src="http://fysioforum.nl/wp-content/uploads/2012/05/justitia-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" />Zorgverzekeraars hebben in 2011 voor 7,7 miljoen euro aan fraude vastgesteld. Ook hebben zij 167 miljoen euro bespaard door controles op onterechte declaraties. In 2010 bedroegen de bedragen respectievelijk 6,2 en 106 miljoen euro. Deze extra besparingen zijn mede het gevolg van investeringen en extra maatregelen op het gebied van fraudebeheersing. Dit blijkt uit de jaarlijkse inventarisatie van Zorgverzekeraars Nederland (ZN) onder alle zorgverzekeraars.</p>
<p>De inventarisatie van ZN spitst zich met name toe op vastgestelde fraude. In 2011 hebben zorgverzekeraars 2.776 fraudesignalen onderzocht en 393 fraudegevallen vastgesteld. Het gemiddelde fraudebedrag was 19.642 euro. 77 procent van de totale fraudeomvang betrof fraudes door zorgaanbieders. Verzekerden waren in 2011 verantwoordelijk voor 13 procent en derden (zoals leveranciers van hulpmiddelen of bemiddelingsbureaus) voor 7 procent van de gedetecteerde fraude.</p>
<h4>Controles</h4>
<p>Het fraudeonderzoek is maar een beperkt onderdeel van de totale controles door zorgverzekeraars. Op basis van de controles is in 2011 voor naar schatting 2,1 miljard euro aan declaraties in eerste instantie afgewezen. 44 procent daarvan wordt naar verwachting ook definitief afgewezen en daarmee besparen zorgverzekeraars naar schatting 800 miljoen euro.<br />
Zorgverzekeraars nemen het tegengaan van fraude en onterechte declaraties zeer serieus. Juist in een tijd waarin bezuinigingen op de gezondheidszorg aan de orde zijn, moet voorkomen worden dat geld onterecht wordt uitgegeven. Wel wijzen zij erop dat privacyoverwegingen (bijvoorbeeld in de geestelijke gezondheidszorg) de controle vaak bemoeilijken.<br />
Met ingang van 1 januari 2012 delen zorgverzekeraars al hun fraudesignalen met het Kenniscentrum Fraudebeheersing in de Zorg. Het kenniscentrum analyseert deze signalen en zorgt voor de coördinatie van het verdere proces bij bijvoorbeeld bestuursrechtelijke afdoening of strafrechtelijke vervolging. Meer informatie over het kenniscentrum is te vinden op www.fraudeindezorg.nl</p>
<h4>Maatregelen door zorgverzekeraars</h4>
<p>Zorgverzekeraars namen in 2011 op verschillende terreinen maatregelen om de fraude in de zorg tot een minimum te beperken. Dit beleid zetten zij in 2012 voort:</p>
<ul>
<li>Algemene maatregelen om het fraudebeleid meer in de organisatie te verankeren. In 2011 stelden zorgverzekeraars bijvoorbeeld meer medewerkers aan specifiek voor fraudebeheersing, of fraudecontactpersonen op andere afdelingen met een signaalfunctie.</li>
<li>Preventieve maatregelen, bijvoorbeeld het screenen van personen en organisaties (medewerkers, verzekerden en zorgaanbieders). Maar ook risicoanalyses van specifieke delen van de zorg.</li>
<li>Maatregelen om fraude op te sporen (detectie), zoals controles en fraudeonderzoek. Zo gaan zorgverzekeraars na of declaraties voldoen aan de geldende voorwaarden. Indien noodzakelijk gaan ze na of gedeclareerde zorg daadwerkelijk geleverd is en of deze passend is bij de zorgvraag. Als er vermoeden is tot fraude kan een fraudeonderzoek gestart worden.</li>
<li>Maatregelen na geconstateerde fraude (repressie). Zorgverzekeraars hanteren hier een gezamenlijk beleid op basis waarvan zij per fraudegeval de juiste maatregelen en sancties vaststellen.</li>
</ul>
<p>Download: <a href="https://www.zn.nl/WMSDownload/Download?file=ZOJMQsgj%2bl4qbAd%2bZZwm%2fv238JBMBMg6Mxvtm4FujKbT3RPvV8oLNAVEuvyDmuFh&amp;sectionName=Nieuws%20-%20Persberichten&amp;type=files" target="_blank">Terugblik fraudebeheersing 2011</a></p>
<p>Bron: <a href="http://fys.io/4ou" target="_blank">FysioVergoedingen</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://fysioforum.nl/2012/05/09/weer-meer-zorgfraude-opgespoord/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Steeds meer Nederlanders passen zorgverzekering aan op situatie</title>
		<link>http://fysioforum.nl/2012/05/06/steeds-meer-nederlanders-passen-zorgverzekering-aan-op-situatie/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=steeds-meer-nederlanders-passen-zorgverzekering-aan-op-situatie</link>
		<comments>http://fysioforum.nl/2012/05/06/steeds-meer-nederlanders-passen-zorgverzekering-aan-op-situatie/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 06 May 2012 13:23:26 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rob</dc:creator>
				<category><![CDATA[Onderzoek en statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek en regelgeving]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://fysioforum.nl/?p=16071</guid>
		<description><![CDATA[Een op de vier Nederlanders paste het afgelopen zorgseizoen de zorgverzekering aan. In veruit de meeste gevallen ging het om een aanpassing van de polis bij de huidige verzekeraar. Consumenten hebben nog nadrukkelijker dan voorheen gekeken naar de dekking van de verzekering, in verhouding tot de premie. Dit blijkt uit de KlantenMonitor Zorgverzekeringen 2012 van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Een op de vier Nederlanders paste het afgelopen zorgseizoen de zorgverzekering aan. In veruit de meeste gevallen ging het om een aanpassing van de polis bij de huidige verzekeraar. Consumenten hebben nog nadrukkelijker dan voorheen gekeken naar de dekking van de verzekering, in verhouding tot de premie. Dit blijkt uit de KlantenMonitor Zorgverzekeringen 2012 van onderzoeksbureau MarketResponse en Jan M. de Mos Consultancy. De switchcijfers van dit jaar bevestigen dit beeld.</p>
<p>Hoewel de reputatie van de zorgmarkt verder onder druk is komen te staan, blijkt uit het onderzoek dat de dienstverlening van zorgverzekeraars over het algemeen goed beoordeeld wordt. Onvrede over de dienstverlening speelt slechts een beperkte rol in de beslissing om te switchen van zorgverzekeraar. Positieve ervaringen met de dienstverlening dragen echter wel duidelijk bij aan het enthousiasme van klanten over hun eigen zorgverzekeraar.</p>
<h4>Consument zoekt naar passende verzekering</h4>
<p>Klanten van zorgverzekeraars hebben aanzienlijk vaker dan in 2011 de verzekering aangepast. Hierbij gaat het om wijzigingen in de aanvullende verzekeringen en het aanvullende eigen risico. Zowel in de vorm van uitbreidingen als in de vorm van beperkingen. Consumenten zijn bewuster bezig met het benutten van de mogelijkheden om de eigen zorgkosten te beperken. Het gaat dan niet alleen om de hoogte van de premie en het eigen risico, maar ook om de zorgkosten waar men mee te maken kan krijgen. Wolter Kloosterboer, expert verzekeringen bij MarketResponse: “We zien een duidelijke trend dat consumenten ‘waar voor hun geld’ willen zien en alleen willen betalen voor zaken die aansluiten bij de zorgbehoeften die ze zelf hebben”. FBTO is een voorbeeld van een zorgverzekeraar die hier succesvol op in weet te spelen met aanvullende modules die elke maand aan- en uitgezet kunnen worden. FBTO heeft dan ook de meeste nieuwe klanten weten binnen te halen dit jaar.</p>
<h4>Steeds vaker zorgverzekeringen vergeleken</h4>
<p>Hoewel men niet direct van plan is te wisselen van zorgverzekeraar, neemt het aantal mensen dat zich komend jaar gaat heroriënteren en zorgverzekeraars opnieuw met elkaar gaat vergelijken verder toe (van 21% in 2010, 25% in 2011 naar 27% in 2012). De reden is niet zozeer onvrede over de dienstverlening zelf, maar veel meer over premie en de verhouding tot de dekking die geboden wordt. Dienstverlening geeft minder dan in 2011 aanleiding tot onvrede.</p>
<h4>Verzekeraars selectiever</h4>
<p>Veel zorgverzekeraars zijn richting 2013 selectiever in het afsluiten van contracten met zorgaanbieders. Voor een flink deel van de consumenten voelt dit als een belemmering van de keuzevrijheid. Een argument dat ook meespeelt in de zoektocht naar tegenwaarde voor de betaalde zorgpremie. “Zorgverzekeraars slagen er nog onvoldoende in om aan consumenten uit te leggen dat selectie in het belang is van de patiënt. En zolang de consument het ervaart als een beperking is het een (extra) minnetje in de kosten-batenafweging”, stelt Wolter Kloosterboer.</p>
<h4>Nederlander geeft zorgverzekeraar een 7,6</h4>
<p>Ondanks de toenemende druk op de reputatie van de zorgmarkt, blijft de Nederlander over het algemeen tevreden over zijn zorgverzekeraar. Gemiddeld beoordelen ze de kwaliteit van dienstverlening met een 7,6, vergelijkbaar met het oordeel van de afgelopen jaren. De verschillen tussen de labels zijn klein als het gaat om de dienstverlening. Net als voorgaande jaren, valt ook dit jaar weer op dat met name de kleinere zorgverzekeraars het best beoordeeld worden op dienstverlening.</p>
<p>Klantenmonitor Zorgverzekeringen is een jaarlijks terugkerend onderzoek onder de verzekerden van de zorgverzekeraars in Nederland. In het onderzoek van 2012 werd de performance van 22 labels van zorgverzekeringsmaatschappijen onderzocht. Aan het onderzoek, dat in februari en maart 2012 werd uitgevoerd, is door ruim 9.400 huishoudens deelgenomen.</p>
<p>Bron: <a href="http://fysiovergoedingen.nl" target="_blank">FysioVergoedingen</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://fysioforum.nl/2012/05/06/steeds-meer-nederlanders-passen-zorgverzekering-aan-op-situatie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Stoppen met roken heeft ook na 40 jaar nog zin</title>
		<link>http://fysioforum.nl/2012/05/01/stoppen-met-roken-heeft-ook-na-40-jaar-nog-zin/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=stoppen-met-roken-heeft-ook-na-40-jaar-nog-zin</link>
		<comments>http://fysioforum.nl/2012/05/01/stoppen-met-roken-heeft-ook-na-40-jaar-nog-zin/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 01 May 2012 12:36:02 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rob</dc:creator>
				<category><![CDATA[Aandoeningen]]></category>
		<category><![CDATA[Onderzoek en statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[COPD]]></category>
		<category><![CDATA[CT-scan]]></category>
		<category><![CDATA[onderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[Universiteit Utrecht]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://fysioforum.nl/?p=16062</guid>
		<description><![CDATA[Ook voor mensen die al veertig jaar roken heeft het zin om te stoppen. Hun longfunctie gaat daardoor minder hard achteruit. Dat concludeert de Utrechtse arts-onderzoeker Firdaus Mohamed Hoesein in zijn proefschrift. Mohamed Hoesein promoveert op 26 april aan de Universiteit Utrecht. Mohamed Hoesein analyseerde de gezondheid van deelnemers aan de NELSON-studie. Daarin worden ruim [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-thumbnail wp-image-14454" title="Universiteit Utrecht" src="http://fysioforum.nl/wp-content/uploads/2011/08/uu-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" />Ook voor mensen die al veertig jaar roken heeft het zin om te stoppen. Hun longfunctie gaat daardoor minder hard achteruit. Dat concludeert de Utrechtse arts-onderzoeker Firdaus Mohamed Hoesein in zijn proefschrift. Mohamed Hoesein promoveert op 26 april aan de Universiteit Utrecht.</p>
<p>Mohamed Hoesein analyseerde de gezondheid van deelnemers aan de NELSON-studie. Daarin worden ruim 2200 huidige en voormalige zware rokers via een CT-scan onderzocht op longkanker. De deelnemers krijgen tweemaal een longfunctietest, zowel bij het begin van het onderzoek als drie jaar later. Bij patiënten met longziekte COPD gaat de longfunctie snel achteruit. Gemiddeld zijn de deelnemers 60 jaar en hebben ze 40 jaar lang een pakje sigaretten per dag gerookt. De helft van de mensen stopte met roken voor het begin van het onderzoek, ze hadden geen COPD.</p>
<h4>Slechtere longfunctie</h4>
<p>Van deze zogenaamde ‘gezonde rokers’ vergeleek Mohamed Hoesein de longfunctie in de loop van de tijd. Van deze zware rokers blijkt de longfunctie in de loop van drie jaar aanzienlijk te verslechteren. Die daling gaat echter een stuk langzamer bij de mensen die meer dan een jaar gestopt waren met roken. De daling nam niet nog verder af bij de mensen die meer dan 4 jaar gestopt waren.</p>
<p>“Het betekent dat stoppen met roken ook nog zin heeft bij hele zware rokers”, legt Mohamed Hoesein uit. “Ook mensen met veertig pakjaren zouden moeten stoppen. Daardoor verkleinen ze de kans dat ze COPD krijgen. Deze chronische longziekte is soms dodelijk, niet te genezen en leidt vaakt tot ernstige invalideit.”</p>
<h4>CT-scan</h4>
<p>Uit het onderzoek blijkt ook dat zware rokers met een normale longfunctie soms ook al emfyseem hebben dat alleen op een CT-scan zichtbaar is. Emfyseem ontstaat als longblaasjes stuk gaan en is een van de oorzaken van COPD. Bij deze patiënten verslechteren de longen gedurende drie jaar sneller dan gemiddeld.</p>
<p>COPD (‘chronic obstructive pulmonary disease’) is een chronische longziekte. Patiënten hoesten veel, geven slijm op en kampen met kortademigheid bij inspanning. Ongeveer eenvijfde van alle rokers ontwikkelt COPD terwijl ongeveer één procent longkanker krijgt. COPD komt in Nederland en wereldwijd steeds vaker voor. In tegenstelling tot andere chronische ziekten sterven ook steeds meer mensen aan de aandoening. In Nederland lijden ruim 300.000 mensen aan COPD [in 2003]. Een goede behandeling bestaat niet, behalve luchtwegverwijdende medicijnen en ontstekings­remmers. Bij een longfunctietest wordt de hoeveelheid lucht gemeten die iemand in een seconde maximaal kan uitblazen.</p>
<p>Prof. dr. Jan Willem Lammers en dr. Pieter Zanen van de afdeling Longziekten van het UMC Utrecht begeleidden het onderzoek. Inmiddels is Mohamed Hoesein werkzaam als radioloog in opleiding in het UMC Utrecht.</p>
<p>Bron: uu.nl</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://fysioforum.nl/2012/05/01/stoppen-met-roken-heeft-ook-na-40-jaar-nog-zin/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nieuwe behandeling van reuma lijkt veelbelovend</title>
		<link>http://fysioforum.nl/2012/04/23/nieuwe-behandeling-van-reuma-lijkt-veelbelovend/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=nieuwe-behandeling-van-reuma-lijkt-veelbelovend</link>
		<comments>http://fysioforum.nl/2012/04/23/nieuwe-behandeling-van-reuma-lijkt-veelbelovend/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 23 Apr 2012 20:30:18 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rob</dc:creator>
				<category><![CDATA[Aandoeningen]]></category>
		<category><![CDATA[Behandelmethode]]></category>
		<category><![CDATA[Onderzoek en statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[featured]]></category>
		<category><![CDATA[reuma]]></category>
		<category><![CDATA[reumatoïde artritis]]></category>
		<category><![CDATA[UMC Utrecht]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://fysioforum.nl/?p=16035</guid>
		<description><![CDATA[Utrechtse wetenschappers zijn een veelbelovende behandeling van jeugdreuma op het spoor. Het werkt al in proefdieren. “We willen graag uitzoeken of het ook in mensen werkt”, aldus arts-onderzoeker Evelien Zonneveld-Huijssoon. Zij promoveert op 24 april aan de Universiteit Utrecht. Jeugdreuma is een auto-immuunziekte waarbij T-cellen van het immuunsysteem het eigen lichaam aanvallen. De ontsteking leidt [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-thumbnail wp-image-16036" title="medicatie" src="http://fysioforum.nl/wp-content/uploads/2012/04/medicatie-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" />Utrechtse wetenschappers zijn een veelbelovende behandeling van jeugdreuma op het spoor. Het werkt al in proefdieren. “We willen graag uitzoeken of het ook in mensen werkt”, aldus arts-onderzoeker Evelien Zonneveld-Huijssoon. Zij promoveert op 24 april aan de Universiteit Utrecht.</p>
<p>Jeugdreuma is een auto-immuunziekte waarbij T-cellen van het immuunsysteem het eigen lichaam aanvallen. De ontsteking leidt tot pijnlijke gewrichtsschade. Jeugdreuma is niet te genezen, de behandeling bestaat uit het remmen van de chronische gewrichtsontsteking. Deze medicijnen, zoals methotrexaat of TNF-alfa-remmers, hebben ernstige bijwerkingen. Patiënten hebben bijvoorbeeld meer kans op infecties.</p>
<h4>Immuunsysteem kalmeren</h4>
<p>In haar promotieonderzoek zocht arts-onderzoeker Evelien Zonneveld-Huijssoon naar een manier om jeugdreuma te onderdrukken. Ze gebruikte daarvoor eiwitten, de zogenaamde ‘heat shock eiwitten’. Deze eiwitten versterken normaal gesproken de ontstekingsreactie bij patiënten met jeugdreuma. Zonneveld gebruikte deze eiwitten juist om het immuunsysteem te kalmeren. Het toedienen van deze eiwitten via een neusspray zorgt ervoor dat het immuunsysteem de eiwitten als onschadelijk beschouwt. Dat is de normale reactie op eiwitten die zo het lichaam bereiken.</p>
<p>De neusspray werkt erg goed bij ratten met reuma. Een eenmalige dosis van een ontstekingsremmer plus vier keer de neusspray onderdrukt de ziekte drie weken lang net zo goed als drie doses ontstekingsremmer. De proefdieren kunnen dus toe met een veel lagere dosis ontstekingsremmer om de ziekte onder controle te houden. Dat vermindert op de lange termijn de bijwerkingen.</p>
<h4>Tweeduizend kinderen</h4>
<p>“We denken dat het in mensen net zo kan werken”, zegt Zonneveld-Huijssoon. “Reuma in proefdieren lijkt op de ziekte in mensen. Maar of de behandeling inderdaad net zo goed werkt willen we graag uitzoeken.” Het UMC Utrecht wil de nieuwe behandeling graag testen in reumapatiënten. Hiervoor is echter nog geen financiering. Eén op de duizend kinderen heeft jeugdreuma. In Nederland zijn er twee- tot drieduizend kinderen jeugdreuma, ongeveer de helft komt voor behandeling naar het UMC Utrecht.</p>
<p>Bron: UMC Utrecht</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://fysioforum.nl/2012/04/23/nieuwe-behandeling-van-reuma-lijkt-veelbelovend/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Vermoeidheid heeft vele gezichten</title>
		<link>http://fysioforum.nl/2012/04/23/vermoeidheid-heeft-vele-gezichten/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=vermoeidheid-heeft-vele-gezichten</link>
		<comments>http://fysioforum.nl/2012/04/23/vermoeidheid-heeft-vele-gezichten/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 23 Apr 2012 20:13:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rob</dc:creator>
				<category><![CDATA[Aandoeningen]]></category>
		<category><![CDATA[Behandelmethode]]></category>
		<category><![CDATA[Onderzoek en statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[cognitieve gedragstherapie]]></category>
		<category><![CDATA[COPD]]></category>
		<category><![CDATA[CVS]]></category>
		<category><![CDATA[GRADIT]]></category>
		<category><![CDATA[MS]]></category>
		<category><![CDATA[training]]></category>
		<category><![CDATA[UMC St Radboud]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://fysioforum.nl/?p=16032</guid>
		<description><![CDATA[Prof.dr. Gijs Bleijenberg, de klinisch psycholoog die onder andere de cognitieve gedragstherapie voor het chronisch vermoeidheidssyndroom geïntroduceerd heeft, neemt afscheid als hoogleraar bij het UMC St Radboud. Hij gaat met pensioen. In zijn afscheidsrede legt hij uit waarom de ene vermoeidheid de andere niet is. En wat ze wèl gemeen hebben. Chronische vermoeidheid is niet [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-thumbnail wp-image-15776" title="moe" src="http://fysioforum.nl/wp-content/uploads/2012/03/moe-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" />Prof.dr. Gijs Bleijenberg, de klinisch psycholoog die onder andere de cognitieve gedragstherapie voor het chronisch vermoeidheidssyndroom geïntroduceerd heeft, neemt afscheid als hoogleraar bij het UMC St Radboud. Hij gaat met pensioen. In zijn afscheidsrede legt hij uit waarom de ene vermoeidheid de andere niet is. En wat ze wèl gemeen hebben.</p>
<p>Chronische vermoeidheid is niet alleen een ramp voor het individu, maar ook een groot maatschappelijk probleem. Naast de mensen die lijden aan het chronisch vermoeidheidssyndroom, dat zijn er naar schatting van deskundigen 80.000, zijn er ook anderen die te maken hebben met extreme vermoeidheid. Bijvoorbeeld mensen, die behandeld zijn voor kanker of mensen met een chronische ziekte. Van vele chronische ziekten is bekend dat ze gepaard kunnen gaan met ernstige vermoeidheid. Volgens Bleijenberg betekent dit grofweg dat in Nederland tenminste een half miljoen mensen chronisch vermoeid zijn.</p>
<h4>Therapie</h4>
<p>Bleijenberg heeft zich het grootste deel van zijn werkzame leven bezig gehouden met chronische vermoeidheid en de behandeling ervan. Hij ontwikkelde in Nederland een vorm van cognitieve gedragstherapie (CGT) die effectief is bij mensen met het chronisch vermoeidheidssyndroom. Later bleek dat ook andere mensen met chronische vermoeidheid baat hebben bij vormen van deze therapie. Samen met zijn medewerkers ontwikkelde hij effectieve vormen van CGT voor kankergerelateerde vermoeidheid, voor chronische vermoeidheid bij MS-patiënten en bij neuromusculaire ziekten.</p>
<p>Wat Bleijenberg verbaast is, dat er zo weinig geld wordt uitgetrokken voor het landelijk invoeren van deze werkzame therapieën. ‘Er is veel geld besteed aan degelijk onderzoek naar de behandeling van vermoeidheid,’ zegt hij in z’n afscheidsrede, ‘en dat heeft gelukkig goede behandelingen opgeleverd. Deze behandelingen kunnen nu worden uitgevoerd door getrainde gedragstherapeuten, maar voor hun training is nauwelijks geld beschikbaar. Het opleiden van extra gedragstherapeuten zou een prima manier zijn om te bezuinigen: het zou de last van de vermoeidheid verlichten en het beroep op dure voorzieningen verminderen.’</p>
<h4>Opvattingen</h4>
<p>In z’n afscheidsrede gaat Bleijenberg onder meer in op het werkingsmechanisme van CGT. Dit is bij de diverse groepen ernstig vermoeiden grotendeels hetzelfde. CGT is effectief, omdat het verandering brengt in de opvattingen, het denken, van de patiënt over vermoeidheid. Ook veranderingen in opvattingen over lichamelijke activiteit en over bewegen hebben effect op het afnemen van de vermoeidheid.<br />
Graduele inspanningstherapie (GET), gebaseerd op het geleidelijk opvoeren van de lichamelijke activiteit, is ook effectief bij het chronisch vermoeidheidssyndroom. ‘Maar ook hier blijkt het bewegen zèlf niet de werkzame factor,’ aldus Bleijenberg. ‘Ook bij deze therapie moeten de opvattingen over bewegen veranderen, wil het effectief zijn.’</p>
<h4>Verschillen</h4>
<p>Toch, de ene vermoeidheid is de andere niet. Het Dondersinstituut vond samen met het Nijmeegs Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid, dat mensen met CVS minder grijze stof in hun hersenen hebben dan gezonde mensen. Na een behandeling met CGT was het volume grijze stof toegenomen. Bij vermoeidheid na kanker daarentegen was er geen afname van grijze stof te zien en bijgevolg evenmin een toename van grijze stof na de behandeling. Dit duidt erop, dat CVS biologisch anders in elkaar zit dan kankergerelateerde vermoeidheid.</p>
<p>Iets dergelijks is te zien bij het gehalte van het hormoon cortisol in het speeksel. Bij CVS is dit gehalte relatief laag en neemt het toe naarmate de cognitieve gedragstherapie beter aanslaat. Bij mensen die kanker hebben gehad is er geen verschil gevonden in cortisolniveau tussen vermoeiden en niet-vermoeiden.</p>
<h4>De vele gezichten van vermoeidheid</h4>
<p>Ook de omstandigheden die voorafgaan aan de vermoeidheid en de factoren die de vermoeidheid in stand houden, verschillen tussen de patiëntengroepen. Daarom moet de therapie aan elke groep patiënten afzonderlijk worden aangepast. “De vele gezichten van vermoeidheid” is dan ook de titel van het symposium, dat ter gelegenheid van het afscheid van Bleijenberg gehouden wordt. Sprekers uit binnen- en buitenland behandelen daar aspecten van chronische vermoeidheid bij verschillende groepen patiënten, zoals mensen met MS, COPD en hart- en vaatziekten.</p>
<p>Bron: UMC St Radboud</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://fysioforum.nl/2012/04/23/vermoeidheid-heeft-vele-gezichten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hoogste aantal overstappers sinds nieuw zorgstelsel</title>
		<link>http://fysioforum.nl/2012/04/19/hoogste-aantal-overstappers-sinds-nieuw-zorgstelsel/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=hoogste-aantal-overstappers-sinds-nieuw-zorgstelsel</link>
		<comments>http://fysioforum.nl/2012/04/19/hoogste-aantal-overstappers-sinds-nieuw-zorgstelsel/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 19 Apr 2012 21:50:50 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rob</dc:creator>
				<category><![CDATA[Onderzoek en statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek en regelgeving]]></category>
		<category><![CDATA[marktwerking]]></category>
		<category><![CDATA[zorgconsument]]></category>
		<category><![CDATA[zorgkosten]]></category>
		<category><![CDATA[zorgverzekeraar]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://fysioforum.nl/?p=16014</guid>
		<description><![CDATA[Begin 2012 waren er ongeveer 1 miljoen overstappers, 6% van de zorgverzekerden. Het hoogste aantal sinds de invoering van het zorgstelsel in 2006. Het is niet zo vreemd dat er in de overgang van 2011 naar 2012 het meest overgestapt is. Er lijkt een duidelijk verband te zijn met de stijging van de premies. Vooral [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Begin 2012 waren er ongeveer 1 miljoen overstappers, 6% van de zorgverzekerden. Het hoogste aantal sinds de invoering van het zorgstelsel in 2006.</p>
<p>Het is niet zo vreemd dat er in de overgang van 2011 naar 2012 het meest overgestapt is. Er lijkt een duidelijk verband te zijn met de stijging van de premies.</p>
<p>Vooral in 2012 lijkt ook het grote verschil tussen de laagste (internetpolissen) en de hoogste premie een belangrijke rol te spelen.</p>
<h3>Van 2006 naar 2012</h3>
<p>Tussen 2006 en 2007 was er al een flinke prijsstijging en daardoor een overstappercentage van 4,5%. In 2008 daalden de premies en maar 3,5% stapte over.</p>
<p>Deze premiedaling van 2008 had echter te maken met de overgang van de no-claimregeling naar het eigen risico. Feitelijk betaalde je daardoor meestal meer in de praktijk. Bij de no-claimregeling kreeg je namelijk nog je geld terug aan het eind van het jaar als je weinig of geen zorg &#8216;gebruikte&#8217;.</p>
<p>In 2009 stegen de premies licht en weer stapte 3,5% over. Door opeenvolgende grotere prijsstijgingen werd het in 2010 4%, in 2011 5,5% tot uiteindelijk in 2012 6%.</p>
<h4>Feiten van 2012 op een rij</h4>
<ul>
<li>De gemiddelde premie van de basisverzekering steeg met € 25,- (2%).</li>
<li>Het aantal mannen en vrouwen dat overstapte, is ongeveer gelijk.</li>
<li>In de leeftijdsgroep 18-34 jaar stapte men het meeste over.</li>
<li>De Randstad stapte het meest over, in Friesland en Zeeland het minst.</li>
<li>In alle lagen van de bevolking kwam overstappen gelijkwaardig voor.</li>
</ul>
<p>Bron: <a href="http://fysiovergoedingen.nl" target="_blank">Fysiovergoedingen.nl</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://fysioforum.nl/2012/04/19/hoogste-aantal-overstappers-sinds-nieuw-zorgstelsel/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Lastige patiënt stuwt kosten gezondheidszorg</title>
		<link>http://fysioforum.nl/2012/04/15/lastige-patient-stuwt-kosten-gezondheidszorg/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=lastige-patient-stuwt-kosten-gezondheidszorg</link>
		<comments>http://fysioforum.nl/2012/04/15/lastige-patient-stuwt-kosten-gezondheidszorg/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 15 Apr 2012 13:25:05 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rob</dc:creator>
				<category><![CDATA[Onderzoek en statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[featured]]></category>
		<category><![CDATA[intimidatie]]></category>
		<category><![CDATA[VvAA]]></category>
		<category><![CDATA[zorgkosten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://fysioforum.nl/?p=15982</guid>
		<description><![CDATA[Intimidatie van zorgverleners leidt tot kostenstijging in de gezondheidszorg. Dat stelt ledenorganisatie en dienstverlener voor zorgprofessionals VvAA op basis van onderzoek onder bijna 1000 leden. Een vijfde van de hulpverleners geeft aan een patiënt vanwege intimidatie te hebben doorgestuurd, terwijl dat anders niet was gebeurd. Ook worden behandelingen uitgevoerd die niet nodig zijn. 75 procent [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-thumbnail wp-image-16002" title="VvAA" src="http://fysioforum.nl/wp-content/uploads/2012/04/VvAA-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" />Intimidatie van zorgverleners leidt tot kostenstijging in de gezondheidszorg. Dat stelt ledenorganisatie en dienstverlener voor zorgprofessionals VvAA op basis van onderzoek onder bijna 1000 leden. Een vijfde van de hulpverleners geeft aan een patiënt vanwege intimidatie te hebben doorgestuurd, terwijl dat anders niet was gebeurd. Ook worden behandelingen uitgevoerd die niet nodig zijn. 75 procent van de zorgverleners verwacht dat de kosten vanwege intimidatie verder zullen stijgen.</p>
<p>Van alle zorgverleners hebben huisartsen het vaakst met intimidatie te maken. Van hen geeft 82 procent aan dit te hebben meegemaakt. Ruim een vijfde zegt een patiënt naar een collega te hebben doorgestuurd, een kwart heeft wel eens handelingen verricht of juist nagelaten als gevolg van intimidatie of de angst daarvoor. De huisartsen geven daarbij aan dat ze dat zonder intimidatie niet zouden hebben gedaan. In de meeste gevallen (69 procent) gaat het om verbaal geweld, zoals geschreeuw in de wachtkamer en dreigtelefoontjes. Meestal is de patiënt zelf de boosdoener (bijna 70 procent) in 55 procent van de gevallen is dat familie van de patiënt.</p>
<p>Om een nog beter inzicht te krijgen over dit thema zijn ook 500 consumenten ondervraagd. Hierdoor ontstaat een breed beeld en meer inzicht in de overeenkomsten c.q. verschillen in ervaring en perceptie tussen de twee groepen. Opvallend is dat perceptie van consumenten over de toename van intimidatie anders is dan die van zorgprofessionals. 80 procent van hen zegt zich geen geval van intimidatie te kunnen herinneren. Het onderzoek wijst uit dat consumenten mondiger zijn geworden. Een ruime meerderheid zoekt voorafgaand aan het bezoek aan een behandelaar informatie over klachten en behandelmethoden. Ruim 80 procent wil meebeslissen over de behandelmethode; ouderen vaker dan jongeren. Bijna vier op de vijf consumenten voelt zich bij een zorgverlener vrij om te zeggen wat hij of zij denkt.</p>
<p>“Het is een goede ontwikkeling dat patiënten mondiger worden, maar de medaille heeft twee kanten”, zegt Edwin Brugman, directeur kennismanagement en netwerken bij VvAA: “We zien dat er in het publieke debat vaak op een eenzijdige manier over zorgverleners wordt gesproken. Het lijkt erop dat zorgverleners daardoor over één kam worden geschoren, terwijl het gaat om incidenten. Daardoor wordt niet alleen het publieke debat verscherpt, mogelijk vereenzelvigen patiënten een individuele zorgverlener met incidenten waardoor ze zich anders gaan gedragen.”</p>
<h4>Stijgende kosten</h4>
<p>Ruim driekwart van zowel de eerstelijns- als tweedelijnszorgverleners verwacht dat de kosten voor de gezondheidszorg zullen stijgen als gevolg van intimidatie, zo blijkt uit het onderzoek. Het verrichten van extra handelingen en het doorverwijzen naar collega’s brengt kosten met zich mee. Bovendien kosten intimiderende patiënten de zorgverleners heel veel tijd die zij niet aan andere patiënten kunnen besteden.</p>
<p>“Zorgprofessionals moeten zich tijdens hun werk veilig kunnen voelen”, stelt Brugman. “We constateren dat patiënten steeds mondiger worden. Ze zoeken informatie op internet en gaan meer en meer op de stoel van de behandelaar zitten. Zorgverleners vertonen ander gedrag als gevolg van (mogelijke) intimidatie. In de VS is het een trend dat hulpverleners extra onderzoeken verrichten alleen om eventuele claims te voorkomen. We moeten er voor waken dat het daar in Nederland niet naartoe gaat.”</p>
<h4>Onhandelbaar wordt onbehandelbaar</h4>
<p>Zorgprofessionals zien de toekomst op het gebied van intimidatie niet al te rooskleurig in. Voor de komende jaren verwacht twee derde van de ondervraagden een toename van intimidatie. Driekwart denkt dat de kosten van de gezondheidszorg vanwege intimidatie de komende jaren verder stijgen. De helft denkt dat de zorg door intimidatie niet alleen duurder maar ook minder goed toegankelijk wordt. Brugman: “Eind februari  stelde minister Schippers van Volksgezondheid dat patiënten die zo agressief zijn dat het gevaarlijk wordt voor de zorgverlener, niet meer hoeven te worden geholpen. Combineren we deze twee zaken, dan kunnen we uitzien naar een groeiende lijst van lastige patiënten. Onhandelbaar wordt onbehandelbaar.”</p>
<h4>Debat artsen met grenzen</h4>
<p>Aan het onderzoek, verricht door Quint Result in opdracht van VvAA, deden 990 hulpverleners mee, waarvan 677 eerstelijnszorgverleners en 313 medisch specialisten. Naar aanleiding van het rapport organiseert VvAA op maandag 16 april een debat over intimidatie van zorgprofessionals door patiënten. Het debat ‘Artsen mét grenzen’ vindt plaats in het hoofdkantoor van VvAA in Utrecht en wordt live uitgezonden op BNR Nieuwsradio.</p>
<p><a href="http://www.vvaa.nl/sites/default/files/attachments/a4boekje-trendonderzoek-intimidatie_lr_def-2012_nieuw.pdf" target="_blank">Download het onderzoeksrapport</a><br />
Bron: VvAA</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://fysioforum.nl/2012/04/15/lastige-patient-stuwt-kosten-gezondheidszorg/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Bijna kwart 40-plussers heeft COPD</title>
		<link>http://fysioforum.nl/2012/04/10/bijna-kwart-40-plussers-heeft-copd/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=bijna-kwart-40-plussers-heeft-copd</link>
		<comments>http://fysioforum.nl/2012/04/10/bijna-kwart-40-plussers-heeft-copd/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 10 Apr 2012 08:11:29 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rob</dc:creator>
				<category><![CDATA[Aandoeningen]]></category>
		<category><![CDATA[Onderzoek en statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[COPD]]></category>
		<category><![CDATA[featured]]></category>
		<category><![CDATA[RIVM]]></category>
		<category><![CDATA[Universiteit Maastricht]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://fysioforum.nl/?p=15960</guid>
		<description><![CDATA[COPD komt veel meer voor dan gedacht, terwijl de ziekte bij de meeste personen onbehandeld blijft. Dit blijkt uit een steekproef uit de bevolking van Maastricht. Van de mensen ouder dan veertig jaar heeft 23,7% COPD. Van de mensen ouder dan 70 jaar heeft zelfs 41,6% COPD. Longarts Lowie Vanfleteren en collega&#8217;s namen een blinde [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-thumbnail wp-image-15961" title="alveoli" src="http://fysioforum.nl/wp-content/uploads/2012/04/alveoli-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" />COPD komt veel meer voor dan gedacht, terwijl de ziekte bij de meeste personen onbehandeld blijft. Dit blijkt uit een steekproef uit de bevolking van Maastricht. Van de mensen ouder dan veertig jaar heeft 23,7% COPD. Van de mensen ouder dan 70 jaar heeft zelfs 41,6% COPD.</p>
<p>Longarts Lowie Vanfleteren en collega&#8217;s namen een blinde steekproef van 592 personen ouder dan 40 jaar in de regio Maastricht en verrichtten bij al deze personen een longfunctie-onderzoek. Bij 28,5% van de mannen en 19,5% van de vrouwen is sprake van een chronische luchtwegvernauwing die bij COPD past. Dit percentage stijgt met de leeftijd en met het aantal gerookte sigaretten tot 41,6% bij de zeventig-plussers. Het onderzoek wordt deze maand gepubliceerd in Respiratory Medicine.</p>
<p>Uit het onderzoek blijkt dat COPD veel meer voorkomt dan gedacht. Het RIVM schat de incidentie op slechts 1,8% van alle mannen en 1,6% van alle vrouwen. Bovendien wist maar 8,8% van de onderzochte groep mensen dat ze COPD hadden. Het gros van de mensen met COPD krijgt dus geen behandeling voor de ziekte. Door de toenemende vergrijzing en de aanhoudende consumptie van sigaretten en andere rookwaren blijft het aantal mensen met COPD de komende decennia stijgen en daarmee de belasting voor de zorg en maatschappij. Volgens de onderzoekers staat de overheid dan ook voor de uitdaging om de zorg in te richten op de groeiende stroom patiënten en om de consumptie van tabaksproducten verder terug te dringen.</p>
<p>Bron: azm.nl</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://fysioforum.nl/2012/04/10/bijna-kwart-40-plussers-heeft-copd/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Actieve zorgconsument laat nog op zich wachten</title>
		<link>http://fysioforum.nl/2012/04/05/actieve-zorgconsument-laat-nog-op-zich-wachten/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=actieve-zorgconsument-laat-nog-op-zich-wachten</link>
		<comments>http://fysioforum.nl/2012/04/05/actieve-zorgconsument-laat-nog-op-zich-wachten/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 05 Apr 2012 10:17:01 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rob</dc:creator>
				<category><![CDATA[Onderzoek en statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek en regelgeving]]></category>
		<category><![CDATA[kwaliteit]]></category>
		<category><![CDATA[nivel]]></category>
		<category><![CDATA[onderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[zorgconsument]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://fysioforum.nl/?p=15934</guid>
		<description><![CDATA[De huisarts speelt meestal nog een stevige rol bij de keuze voor een ziekenhuis of specialist. Burgers gaan weinig zelf op zoek naar keuze-informatie. Van een patiëntenorganisatie blijken ze niet zozeer lid te worden vanwege belangenbehartiging, maar verwachten ze vooral informatie en voorlichting. In het nieuwe zorgstelsel wordt van burgers een actieve rol verwacht. Ze [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-thumbnail wp-image-13689" title="nivel" src="http://fysioforum.nl/wp-content/uploads/2009/10/nivel-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" />De huisarts speelt meestal nog een stevige rol bij de keuze voor een ziekenhuis of specialist. Burgers gaan weinig zelf op zoek naar keuze-informatie. Van een patiëntenorganisatie blijken ze niet zozeer lid te worden vanwege belangenbehartiging, maar verwachten ze vooral informatie en voorlichting.</p>
<p>In het nieuwe zorgstelsel wordt van burgers een actieve rol verwacht. Ze worden ‘zorgconsumenten’ die zelf kiezen naar welk ziekenhuis of welke specialist zij gaan. Op deze manier zouden ze zorgaanbieders dwingen goede kwaliteit te leveren tegen een scherpe prijs. Dit kan individueel, maar ook collectief, bijvoorbeeld in patiëntenorganisaties. Maar willen burgers actief kiezen voor een specialist of een ziekenhuis? En zo ja, hoe kiezen ze dan? Leven patiëntenorganisaties onder de bevolking? Waarom wordt een patiënt lid? Een andere rol die in het nieuwe zorgstelsel van de burger wordt verwacht is die van ‘kostenbewuste zorgconsument’. De zorguitgaven zullen naar verwachting de komende jaren flink toenemen. Zijn mensen zich bewust van de kosten van de zorg die ze gebruiken? Het NIVEL legde een aantal vragen voor aan het Consumentenpanel Gezondheidszorg om te weten te komen of en hoe burgers deze rollen op zich nemen.</p>
<h4>De kiezende burger</h4>
<p>Veel burgers zeggen niet zelf naar informatie te zoeken om te kiezen naar welk ziekenhuis of welke specialist ze het beste kunnen gaan. Als reden noemen ze vooral, dat ze toch al weten waar ze naar toe gaan. Daarnaast komt duidelijk naar voren dat ze het lastig vinden om te kiezen. Ze weten niet op basis waarvan ze moeten kiezen, hoe ze de informatie moeten beoordelen en of die wel betrouwbaar is. Dit geven ze vaker aan dan dat ze er de meerwaarde niet van inzien om keuze-informatie op te zoeken. Of burgers nu wel of geen actieve rol zeggen te spelen in de keuze voor een specialist of ziekenhuis, in beide gevallen speelt de huisarts een grote rol bij deze keuze.</p>
<h4>Patiëntenorganisaties</h4>
<p>Patiëntenorganisaties zijn bekend bij de panelleden. Ruim een op de tien is lid of lid geweest van een patiëntenorganisatie. Informatie en voorlichting spelen een belangrijkere rol om lid te zijn dan belangenbehartiging. Burgers organiseren zich kennelijk niet zozeer om samen sterk te staan, maar lijken dit vooral te doen vanuit individuele motieven of lotgenotencontact.</p>
<h4>De kostenbewuste burger</h4>
<p>Burgers zien zichzelf als kostenbewuste zorggebruikers. Over andere ‘zorgconsumenten’ zijn ze minder uitgesproken, maar ze lijken toch het idee te hebben dat die minder kostenbewust zijn in hun zorggebruik dan zijzelf. Zelf betalen voor de zorg lijkt een zeker kostenbewustzijn met zich mee te brengen. Daarnaast geeft het echter ook het gevoel recht te hebben op zorg.</p>
<h4>Onderzoek</h4>
<p>Voor het onderzoek zijn begin maart 2011 twee vragenlijsten verspreid. Beide vragenlijsten zijn door zo’n 1500 leden van het Consumentenpanel Gezondheidszorg ingevuld. Het panel verzamelt informatie onder de algemene bevolking in Nederland over de meningen over de gezondheidszorg en de ervaringen hiermee. Het panel bestaat uit ongeveer 6.000 mensen van 18 jaar en ouder.</p>
<p>Bron: Nivel</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://fysioforum.nl/2012/04/05/actieve-zorgconsument-laat-nog-op-zich-wachten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wouter Bos: Achterstand dreigt voor eHealth in Nederland</title>
		<link>http://fysioforum.nl/2012/03/31/wouter-bos-achterstand-dreigt-voor-ehealth-in-nederland/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=wouter-bos-achterstand-dreigt-voor-ehealth-in-nederland</link>
		<comments>http://fysioforum.nl/2012/03/31/wouter-bos-achterstand-dreigt-voor-ehealth-in-nederland/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 31 Mar 2012 11:32:50 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rob</dc:creator>
				<category><![CDATA[Behandelmethode]]></category>
		<category><![CDATA[Informatie en technologie]]></category>
		<category><![CDATA[Onderzoek en statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[ehealth]]></category>
		<category><![CDATA[featured]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://fysioforum.nl/?p=15896</guid>
		<description><![CDATA[Vaart, volume en commitment van alle betrokken partijen zijn onmisbaar om eHealth echt succesvol te maken. Dat komt naar voren in het internationale KPMG-onderzoek ‘Accelerating Innovation: the power of the crowd’. Het rapport zet de succesfactoren voor eHealth op een rij aan de hand van concrete voorbeelden in onder meer het Verenigd Koninkrijk, Singapore en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-thumbnail wp-image-15897" title="KPMG" src="http://fysioforum.nl/wp-content/uploads/2012/03/kpmg-logo-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" />Vaart, volume en commitment van alle betrokken partijen zijn onmisbaar om eHealth echt succesvol te maken. Dat komt naar voren in het internationale KPMG-onderzoek ‘Accelerating Innovation: the power of the crowd’. Het rapport zet de succesfactoren voor eHealth op een rij aan de hand van concrete voorbeelden in onder meer het Verenigd Koninkrijk, Singapore en Amerika.</p>
<p>&#8220;Waar diverse landen in een hogere versnelling gaan, zien we dat in Nederland de versnippering domineert. Op kleine schaal zijn er meer dan voldoende interessante initiatieven. Maar dat is niet genoeg om de dreigende achterstand ten opzichte van internationale ontwikkelingen te dichten&#8221;, aldus voorzitter Wouter Bos van KPMG Gezondheidszorg.</p>
<p>Het rapport werd op 29 maart jl. gepresenteerd aan Eurocommissaris Neelie Kroes, in Brussel verantwoordelijk voor de ‘digitale agenda’ van de Europese Unie.</p>
<p>Het rapport is gebaseerd op onderzoek van KPMG en de Manchester Business School in 15 landen. Het internationale onderzoeksrapport geeft aan welke factoren bepalend zijn om eHealth in een hogere versnelling te krijgen.</p>
<p>KPMG partner en leider van het internationale onderzoek Jan de Boer geeft aan: programma’s moeten voldoende ‘massa’ hebben, alle betrokken partijen moeten eensgezind zijn in hun doelstellingen en inspanningen en het vraagt flexibiliteit in toepassingen op maat. Een strategisch plan met een duidelijke focus en zorgprofessionals en patiënten samen aan het stuur biedt een helder kompas voor alle betrokkenen en voorkomt dat partijen van koers raken.<br />
De drie sleutels voor het succes van eHealth:</p>
<ul>
<li><strong>Crowd accelerated innovation: </strong>de impact en invloed van het collectief (‘the Crowd’) om snel verandering en innovatie te bewerkstelligen. Het succes van nieuwe initiatieven wordt mede bepaald door de snelheid waarmee het door veel mensen wordt geadopteerd (vgl. sociale media, Wikpedia, etc).</li>
<li><strong>Collaborative alignment:</strong> de noodzakelijke samenwerking tussen de bij eHealth betrokken partijen zoals de overheid, zorgverzekeraars, patiënten, zorgprofessionals en IT leveranciers. Belangrijk voor succes is dat de verschillende partijen allen het nut ervaren van eHealth toepassingen.</li>
<li><strong>Creative destruction: </strong>de noodzaak om de ‘’oude’’ werkwijze los te laten. Succesvolle eHealth implementaties leiden altijd tot een veranderde wijze van het verlenen van zorg. eHealth is meer dan het in een ‘app’ verpakken van conventionele zorg; het vraagt een volledige herijking van alle zorgprocessen.</li>
</ul>
<h4>The Whole Systems Demonstrator</h4>
<p>Het rapport bevat tevens concrete praktijkvoorbeelden. Eén van die best practices kreeg ook een plek tijdens de presentatie in Brussel: The Whole Systems Demonstrator. Het grootste gecontroleerde programma ter wereld, uitgevoerd in het Verenigd Koninkrijk, richt zich op patiënten met diabetes, COPD en chronisch hartfalen. Het leidde tot 15% minder bezoeken aan de spoedeisende hulp, 20% minder spoedopnames, 14% minder electieve opnames, 14% kortere ligduur en 8% lagere tariefkosten.</p>
<p>De regering Cameron besloot op basis van deze uitkomsten om de ‘3 million live campaign’ op te zetten. Doel is om 3 miljoen chronisch patiënten in 5 jaar met behulp van eHealth te behandelen in hun eigen thuissituatie. Verwacht wordt dat dit een besparing op kan leveren van 1 miljard pond.</p>
<h4>Commentaar Wouter Bos en Jan de Boer</h4>
<p>Volgens Wouter Bos en onderzoeker Jan de Boer is het noodzakelijk dat ook in Nederland een sprong voorwaarts wordt gemaakt. Wouter Bos: &#8220;Het is bijna onverantwoordelijk om geen gecoördineerde inspanning te doen als je ziet welke resultaten er mogelijk zijn. En dat terwijl Nederland zo veel mee heeft.&#8221;</p>
<p>Jan de Boer: &#8220;Er zijn weinig landen met zo’n goede digitale infrastructuur, waar sociale media zoveel gebruikt worden. Mensen regelen hun bankzaken online en ook de belastingaangifte doe je van achter je PC. We hebben bovendien de kennis en de creativiteit in huis. Maar op het gebied van eHealth is ons zorglandschap nog grotendeels 1.0. Niemand voelt zich verantwoordelijk om door de hele keten heen eigenaar te zijn van een e-health-investering.&#8221;</p>
<p>Volgens Wouter Bos is de versnippering van het zorglandschap de belangrijkste reden waarom in Nederland e-health maar niet uit de sfeer van experiementen en tijdelijke subsidies komt. &#8220;Er zijn stevige investeringen nodig en een forse coördinatie tussen partijen om te zorgen dat die investeringen ook echt tot resultaten leiden. En vervolgens moeten die resultaten op de een of andere manier ook weer terugvloeien naar degene die de investering gepleegd heeft. Wie gaat dat invoeren, regelen en coördineren in Nederland? De nationale overheid lijkt het niet van plan. Het zal dus van de verzekeraars of van regionaal samenwerkende zorgaanbieders moeten komen.</p>
<p>Niets doen lijkt me geen optie. Niet alleen omdat we anders te ver achterlopen op internationale ontwikkelingen en kansen missen. Maar vooral omdat de Nederlandse patiënt geen genoegen meer zal nemen met een behandeling die schril afsteekt met wat hij als consument en burger de gewoonste zaak van de wereld vindt. Wanneer we in de huidige versnelling door blijven gaan, zal de afstand ten opzichte van het buitenland én digitale ontwikkelingen buiten de zorg alleen maar toenemen. Kortom: wie neemt het initiatief voor een Nederlandse One Million Lives Campaign?&#8221;</p>
<p>Bron: persbericht KPMG</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://fysioforum.nl/2012/03/31/wouter-bos-achterstand-dreigt-voor-ehealth-in-nederland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>9</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Communicatie en meebeslissen maken zorg patiëntgericht</title>
		<link>http://fysioforum.nl/2012/03/29/communicatie-en-meebeslissen-maken-zorg-patientgericht/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=communicatie-en-meebeslissen-maken-zorg-patientgericht</link>
		<comments>http://fysioforum.nl/2012/03/29/communicatie-en-meebeslissen-maken-zorg-patientgericht/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 29 Mar 2012 08:59:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rob</dc:creator>
				<category><![CDATA[Aandoeningen]]></category>
		<category><![CDATA[Onderzoek en statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[communicatie]]></category>
		<category><![CDATA[CQ-index]]></category>
		<category><![CDATA[featured]]></category>
		<category><![CDATA[klinimetrie]]></category>
		<category><![CDATA[kwaliteit]]></category>
		<category><![CDATA[nivel]]></category>
		<category><![CDATA[vragenlijst]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://fysioforum.nl/?p=15869</guid>
		<description><![CDATA[Patiëntgerichte zorg kenmerkt zich door een goede communicatie met de verschillende zorgverleners en meebeslissen over de behandeling. Patiënten vinden dit bij alle behandelingen zeer belangrijk, zo blijkt uit een publicatie van onderzoekers van het NIVEL en het Centrum Klantervaring Zorg in het wetenschappelijke tijdschrift Patient Education &#38; Counselling. Zorg is tegenwoordig geen goede zorg meer [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://fysioforum.nl/wp-content/uploads/2012/03/check.jpg"><img class="alignright size-thumbnail wp-image-15870" title="check" src="http://fysioforum.nl/wp-content/uploads/2012/03/check-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" /></a>Patiëntgerichte zorg kenmerkt zich door een goede communicatie met de verschillende zorgverleners en meebeslissen over de behandeling. Patiënten vinden dit bij alle behandelingen zeer belangrijk, zo blijkt uit een publicatie van onderzoekers van het NIVEL en het Centrum Klantervaring Zorg in het wetenschappelijke tijdschrift Patient Education &amp; Counselling.</p>
<p>Zorg is tegenwoordig geen goede zorg meer als die niet ‘patiëntgericht’ is met de ‘patiënt centraal’. Wat het interessant maakt te onderzoeken wat patiënten zélf vinden van alle inspanningen om de zorg patiëntgericht te maken. Wat vinden zíj belangrijk? De onderzoekers vroegen patiënten met hartfalen, hernia, borstkanker, reuma en heup- of knieoperaties naar hun oordeel. Een van de aannames was dat patiënten met acute klachten patiëntgerichtheid minder belangrijk zouden vinden. Maar dat is niet het geval. Alle onderzochte patiëntengroepen blijken patiëntgerichtheid in de zorg bovengemiddeld belangrijk te vinden. En in veel gevallen ook belangrijker dan wachttijden, accommodatie, privacy of nazorg na ontslag uit het ziekenhuis.</p>
<h4>Vriendelijk en meebeslissen</h4>
<p>NIVEL-onderzoeker Dolf de Boer: “Het maakt kennelijk niet uit welk gezondheidsprobleem patiënten hebben, ze weten heel goed wat ze belangrijk vinden. Ze hebben een duidelijk beeld van patiëntgerichte zorg en die staat altijd hoog op de prioriteitenlijst. Dat is op zich niet zo gek, want patiënten zitten vaak in onzekerheid en hebben goede informatie nodig om met hun gezondheidsprobleem om te kunnen gaan. Patiëntgerichte communicatie draagt hieraan bij – de arts moet vriendelijk zijn en een luisterend oor bieden. Patiënten willen bovendien het gevoel hebben dat er niet over hun hoofd wordt beslist, maar dat zij kunnen meebeslissen over de behandeling. Meebeslissen is een recht. Artsen moeten hen daarvoor de ruimte geven. Gezien de actievere rol die de overheid voor patiënten voor ogen heeft, is het belangrijk dit te blijven meten.”</p>
<h4>Onderzoek</h4>
<p>De onderzoekers ontwikkelden een schaal voor patiëntgerichte zorg met een aantal items uit CQ-indexen, vragenlijsten die ontwikkeld zijn om te meten wat patiënten belangrijk vinden en wat hun ervaringen zijn. Ze zochten in de wetenschappelijke literatuur naar elementen die patiëntgerichte zorg kenmerken. Vervolgens hebben zij gekeken welke items in de CQ-index-vragenlijsten daarmee overeenstemmen. En zo konden zij een schaal maken om de ‘patiëntgerichtheid’ van de zorg te meten. De schaal is gebaseerd op wat patiënten belangrijk vinden. Ze kunnen met een score van 1 tot 4 het belang aangeven. 1345 patiënten vulden de vragenlijsten in.</p>
<p>Bron: Nivel</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://fysioforum.nl/2012/03/29/communicatie-en-meebeslissen-maken-zorg-patientgericht/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Operatie kwetsbare ouderen: Better in, better out/d</title>
		<link>http://fysioforum.nl/2012/03/29/operatie-kwetsbare-ouderen-better-in-better-outd/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=operatie-kwetsbare-ouderen-better-in-better-outd</link>
		<comments>http://fysioforum.nl/2012/03/29/operatie-kwetsbare-ouderen-better-in-better-outd/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 29 Mar 2012 07:43:25 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rob</dc:creator>
				<category><![CDATA[Aandoeningen]]></category>
		<category><![CDATA[Behandelmethode]]></category>
		<category><![CDATA[Onderzoek en statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[ketenzorg]]></category>
		<category><![CDATA[kwaliteit]]></category>
		<category><![CDATA[TNO]]></category>
		<category><![CDATA[UMC Utrecht]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://fysioforum.nl/?p=15839</guid>
		<description><![CDATA[Voor kwetsbare ouderen gaat een ziekenhuisopname en zeker een operatie vaak gepaard met verlies van zelfredzaamheid, kwaliteit van leven en een toename van morbiditeit en sterfte. Op de persoon toegesneden pre- en postoperatieve maatregelen, met name fysiotherapie kunnen de kans hierop verkleinen. In samenwerking met verschillende partners ontwikkelt TNO het concept Better in, better out/d [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-thumbnail wp-image-14339" title="TNO" src="http://fysioforum.nl/wp-content/uploads/2011/06/TNO-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" />Voor kwetsbare ouderen gaat een ziekenhuisopname en zeker een operatie vaak gepaard met verlies van zelfredzaamheid, kwaliteit van leven en een toename van morbiditeit en sterfte. Op de persoon toegesneden pre- en postoperatieve maatregelen, met name fysiotherapie kunnen de kans hierop verkleinen. In samenwerking met verschillende partners ontwikkelt TNO het concept Better in, better out/d verder in verschillende projecten.</p>
<p>Bij operaties in het borst- of buikgebied kan de kans op verlies van zelfredzaamheid en kwaliteit van leven en een toename van morbiditeit en sterfte worden verkleind door de patiënt van tevoren op risicofactoren te screenen, en door op de persoon toegesneden pre- en postoperatieve maatregelen, met name fysiotherapie te bieden. Nico van Meeteren, destijds nog werkzaam bij het UMC Utrecht, heeft in eerder onderzoek aangetoond dat door van tevoren conditie en functionaliteit te verhogen, de oudere in een betere conditie de operatie ingaat, en daardoor ook met minder complicaties en sneller het ziekenhuis weer uit komt. Dat scheelt in zorgkosten. Perioperatief trainen in combinatie met voedingsinterventies door diëtisten heeft ook op langere termijn hoogstwaarschijnlijk positief effect op de functionaliteit en conditie van de oudere.</p>
<h4>Better in, better out/d</h4>
<p>TNO ontwikkelt het concept better in, better out/d verder in verschillende projecten. Doel is de preventie en zorg voor kwetsbare patiënten die een grote chirurgische ingreep moeten ondergaan te professionaliseren en beter te organiseren. Het moet leiden tot een reductie van perioperatieve sterfte en morbiditeit door een significante verbetering van de kwaliteit van zorg, tegen minder kosten dan gebruikelijk.</p>
<p>TNO ontwikkelt samen met haar partners interdisciplinaire ketenzorgprogramma’s. Zorg- en beleidsprofessionals alsmede onderzoekers werken vanaf het begin samen aan die programma’s, die vervolgens op kosteneffectiviteit getoetst worden, onder meer in de regio’s Ede en Eindhoven. Programma’s die kosteneffectief blijken, worden aansluitend landelijk uitgerold.</p>
<p>Bron: TNO</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://fysioforum.nl/2012/03/29/operatie-kwetsbare-ouderen-better-in-better-outd/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Inspanning effectief medicijn tegen bloedsuikerpieken</title>
		<link>http://fysioforum.nl/2012/03/27/inspanning-effectief-medicijn-tegen-bloedsuikerpieken/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=inspanning-effectief-medicijn-tegen-bloedsuikerpieken</link>
		<comments>http://fysioforum.nl/2012/03/27/inspanning-effectief-medicijn-tegen-bloedsuikerpieken/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 27 Mar 2012 08:40:18 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rob</dc:creator>
				<category><![CDATA[Aandoeningen]]></category>
		<category><![CDATA[Behandelmethode]]></category>
		<category><![CDATA[Onderzoek en statistiek]]></category>
		<category><![CDATA[diabetes]]></category>
		<category><![CDATA[featured]]></category>
		<category><![CDATA[training]]></category>
		<category><![CDATA[Universiteit Maastricht]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://fysioforum.nl/?p=15855</guid>
		<description><![CDATA[Diabetes type 2 patiënten die regelmatig trainen hebben substantieel lagere pieken in hun bloedsuikerspiegels na maaltijden. Zij hoeven hiervoor niet persé elke dag te trainen, zoals tot nu toe werd aangenomen. De effecten van dagelijkse trainingen van een half uur zijn hetzelfde als langere trainingen (van een uur) om de dag. Dat blijkt uit een [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-thumbnail wp-image-15856" title="Suiker" src="http://fysioforum.nl/wp-content/uploads/2012/03/suiker-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" />Diabetes type 2 patiënten die regelmatig trainen hebben substantieel lagere pieken in hun bloedsuikerspiegels na maaltijden. Zij hoeven hiervoor niet persé elke dag te trainen, zoals tot nu toe werd aangenomen. De effecten van dagelijkse trainingen van een half uur zijn hetzelfde als langere trainingen (van een uur) om de dag. Dat blijkt uit een publicatie van promovendus Jan-Willem van Dijk en zijn collega-onderzoekers van de Universiteit Maastricht, die binnenkort verschijnt in het tijdschrift Diabetes Care.</p>
<p>Het onderzoek is uitgevoerd bij dertig mannen met diabetes type 2, allemaal rond de zestig jaar oud. Zij namen deel aan drie experimenten. In het eerste experiment fietsten zij zestig minuten op de eerste dag, gevolgd door een rustdag. Tijdens het tweede experiment fietsten zij twee dagen achter elkaar gedurende dertig minuten. Bij het derde experiment kregen zij geen enkele training. Tijdens de trainingen en de daaropvolgende dagen werd het bloedsuikerniveau continu gemeten. Bij het experiment zonder training werd 32% van de tijd een verhoogd bloedsuikerniveau gemeten, terwijl dit bij de twee experimenten mèt training slechts in 24% van de tijd het geval was.</p>
<p>Bij type 2 diabetes is sprake van een verstoorde reactie van het lichaam op insuline, het hormoon dat zorgt voor transport van suiker van het bloed naar de cellen, waar het als brandstof wordt gebruikt. Daarom hebben diabetespatiënten verhoogde bloedsuikerniveaus, vooral na het eten, waardoor op langere termijn schade optreedt aan bloedvaten en organen. Lichaamsbeweging is dus een effectief middel om deze pieken tegen te gaan, zo blijkt uit het artikel in Diabetes Care. De resultaten uit dit onderzoek dragen bij aan een betere afstemming van het beweegadvies voor de individuele patiënt.</p>
<p>Mede-auteur prof. dr. Luc van Loon, hoogleraar inspanningsfysiologie, is enthousiast over de onderzoeksresultaten: “Het is heel bijzonder dat zo&#8217;n klein beetje inspanning zoveel kan bereiken. Er zijn eigenlijk geen medicijnen die dit kunnen bewerkstelligen, inspanning is hierin echt uniek. En daar komt nog eens bij dat &#8211; in tegenstelling tot alle medicatie &#8211; de bijwerkingen van inspanning ook nog eens gezondheidsbevorderend zijn.”</p>
<p>Bron: Universiteit Maastricht</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://fysioforum.nl/2012/03/27/inspanning-effectief-medicijn-tegen-bloedsuikerpieken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>13</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

